Will twittert....

Temidden van alle vleesellende, hier nog een paar opmerkelijke zaken


Salmonella vooral gevaarlijk voor mensen die maagzuurremmers slikken.

Zomaar een paar regels in Uitgebeend, het boek van Marcel van Silfhout. In het hoofdstuk Broodje Salmonella, voert de schrijver meneer De Vries op, die ernstig heeft geleden onder de salmonellabesmetting van het toastje met Foppen zalm dat hij had gegeten. Het voert hier te ver om zijn hele ziektegeschiedenis op te lepelen, maar naast nierfalen, uitdroging en longembolie, heeft hij dermate zenuwschade opgelopen, dat hij twee jaar later, bij de presentatie van Van Silfhouts boek, nog steeds op krukken loopt en heel snel moe is.
Dan staat op pagina 61... Vaak worden de salmonella-bacteriën onschadelijk gemaakt door het maagzuur. Maar niet bij iedereen werkt deze natuurlijke barrière tegen micro-organismen even goed. De Vries slikte bijvoorbeeld een maagzuurremmer. Dat kan bijdragen tot de ernst van zijn ziekte. Meestal overleven de bacteriën het zuur niet, maar als dat er niet of te weinig is....

Per jaar worden er in Nederland 7 (zeven) miljoen recepten voor maagzuurremmers uitgeschreven. Weten die mensen dat ze geen zalm mogen eten? En geen gehakt, rauw vlees of ijs.


Ook legt Van Silfhout uit, dat je zalm op twee manieren kunt roken. Warm en koud. Bij de warme rookmethode is er een temperatuur van ruim 70 graden. De meeste bacteriën overleven dat niet. Bij de koude methode komt de temperatuur amper op de helft, 35 graden. Dat kunnen ze wel aan. Koud roken is goedkoper. Wedden dat de meeste zalm koud gerookt wordt? Is goedkoper en er is ook minder gewichtsverlies. Tel uit de kostenbesparing.
En, oh, ja, het gewichtsverlies bij het roken maken ze goed met water met zoutinjecties. Nu weet je dat je bij de visboer en in de supermarkt voor een kwart water koopt tegen de prijs van gerookte zalm. In Uitgebeend merkt Van Silfhout trouwens op dat uit inspectierapporten niet blijkt dat de injectie-installaties gecontroleerd worden.

Kleine beetjes superfood gaan je gezondheid niet helpen
Onder deze kop ging Ernst Woltering, hoogleraar productfysiologie en kwaliteit in Wageningen, onlangs de hype van het superfood te lijf in de NRC, bij ingezonden brieven.
Zoals altijd is het eerste argument: de gezondheidsclaims deugen niet want ze zijn niet officieel erkend. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat ze gezondheidswinst opleveren.
Dat soort erkenningsprocessen zijn erg duur en kosten veel tijd. Logisch bijna, dat alleen grote en financieel sterke partijen daar aan beginnen: de voedselindustrie dus. Maar het bewijs voor de gezonde effecten van gojibessen en moerbeien zal net zo logisch zijn als dat van een appel of een peer.

Vervolgens gaat Woltering verder met de stelling dat alleen artsen producten kunnen voorschrijven die de gezondheid bevorderen, dat moeten we niet aan de superfood-dokters en -goeroes overlaten. Artsen durven zomaar Becel pro-activ aan te raden, dus hoe betrouwbaar zijn die mensen dan? Artsen krijgen tijdens hun opleiding niet of nauwelijks kennis aangeboden over de gezondheidsherstellende effecten van voedsel, van die mensen hoef je niet veel te verwachten. Bovendien kun je moerbeien of tarwegras of gojibessen ook eten omdat je ze lekker vindt in de muesli. Zijn ze nog gezond ook? Dat is dan mooi meegenomen. Baat het niet, dan schaadt het niet. Maar Woltering ziet dan veel schade in de portemonnee. Wie zijn leven lang gojibessen eet, is daar veel geld aan kwijt. Tja.

Woltering geeft toe dat verse groente en fruit gezond zijn. Hoe en waarom, dat is moeilijk aan te tonen, dus draait hij de bewijsvoering liever om: iets kan ook gezond zijn, omdat het niet ongezond is. Verse groente en fruit bevatten weinig suiker, vet en zout, dus als je dat veel eet, komt er minder ongezonds binnen. Je zit dan al vol en hebt gewoon geen ruimte voor ongezonde snacks. Eet veel groente en fruit en je eet automatisch minder zout, suiker en vet.
Maar dan sluit hij af met een soort conclusie: de consumptie van kleine hoeveelheden geconcentreerde superfoods gaat je hierbij niet helpen. Wat nou dan? Zijn ze bewezen ongezond? Nee? Waarom gaat dan hier opeens die redenering van groente en fruit niet op?

Waar maakt die hoogleraar, zich überhaupt druk over? Gaat de consumptie van de superfoods misschien ten koste van de omzet van zijn broodheer, de voedselindustrie? En heeft de NRC ook speciale banden daarmee? Een hele spread besteden aan het onderuit halen van de geclaimde gezondheid van de superfoods, wat heeft dat voor nut?
Er is toch helemaal niks mis bij het idee gezond te willen leven? Misschien hebben de superfoods zelfs wel degelijk effect en besparen op de zorgkosten. Aten we allemaal superfoods inplaats van al die vet-, zout- of suikerproducten uit de supermarkt, dan kregen veel minder gezondheidsbedreigende rommel binnen.

De levensmiddelenindustrie wil helemaal niks veranderen aan de etikettering
De Federatie Levensmiddelen Industrie FNLI vindt het maar raar dat de overheid de producenten wil dwingen tot nog stringentere herkomstetikettering. Ze heeft vijf bezwaren kenbaar gemaakt.

  1. De hoge administratieve lasten.
  2. Ze moeten bovendien te vaak switchen, want bijvoorbeeld vleesproducten kunnen bestaan uit vlees dat uit 4 of 5 verschillende landen komt. Maar die herkomstlanden veranderen voortdurend. Dat moet er allemaal op.
  3. Ze kunnen geen restproducten meer verwerken. Bijna hetzelfde als argument 1, want dat brengt hoge kosten met zich mee.
    Lees het boek Uitgebeend van Marcel van Silfhout en je ziet dat vleessnacks vaak bestaan uit allerlei restproducten, die soms wel uit zes verschillende landen komen.
  4. De FNLI denkt dat de herkomst van de ingrediënten niks zegt over de kwaliteit en de gezondheid van het product. Nee, als je claimt dat er Toscaanse olijfolie in een fles zit en meer dan de helft komt uit Libië of Spanje of is gefermenteerde hazelnootolie uit Turkije, dan wordt het lastig om dat vol te houden dat je vooral toch die dure Toscaanse olie moet kopen. Ze vrezen oneigenlijke voorkeuren, precies de voorkeuren die ze zelf ontwikkeld hebben. Parmaham komt helemaal niet van varkens uit die regio maar van massaal binnen gereden beesten uit Nederland.
  5. Het leidt tot devaluering van de Europees erkende producten. Goudse kaas, Edammer; wel eens van gehoord? Kan zomaar uit Polen komen. Camembert? Is van oorsprong Normandisch. Nu kan iedereen over heel de wereld ongestraft zijn rauwmelkse kaas zo noemen.

De industrie heeft er zelf een rommeltje van gemaakt en gaat nu de overheid kwalijk nemen dat die helderheid wil. Het nauwgezet etiketteren brengt hogere kosten met zich mee, dat gaat ten koste van de winst. De aandeelhouder wordt dan onrustig en dat is het allerergste wat je kan overkomen.

 

 



Katan kogelt door de kerk         

Vandaag in het lunchprogramma van MAX zegt Prof.dr.Katan tot twee keer toe: E-nummers zijn niet schadelijk. Ze stoppen E-nummers in ons eten om ons meer te laten eten.

Wat dan weer schadelijk is, natuurlijk, professor.

Maar hij komt met deze uitspraak toch al een eind de kant op van de critici. In zijn boek Wat is nu gezond schreef hij nog: E-nummers zijn redelijk goed onderzocht en lijken geen kwaad te doen. Als ze het wel zouden doen zouden ze worden verboden. Overheden weten immers dat kiezers hier zorgen over hebben en er wordt dan ook veel geld gestoken in onderzoek van deze stoffen en in de controle op de aanwezige hoeveelheid ervan in levensmiddelen.

Nu nuanceert hij zijn indertijd bagatelliserende opmerkingen met: Die stoffen worden in ons eten gestopt juist om ons meer te laten eten.

En dat is zeer schadelijk, want leidt tot obesitas, wat weer het beginstation is van hart- en vaatziekten, diabetes en reuma.

Overigens: Dat van die overheden die van alles onderzoeken is ook al grote quatsch. Ze steken helemaal geen geld in onderzoek, ze bezuinigen als een wilde op de nVWA, de Voedsel en Waren Autoriteit. Die doet dan ook weinig meer dan controleren of de bedrijven wel controleren.

In de praktijk doet Brussels ook niet veel meer. De EFSA, die nieuwe voedseladditieven op basis van de gezondheidsrisico’s al dan niet een licentie geeft, doet dat op basis van aangeleverde rapporten. Dus nooit in eigen, onafhankelijke laboratoria. In die rapporten staan (wetenschappelijke) onderzoeken. Maar die zijn geproduceerd in opdracht van de producent. Dat kan niet zonder meer onafhankelijk genoemd worden. Een en ander is voor deskundigen uit Wageningen geen reden om aan de alarmbel te trekken. ‘Europa is veel doorzichtiger in deze zaken dan de VS,’ zegt hoogleraar Ralf Hartemink. ‘Als je wilt weten of er bijwerkingen zijn, dan kunnen we dat in Europa goed terugvinden.’

Bijwerkingen? Van dingen die ze in eten stoppen? Het is al erg genoeg dat we het met medicijnen doodgewoon vinden, maar nu ook al bij levensmiddelen?

Wanneer wordt Wageningen wakker? Wanneer gaan ze hun grootste financier Unilever nou eens vertellen dat die met zijn suiker, zout en vet in al die onzinvoedselproducten onze gezondheid ernstig schaadt. Als ze het ergens kunnen weten, dan moet het toch in Wageningen zijn. Of zijn ze daar, gecontroleerd door het Ministerie van Economische Zaken, bang dat onafhankelijke kritiek de export en andere economische belangen schaadt? Moet Wageningen niet zelf ook verantwoordelijk gesteld worden vanwege de stilzwijgende instemming? Wie gaat er nou eens uitrekenen hoeveel dat namaakvoedsel van de Unilevers van deze wereld (Campina Friesland, Mars, Kraft, Nestlé, Proctor and Gamble) - bewezen oorzaak van obesitas -hoeveel ons dat kost in de gezondheidszorg die we zelf moeten betalen.

Wanneer kunnen we die bedrijven, net als de tabaksindustrie, nou eens claims opleggen voor bewezen beschadiging van de collectieve gezondheid? Wanneer stopt de politiek met verstoppertje spelen?

Lees hoe dan ook Wat zit er in uw Eten?
Van onnodige bangmakerij is dat langzamerhand wel degelijk een boekje dat de realiteit helemaal geen geweld aan doet, maar de consument juist waarschuwt voor de nadelige gevolgen van al die synthetische E-nummers. Wat u.....  emeritus hoogleraar Katan?


Foodwatch knoopt alweer een suikerbom uit de voedselindustrie op:  Met al het goede van melk
Paula de Koe kindervla van Dr. Oetker schoolvoorbeeld foute kindermarketing
Liefst 2,5 suikerklontje per bakje, de dubbelvla van Dr. Oetker is opnieuw een schoolvoorbeeld van foute kindermarketing. Terwijl ouders worden misleid met de leus 'met al het goede van melk', lokt Paula de Koe hun kinderen met spelletjes en raps. De veel te vette en te zoete toetjes van Dr Oetker maken onze kinderen dikker. Gevaarlijk, want in Nederland lijdt al één op de acht kinderen aan overgewicht.

Opdringerige online-kindermarketing draagt bij aan te dikke kinderen
Dr. Oetker omzeilt het gezag van ouders door kinderen achter de computer direct te benaderen. Via deze weg worden kinderen aan het merk gebonden. Op de website van Paula de Koe zijn maar liefst 15 verschillende Paula-spelletjes te spelen. Kinderen kunnen zelfs de 'Paula-rap' via karaoke mee leren zingen. Ook kunnen ze een Paula-pakket winnen met de kleurplatenwedstrijd of een weekplanner voor op school downloaden. De online activiteiten zijn puur bedoeld om de verkoop van het veel te vette en zoete toetje te stimuleren.

Kinderen weerloos tegen sluwe marketingtechnieken
Dr. Oetker investeert veel geld in sluwe kindermarketing. Dat loont blijkbaar, maar kindermarketing heeft desastreuze gevolgen voor de gezondheid van de volgende generatie. Uit onderzoek van foodwatch blijkt dat ruim 85% van het voedselaanbod voor kinderen te vet, te zout en/of te zoet is. Dit ongezonde aanbod in combinatie met sluwe marketing werkt overgewicht van kinderen in de hand. De voedingsindustrie wijt dat aan kinderen zelf en hun ouders. Kinderen zouden te weinig bewegen en ouders onvoldoende 'nee' zeggen. Oneerlijk, zegt foodwatch. De organisatie vindt dat het hoog tijd is om marketing voor ongezonde producten aan banden te leggen.

Een dikmakende samenleving
Meike Rijksen van foodwatch: "Onze kinderen groeien op in een dik makende omgeving. Overal waar je kijkt word je geconfronteerd met ongezond eten: via reclames op TV, in de supermarkt, sportkantines, onderweg , maar óók op scholen en kinderdagverblijven. De meeste ouders kunnen niet op tegen het marketinggeweld en de slinkse wijze waarop voedingsfabrikanten zoals Dr. Oetker hun veel te vette, zoete en zoute producten aan onze jeugd slijten. Het bewijs is er: onze kinderen worden steeds dikker". Ook de rest van de samenleving doet mee met Dr. Oetker: Nickelodeon en Toys XL zetten hun diensten voor het te zoete toetje om kinderen te verleiden.

De overheid stelt geen regels, zelfregulering industrie werkt niet
Toch wordt een te vet en te zoet kinderproduct zoals Paula de Koe en de sluwe marketing hiervan breed geaccepteerd. De overheid legt de verantwoordelijkheid bij de voedingsindustrie en de ouders zelf. Maar de zelfregulering van de voedingsindustrie heeft inmiddels keer op keer gefaald. Dr. Oetker houdt zich ook niet aan de gemaakte afspraken van de industrie om voor kinderen onder de zeven jaar geen reclame te maken.
Een schande volgens Meike Rijksen: "Ondanks het feit dat kindermarketing al jarenlang ter discussie staat wordt de industrie nog steeds de hand boven het hoofd gehouden. Maar kinderen hebben recht op bescherming: De overheid móet dan ook haar verantwoordelijkheid nemen.”

Verbod op kindermarketing voor ongezonde producten
Foodwatch wil dat de overheid in actie komt en kindermarketing voor ongezonde producten verbiedt. Consumenten die het eens zijn met foodwatch kunnen het burgerinitatief op www.foodwatch.nl tekenen. Daar staat ook een e-mailactie klaar om Dr. Oetker te bewegen te stoppen met hun oneerlijke praktijken.



De chemische stoffen die we dagelijks op ons lichaam smeren of spuiten
Shampoo
Normaal gesproken zo’n 15 chemicaliën.
Gevaarlijk: natrium lauryl sulfaat, Tetranatrium, Propyleen Glycol (E 1520). Mag niet in voeding, waarom dan wel in shampoo?
Mogelijke bijwerking: schade aan de ogen, nieraandoeningen.

Oogschaduw
Daar zitten gemiddeld 26 chemicaliën in.
De gevaarlijkste is Polyethyleen tereflataat.
Mogelijke bijwerking: er zijn verbanden met onvruchtbaarheid, kanker, hormonale verstoringen en orgaanschade

Lippenstift
Aangetroffen chemicaliën: 33
Zorgwekkend: Polythyleen tereflataat
Mogelijke schade: allergieën en verbanden met kanker.

Nagellak
Bevat gemiddeld 31 chemicaliën
Zorgenwekkend: flatelaten
Risico’s: onvruchtbaarheid en problemen bij de ontwikkeling van baby’s

Zelfbruiners
Aantal chemicaliën: 22
Zorgenwekkend: Ethylparabeen, Methylparabeen, Propylparabeen
Uitwerkingen: uitslag en verstoring hormoonhuishouding.

Haarspray
Aantal chemicaliën: 11
Zorgenwekkend: Octonixate en isoflatelaat
Bijwerkingen: allergieën, oogirritatie, hormoonhuishouding verstoord, mogelijk andere celstructuren

Rouge
Aantal chemicaliën: 16
Zorgenwekkend: Ethylparabeen, methylparabeen, propylparabeen.
Uitwerkingen: uitslag, verstoring hormoonhuishouding

Deodorant
Aantal chemicaliën: 15
Zorgenwekkend: isopropylmyristaat
Risico’s: irritatie aan huid, ogen en longen, hoofdpijn, duizeligheid, ademhalingsproblemen

Parfum
Gemiddeld aantal chemicaliën: 250!
Zorgwekkend: benzaldehyde
Risico’s: irritatie aan mond, keel en ogen, misselijkheid en verstoring hormonenhuishouding.


Het liegen moet ophouden
Er is veel te doen over ons eten. Kranten berichten bijna dagelijks over gerommel met ons voedsel en tv-programma’s brengen ons ook op de hoogte van al het gesjoemel op dit gebied.

Kijk maar eens wat er in amper één week aan de orde is gesteld:
Midas Dekker legt bij De Keuringsdienst van Waren uit dat het verkopen van zalmforel eigenlijk oplichting is omdat het geen aparte vissoort is. De geraadpleegde visboer geeft toe dat het alleen maar gepimpte vis is om de omzet te vergroten. Handige vleeshandelaren verkopen paardenvlees massaal voor rundvlees en liegende producenten zetten op de verpakking van lasagne dat ze dat rundvlees verwerkt hebben. Melk en zuivelproducten zijn helemaal niet zo gezond, althans niet voor volwassen mensen, zegt vleeshandelaar Van Messel tegen Ronald Hoeben. Hij voegt er aan toe dat slagers en koks, die prat gaan op de topkwaliteit van hun rundvlees van de boer om de hoek, liegen, want zoveel ruimte voor gras grazende koeien is er helemaal niet in Nederland. Diverse kranten melden dat linolzuur niet zomaar goed voor ieders hart en bloedvaten is, alleen voor mensen die niet roken en drinken, zegt een Australisch onderzoek. Een belangrijke Unilever-meneer zegt dat andere onderzoeken het tegendeel beweren. (Vanwege de verschillende uitslagen effe niet met dat linolzuur werken, zou ik zeggen) NRC’s columnist Martine Kamsma somt op: in gevulde koken zitten gemalen abrikozenpitten in plaats van amandel, in guacomole-dip zit maar 3 procent avocado, in krabsalade zit voor 12% krab en 42% namaakkrab, gerookte spek krijgt rookaroma mee, ossehaas is een schiif aan elkaar geplakte stukjes rund, in de minifrikadelletjes zit voor de helft kipkarkasvlees en de hachee is bruin gekleurd met ammoniak-caramel. Ze besluit met de opmerking: op de verpakking is de ruimte voor de prijsaanduiding 30 keer zo groot als die voor de verwerkte ingrediënten: de kern van het probleem

Youp van ‘t Heck beschreef het met een grimmige glimlach: Chinees hondenvlees wordt in Australië omgekat tot kangoeroe-vlees, dat in Madagaskar omgekat wordt tot zebravlees dat in Chili omgekat wordt tot paardenvlees dat in Nederland omgekat wordt tot rundvlees dat in Zuid-Frankrijk geportioneerd wordt voor de productie van frikadellen in Noord-Frankrijk, die in onze supermarkten vanuit de diepvries verkocht worden. (voor de weggeefprijs van 2,5 euro per 500 gram. En die 500 gram bestaat dan nog voor het grootste gedeelte uit bloem, plak- en vulmiddel. red)

De voedselproducenten nemen ons massaal bij de neus, ogenschijnlijk met instemming van de autoriteiten. Is dat nieuw? Is het een ziekte die de hedendaagse mens over zich heen moet laten gaan? Ha, nee, gelukkig niet. De mens is altijd al te goedgelovig als het om eten gaat. Het probleem is zo oud als de weg naar Rome. En zolang Unilever, bijvoorbeeld, zijn aandeelhouders belangrijker vindt dan onze gezondheid, zal het zo blijven ook. Overheden zouden mondiaal de handen ineen moeten slaan om vooral het gelieg over de inhoud aan te pakken. Als de producent op zijn verpakking moet zeggen dat hij paardenvlees verwerkt, zal de consument er op reageren. Zegt hij dat er gemalen steen in melkpoeder zit, waar dan weer  babyvoeding van gemaakt wordt, dan zal hij het niet verkopen.

Rommelen met voedsel is een universele, menselijke neiging. Anno 2013 is de melk in de supermarkt helemaal niet vers, maar minimaal vier dagen oud. De aardbeien zijn bewerkt met bezoeen om ze te conserveren. Het vezelrijke brood is met vezels verrijkt die zijn gemaakt van methylcellulose, wat ze maken uit houtpulp. Huisgemaakte soep in het eetcafé komt uit een blik en de spek in de pan spettert van het water dat er in gecentrifugeerd is om het zwaarder te maken.
In 1820 meldt een rapport over voedseloplichting in Londen: groente wassen ze in brons om ze groener te maken. Aardbeien leggen ze in spuug om ze roder te maken en in melk tref je tabak en snot aan. Brood is gevuld met kalk en as van beenderen en wijn is aangevuld met sleedoornsap en sterker gemaakt met graanjenever.’



Eind negentiende eeuw zijn er grote vleesschandalen in Chicago en grote aantallen doden door benzoeen-vergiftigingen bij het verwerken van tomaten in de ketchup. Melk is bijna standaard aangelengd met water, ingedikt met bloem en roomwit gekleurd met verf.

De laatste twintig jaar wisselen varkenspest, gekke koeienziekte, Mexicaanse vogelgriep en Q koorts elkaar in hoog tempo af. Voor de Q-koorts is al in 1980 vanuit wetenschappelijke hoek gewaarschuwd. In 1975 en pakweg tien jaar later schuift Den Haag het dringende advies van het RIVM om te stoppen met antibiotica onder het tapijt.

Gerommel met voedsel heeft een lange historie en staat altijd in relatie tot technische mogelijkheden, tot de politiek en de economisch inzichten. Voedselfraude is de geschiedenis van de moderne wereld, zou je bijna kunnen zeggen. Wat voedselfraude zo erg maakt is de intentie. Snel geld verdienen door met de gezondheid van een ander een loopje te nemen. Daarom moet er keiharde wetgeving komen tegen bewuste misleiding. Voedsel zal en moet gezond zijn voor de eter.

Ze zijn er geweest, zulke wetten. Een bekende is de Pure Food and Drugs Act van 1906 in de VS. Die bepaalde dat wat op de verpakking staat er ook in moest zitten. Aardbeienjam moest dus gemaakt worden van echte aardbeien en niet van water en suiker met chemische aardbeienaroma en twee minieme vruchtjes. Die wet is in de jaren twintig van de vorige eeuw zelfs nog aangescherpt: de aardbeienjam, bijvoorbeeld, moest zijn gemaakt volgens traditioneel recept! De wet is onder Nixon eind jaren zestig afgeschaft, want er waren nog Amerikanen die honger leden en dat mocht niet van Richard de leugenaar, dus die wet moest er uit, want die hield de massale productie van industrievoedsel tegen. Toen hij de wet had afgeschaft kon die industrie op grote schaal gaan misleiden met namaaksmaken en goedkope ingrediënten.


Voedselfraude heeft een diepe impact op onze maatschappij. Het is een mix van allerlei belangen die op het spel staan. Dus niet allen de gezondheid van de eter, maar ook de effectiviteit van de toezichthoudende autoriteiten. Daarnaast staat de politieke geloofwaardigheid op het spel. We kijken naar de politici als er iets aan dat gerommel met eten gedaan moet worden. Zijn ze daartoe niet in staat, dan ondergraaf je dus ook het systeem met de voedseloplichting.

Toch komen ze er mee weg, de oplichters groot of klein. De inhaligheid en de onverschilligheid winnen het van normale ethische en praktische overwegingen. Geld maken is heilig. De overheden staan het toe en zijn dus medeplichtig. Hoe kun je Den Haag nog serieus nemen als ze ophef maken over de uit de hand lopende zorgkosten als ze de malverserende voedselproducenten geen strobreed in de weg leggen? Op die manier ondergraaf je de gezondheid van de burgers en gaat vervolgens klagen dat die ziek geworden stumpers zoveel geld kosten. Boter op het hoofd, heet dat. Gewoon ervoor zorgen dat de producten zijn wat ze moeten zijn. Ophouden met liegen en stoppen met het liegen door de vingers zien, dat is de opdracht.


Wakker Dier wil af van de plofkip

Grote levensmiddelenmakers bijten grommend van zich af

De spuugvlokken schieten in het rond. Wakker Dier heeft het gewaagd de strijd aan te binden met de twee grootgrutters Albert Heijn en Jumbo vanwege de verkoop van plofkippen. Dan kun je wachten op de troepen die in beweging komen. Niet de belaagde grootgrutters Albert Heijn en Jumbo zelf, maar hun blatende hulpjes bij de media. Op vrijdag 10 januari groot op pagina 3 in het AD en zaterdag 12 januari nog groter op de voorpagina van de Telegraaf. Ten aanval!

In het AD een grote kop met de verontrustende boodschap dat antioxidanten juist kanker veroorzaken, in de Telegraaf de stelling dat de bio-landbouw helemaal niet goed is voor het milieu. Het zijn geen discussiestukken, het zijn nieuws brengende artikelen. En dat alleen omdat Wakker Dier de consument probeert over te halen de plofkip van Albert Heijn en Jumbo links te laten liggen? Het ligt voor de hand om dat verband te leggen, want waar komt anders zo’n plotselinge tegenbeweging vandaan?

Wat bij beide grote artikelen opvalt, behalve de dikke koppen, is het schamele journalistieke gehalte. In het AD een grote foto van  broccoli erbij, wat de suggestie wekt dat je die niet meer moet eten, want er zitten antioxidanten in en die veroorzaken kanker. Dat is niet wat de erbij gesleepte deskundigen zeggen. Die stellen namelijk dat antioxidanten niet goed zijn voor kankerpatiënten omdat ze de chemokuren doorkruisen en de groei van kankercellen tijdens die kuur activeren. Dat is de kern van het door drie deskundigen herhaalde verhaal en niet dat antioxidanten in het algemeen kanker veroorzaken, wat precies wèl is wat bij de lezer achter blijft.

In datzelfde artikel komt overigens geen deskundige aan het woord die een andere mening is toegedaan, wat de betrokken wetenschappers tegen de borst moet stuiten, want dat is allesbehalve goed voor de wetenschappelijke onderbouwing. Het is gewoon een beetje nare journalistiek. Beweer iets en schrijf er naartoe. Word je, op de school voor journalistiek, niet altijd voorgehouden om dat niet te doen?
Gaan we voor de zekerheid wat checken op google, dan zie je al in 2004 en in 2009 artikelen staan met precies dezelfde strekking, dus nieuws is het ook al niet. Waarom dan toch die aandacht in het groot, op pagina 3 nog wel? Mogelijk een geregisseerde reactie op de Wakker Dier anti-plofkip actie? Helemaal niet praten over die kip, maar vanuit een heel andere optiek het betere eten aanvallen.

Dan de Telegraaf, die bij monde van de grote professor Aalt Dijkhuizen beweert dat bio-landbouw slecht is voor het milieu. Alsof dat een issue is bij de actie van Wakker Dier. Nee, het gaat om de plofkip. Dat beest heeft geen leven en bedreigt ons leven daarbij ook nog eens een keer. Wat nou weer, ons leven bedreigen? Jazeker. Die kip wordt in een tijd van amper 40 dagen op slachtgewicht gebracht met allerlei groeihormonen, die via een omweg in ons eigen systeem terecht komen en daar onze hormonenhuishouding volledig door elkaar gooien. Die kip zit bovendien propvol antibiotica die patiënten resistent maken voor ontsteking bestrijders. Ons immuunsysteem gaat er aan en onze voortplantingsgereedschappen lopen grote schade op. Er zitten sowieso ruim dertig chemische stoffen in die kip, die er niet in thuishoren. Dat is het ongezonde, daarom moet je die kip niet eens willen eten.

Maar de Telegraaf laat Dijkuizen lekker foeteren over de vermeende claims van Wakker Dier ten aanzien van de milieuschadelijkheid van de reguliere landbouw. Het is gewoon afgeven op de bio-landbouw, waar Wageningen met zijn techno wetenschappers niks aan kan verdienen. Op de voorpagina nog wel, alsof het groot nieuws is. ‘Die bio-landbouw is niet duurzaam,’ zegt Dijkhuizen in De Telegraaf, ‘want de beesten eten meer, leven langer en laten dus meer scheten.’ Ja klopt, die doen er langer over om op slachtgewicht te komen omdat ze geen groeihormonen in hun eten krijgen. De Wageningen professor weet het goed te vertellen. De promotie van de bio-landbouw, zo min mogelijk kunstmest, geen pesticiden, is geneuzel van de linkse elite. Het is nooit bewezen béter dan de gewone landbouw slèchter is voor het milieu.
Nee, de koeien aan de dunne houden omdat de stallen dan makkelijker schoon te houden zijn, dat is wetenschappelijk verantwoord. Alsof de middelen om dat te bewerkstelligen niet ook in ons eigen systeem terechtkomen. En wat te denken van de huisartsen in de Betuwe die hun fruit kwekende patiënten ten strengste afraden om op dieet te gaan. Zouden ze kilo’s kwijt raken, dan worden hun vetreserves aangesproken en komt alle daarin opgeslagen rotzooi naar buiten die ze als fruitkwekers gretig op hun bomen spuiten, met alle schadelijke gevolgen voor de gezondheid als cadeautje voor het afvallen.

Aalt Dijkhuizen en zijn studievriendin Louise Fresco halen er steevast de problematiek van de 9 miljard te voeden monden in 2050 bij. Gek is dat, die driftig opgepoetste lange termijn visie. Nergens speelt het jaar 2050 zo’n grote rol voor beleidsmakers als bij het te volgen landbouwbeleid. Alsof die bevolkingsgroei al vaststaat. Het zijn computermodellen, het is koffiedik kijken. Bovendien zouden we ons in dat kader vooral over drinkwater zorgen moeten maken. Veilig en genoeg drinkwater, niet aangetast door de tonnen chemicaliën die de normale landbouw nodig heeft om de door al het pesticide gebruik kwetsbare oogsten veilig te stellen en die in ons grondwater terecht komen.
We kunnen straks niet genoeg eten produceren, zeggen ze zo vaak dat het gaat vervelen. Hoe zit het dan met die 50.000 ton voedsel die we alleen al in Nederland jaarlijks weggooien? Dat is ook zo’n opgepompt probleem dat we te tackelen hebben. Dus we hebben niet genoeg en we gooien te veel weg. Rara politiepet.

Zowel Dijkhuizen en Fresco als de voedselindustrie hebben groot vertrouwen in de controleerbaarheid. Maar die controleerbaarheid is compleet uit het zicht verdwenen als het gaat om de effecten van de bizar grote aanwending van chemicaliën. De reguliere landbouw gebruikt tonnen en nog eens tonnen aan chemische bestrijdings- en beschermingsmiddelen. Om nog maar te zwijgen over de chemische voeding die veel van onze groente snel groot moet laten groeien. Dat is een enorme bedreiging voor mens en milieu en staat ver af van de vraag of reguliere producten lekkerder zijn dan de bio-producten, wat er in deze discussie ook te pas en te onpas bij gesleept wordt.

Bio-landbouw zegt veel minder of helemaal niet met die chemische troep te werken. Dat is wat ze bedoelen met milieuvriendelijker. Dan moet je niet, zoals Dijkhuizen, komen aankakken met meer broeikasgassen per kilogram product, dan moet je willen duidelijk maken dat we niet zoveel vlees moeten willen eten. Bio-boeren hebben meer voer nodig, dus meer grond en grondstoffen per eenheid melk, vlees of eieren. Misschien klopt die visie wel, maar wat zou Dijkhuizen ervan zeggen als we dan die maïs eens niet als brandstof zouden gebruiken, maar gewoon als voedsel. Het is toch bij de beesten af dat we voedsel gebruiken als brandstof, dat we tonnen voedsel weggooien en dan beginnen te klagen dat we al die mensen over veertig jaar niet meer kunnen voeden op de manier die onze gevierde wetenschappers voor de beste houden.

Kom in verband met die plofkip ook niet aan met de drogreden dat de Nederlandse veehouderij de schoonste ter wereld is, want wat is schoon en welke wereld wordt hier bedoeld? Dat moet een wetenschapper zich onmiddellijk afvragen. Bovendien stelt Wakker Dier de al of niet schone stallen helemaal niet ter discussie. Ze wil alleen maar dat we ophouden met plofkippen produceren en consumeren. Maar als de consument die en masse inderdaad niet meer koopt, is dat schadelijk voor de Nederlandse pluimvee-industrie en daar is Dijkhuizen vazal van en dus doet hij precies op tijd zijn wetenschappelijke mond open. Het blijft in dit kader een wonderlijk fenomeen dat Wageningen, de overheid, altijd de kant kiest van de grote industrie. Of het nou om grootscheepse Mexicaanse vogelgriep vaccinaties gaat, of de schadelijkheid van aspartaam en andere chemische voedseladditieven, of de plofkip, vanuit Wageningen, Den Haag en De Bilt (RIVM) hoor en zie je vrijwel altijd de reflex van: doe nou maar wat wij zeggen, wij weten het beter. En de Telegraaf, ook al een motor in het promoten van de belangen van de club van Unilever, Campina, Albert Heijn, Heineken en hun kompanen, leent zich graag als platform.

Voor zowel Telegraaf als AD een goed bedoeld advies: geef, in het kader van de discussie over gezond en duurzaam, ook eens de heren Schuitenmaker en Muskiet nadrukkelijk het woord. Niet om ze belachelijk te maken, maar om de lezer aan het denken te zetten. Of is het niet de bedoeling dat die denkt?

Nog niet overtuigd? Bekijk dit filmpje


Al tientallen jaren zeggen wetenschappelijke onderzoeken: weg met het fabrieksvoeding en de frisdranken

Wie goed eet en drinkt schopt niemand dood
Wetenschappelijke onderzoeken hebben vastgesteld dat (jonge) mensen die goed en verantwoord eten en drinken, zich beduidend minder vaak schuldig maken aan asociaal gedrag en geweld. De zoete en zoute voedselproducten die onze jeugd eet en drinkt, hebben veel invloed op de werking van de hersenen. Depressie, gebrek aan concentratie en driftbuien zijn de eerste symptomen die verraden dat er iets scheef groeit. Als aan dat voedingspatroon niets verandert en we het aanvullen met drugs en alcohol, loopt het op den duur uit op vernielzucht, criminaliteit en onnodig geweld. Hulpverleners worden bedreigd, grensrechters worden doodgetrapt, hele kinderklassen met semiautomatische geweren dood geschoten.
We krijgen te weinig vitaminen, mineralen en onverzadigde vetzuren binnen en te veel chemische voedseltoevoegingen die de hormonenhuishouding verstoren. De hersenen reageren daarop. Waar burgemeester Van der Laan van Amsterdam eenvoudig naar wetenschappelijke onderzoeken mag verwijzen om een blowverbod bij scholen in te stellen, luistert de overheid niet of niet waarneembaar naar wetenschappers die zeggen dat met beter eten en een verbod op frisdranken onrust op scholen, asociaal gedrag en criminaliteit.
Waarom luistert men niet naar het voeding versus gedrag verhaal? Waarom zwijgt men resultaten van wetenschappelijk onderzoek die hier nadrukkelijk naar verwijzen weg? Wat is er op tegen om op grote schaal uit te zoeken wat het effect is op het gedrag van schoolgaande jeugd door de verkoop van frisdranken, zoet en zoute snacks en allerlei fabrieksmatig in elkaar geplakte foodrommel een tijd lang te verbieden? Geen snacks en frisdranken in automaten, in de kantine, op perrons of bij winkels in de buurt. Een jaar lang gewoon uitproberen. Privacy? Dat moet dan ook gelden voor het blowen. Inperking van de individuele vrijheid? Als het gaat om meer rust en veiligheid zou veel geoorloofd moeten zijn.
Dat zijn een heleboel vragen. Voordat we in de buurt komen van antwoorden, is het goed om uit te leggen hoe eten en drinken ongeveer hun invloed hebben op de werking van onze hersenen. Ongeveer is een terechte beperking, want we weten nog zoveel niet. Dat is ook de reden waarom wetenschappelijke onderzoeken en adviezen van instituten als het Voedingscentrum vaak uitgaan van aannames, al willen ze dat zelf niet graag weten, want dat is niet wetenschappelijk.

Simpel uitgelegd werkt het als volgt:
De hersenen doen een groot beroep op onze energievoorraad, ze verbruiken zo’n twintig procent van de beschikbare hoeveelheid. Om die energie op te wekken, zijn we aangewezen op ons voedsel, met de daarin aanwezige voedingsstoffen zoals onverzadigde vetzuren, vitaminen en mineralen. Maar het voedsel dat we tegenwoordig eten, is in dat opzicht hoe langer hoe armer. Vooral mineralen en vitaminen worden schaarser. We eten substantieel anders dan pakweg 35 jaar geleden, terwijl ons systeem nog hetzelfde werkt als dat van de jagers en trekkers die we oorspronkelijk waren. Het gemaksvoedsel vult ons bord. Voedsel is niet langer vers, want het heeft vaak genoeg duizenden kilometers afgelegd en verliest onderweg het nodige aan vitaminen. Ons eten en drinken is bewerkt en de energie die er in zit is vaak geraffineerd. De hersenen lusten van die geraffineerde energie wel pap.

Dat het gemaksvoedsel of junk food, invloed heeft op het gedrag, is in diverse studies wetenschappelijk aangetoond. Onderzoekers als de Amerikaanse socioloog Stephen Schoenthaler van de California State University en de Britse fysioloog Bernard Gesch van de Universiteit van Oxford, hebben min of meer afgescheiden groepen scholieren en gevangenen verdeeld in een groep die vers eten en drinken kreeg aangeboden en een groep die het gewone eten kreeg. Asociaal gedrag en ernstige misdragingen liepen bij de eerste groepen binnen drie weken terug met bijna veertig procent. Schoenthaler is al heel lang bezig met dit soort onderzoeken en krijgt vaak kritiek dat hij zijn studies niet wetenschappelijk genoeg uitvoert. Bij Gesch is die kritiek verstomd, want zijn onderzoeken waren gerandomiseerd, dubbelblind en placebo gecontroleerd. Een onderzoek van een andere Britse fysioloog, Alex Richardson wees uit dat de groep kinderen op twaalf basisscholen in Durham, die Omega3 kreeg bijgevoed beter presteerde en zich beter gedroeg dan een even grote groep die dat niet kreeg. ‘Hoe kan het,’ zegt Richardson, ‘dat politici, beleidsmakers en ook zakenlieden alsmaar blijven vragen om nog meer onderzoek als het bewijs toch al geleverd is?’
Je mag dus stellen dat voeding invloed heeft op (agressief) gedrag. Maar welke voedselingrediënten kunnen de werking van de hersenen zodanig beïnvloeden dat we er ons anders door gaan gedragen? Vitaminen, mineralen en onverzadigde vetzuren zijn daarbij belangrijk en die zitten te weinig in ons voedsel. En vergis je niet in de schadelijke invloed van de toegevoegde chemicaliën (E-nummers) die ons eten conserveren, op smaak brengen, het klonteren tegengaan of smeer- en vloeibaar moeten houden. Meer in het algemeen kun je stellen dat onze landbouwgrond door het gebruik van kunstmest en pesticiden sterk verarmd is. De grond bevat te weinig mineralen en ook de hoeveelheid vitaminen is sterk teruggelopen, de kwaliteit van ons eten dus ook.

Laten we een paar van die voedingsstoffen nader bekijken
1. Foliumzuur is een vitamine die subtiele invloed heeft op je stemming omdat het gebrek eraan de hoeveelheid serotoninen beïnvloedt en juist die serotoninen maken dat je lekker in je vel zit. Gebrek aan foliumzuur maakt je emotioneel instabiel, tast het concentratievermogen en het zelfvertrouwen aan, maakt neerslachtig en prikkelbaar en je slaapt er slechter door. Wat kun je doen om de situatie te verbeteren? Bladgroente eten, tarwekiemen, peulvruchten, melk, noten, vlees en fruit.
2. Vitamine B6. Die heb je nodig voor de aanmaak van neurotransmitters zoals serotonine, dopamine en adrenaline. Bij gebrek aan B6 worden we prikkelbaar, boos, vermoeid, verward en gaan concentratievermogen en het geheugen achteruit. Wat moet je veel eten? Volkorengraan, zonnebloempitten, kool, melk, eieren, vis, groentes en aardappelen.
3. Vitamine B12 te weinig? Dat is vragen om neurologische problemen met onder meer stemmingsstoornissen, geheugenverlies en psychoses tot gevolg. Eet veel vis en eieren en ook vlees.
4. Vitamine B1 of thiamine. Een gebrek hieraan zorgt ook voor stemmingswisselingen en depressies. Gedragsproblemen kunnen het gevolg zijn, zoals hyperactiviteit, driftbuien, apathie en zelfs dementie. B1 zorgt ervoor dat de hersenen voldoende glucose kunnen opnemen. Is daar een gebrek aan, dan functioneren ze niet goed meer. Thiamine zit vooral in peulvruchten, volkorengraan producten, aardappelen, groentes, pitten, zaden en avocado.
5. Vitamine C gebrek? Deze vitamine is ook actief bij de productie van neurotransmitters. C beschermt de hersencellen tegen aftakeling. Tja, en je weet wat je moet eten: broccoli, bloemkool, spuitjes, citrusvruchten, kiwi, bessen, aardappelen en wat al niet meer, als het maar vers is.
6. Selenium bepaalt ook onze stemmingen. Zonder selenium komt de productie van neurotransmitters in gevaar en raken we verward, angstig, depressief en vermoeid. Eet vis, groentes, tarwekiemen, knoflook en volkoren graanproducten.
7. Magnesium helpt onder meer tegen autisme, depressies, stress en nervositeit. Het mineraal werkt ook tegen obesitas. Het zit in chocola (de pure 70% versie), aliekruiken, tarwekiemen, amandelen, pinda’s, hazelnoten en havermout.

Regelmatig duikt Omega3 in onderzoeken op als een stof die positieve uitwerking op ons gedrag zou kunnen hebben. Hoe werkt dat dan? Dat is ook weer een kwestie van de uitwisseling tussen de zenuwcellen van onze hersenen met behulp van neurotransmitters zoals serotoninen en dopamine. Een laag serotoninepeil is in verband gebracht met zelfmoord, depressie en gewelddadig gedrag. Omega3 zou die communicatie soepeler laten verlopen, waardoor die beter functioneert. Men heeft vastgesteld dat Amerikaanse hersenen anders werken dan die van Japanners. In de VS eten de mensen veel Omega6 (graan en soja in fabrieksproducten) en in Japan juist veel Omega3 (vis). De Amerikaanse psychiater Joseph Hibbeln stelt na een onderzoek in samenwerking met het National Institute of Health vast dat in landen waar weinig vis gegeten wordt, zoals in Brazilië en Duitsland, de kans dat je door geweld om het leven komt dertig zo groot is als in Japan. Dat is een nogal boude visie, maar wat als het waar is?
Al met al hoeven we ons geen rigide dieet op te leggen om aan voldoende stoffen te komen die gedrag bepalende invloed kunnen hebben. Als je dan nog weet dat zowel de E-nummers Aspartaam (951) en alle andere zoetstoffen, als Mononatriumglutamaat (621) en andere smaakversterkers vaak in verband gebracht zijn met gedragsverstoringen, omdat de hersenen slechter functioneren doordat de hormonenhuishouding van slag is, en je meeneemt dat in bijna alle fabrieksvoedsel deze E-nummers verwerkt zijn, dan kunnen we de optelsom maken. Vooral jonge mensen die deze voedingsstoffen voor hun groei hard nodig hebben, eten veel fabrieksvoedsel en drinken plassen vol frisdranken en zogenaamde fruitsappen. Ze krijgen daardoor vooral suiker, vet en koolhydraten binnen. Bovendien bewegen ze te weinig. En daar gaan ze raar van doen.

Als je fatsoenlijk gedrag als een product van opvoeding wilt zien, draagt de juiste voeding daartoe bij. Je helemaal niets van deze opvatting aantrekken, is dom, slecht voor de gezondheid en gaat ons jaarlijks in de zorg hoe langer hoe meer geld kosten. Daarvan is men doordrongen en de overheid heeft allerlei campagnes op touw gezet die gebaseerd zijn op de relatie tussen voeding en gezondheid. Het Voedingscentrum geeft met de schijf van vijf aan wat gezond eten is. Dat soort adviezen kennen ze ook in Frankrijk. Die komen daar van het Ministerie van Gezondheid. Een groep verontruste ouders kocht in diverse supermarkten de producten waaruit de geadviseerde maaltijden bestaan en liet die analyseren. Men trof meer dan tachtig verschillende chemische stoffen aan, waarvan 36 bestrijdingsmiddelen, 48 vermoedelijke kankerverwekkers en 37 stoffen die de neiging hebben om de klierwerking te verstoren. Een gevaarlijke mix van chemicaliën, geadviseerd door de overheid.
De relatie tussen voeding en gedrag, daar kijken de betrokkenen het liefst van weg. Dat is vreemd als je je realiseert dat ook daar veel kostenbesparingen mee mogelijk zijn. Maar het effect van de voeding op de psychische gezondheid en het gedrag blijft omstreden. Zijn al die onderzoeksresultaten dan uit de lucht gegrepen of stuk voor stuk wetenschappelijk onbetrouwbaar? Bernard Gesch zelf zegt: ‘De consumptie van fabrieksvoedsel is een wereldwijd, ongecontroleerd experiment met het menselijk brein. We moeten ons niet langer concentreren op de inname van calorieën, maar op die van mineralen, vitaminen en onverzadigde vetzuren (Omega3).

Veiligheid op straat, meer blauw in de wijken, overal camera’s, het kost veel, heel veel geld. Het beperkt onze individuele vrijheid en helpt nauwelijks. Waarom dan niet eens die andere weg geprobeerd? We kunnen als land misschien een voorsprong nemen. Nederland is sowieso het enige land die iets met de studies van Gesch gedaan heeft. Psycholoog Ab Zaalberg heeft een soortgelijk voedingsonderzoek gedaan onder gedetineerden. Samen met de Radboud Universiteit van Nijmegen onderzocht hij 221 gevangenen tussen de 18 en 25 jaar. 116 kregen er in een periode van een tot drie maanden extra vitaminen, mineralen en onverzadigde vetzuren. De andere 105 kregen dat niet. Geweld en agressieve incidenten daalden met 34 procent bij de eerste groep en stegen met 13 procent bij de tweede. Ook Zaalberg kwam tot de conclusie dat de juiste voeding het agressieve gedrag kan verminderen, ‘Ook al is voeding daarbij niet de enige factor,’ liet hij aantekenen. Toch weer die slag om de arm. Helemaal ongelijk heeft hij niet, want gezinsachtergrond, drugs en alcohol spelen een rol, maar asociaal gedrag en nodeloos geweld zijn echt niet uitsluitend gebaseerd op een slechte opvoeding of de genetisch bepaalde weeffouten in de hersenen, zoals velen graag willen geloven. We kunnen wel degelijk zonder hoge kosten, met voeding en extra supplementen, wat doen aan misdragingen. Het zou mooi zijn wanneer we voeding als recept nemen tegen geweld, criminaliteit of het doodtrappen van een grensrechter. Niet geschoten is altijd mis.


Organische kaashapjes en chips, frisdrank en vruchtendrank (hoe Zen het flesje er ook uit ziet) en repen die zeggen dat ze gezond zijn, met noten en yoghurt, bevatten net zoveel vet als alle andere junk food.

Marion Nestlé, vermaard Foodprofessor (Food Politics en What to Eat?), beheert een interessante website. Onlangs heeft ze uitgebreid aandacht besteed aan de ultraprocessing, het bestralen of met hoge hitte bewerken van voedsel. Het belangrijkste probleem als je naar voedsel, voeding en volksgezondheid kijkt, is vooral wat de producenten met ons voedsel doen en wat er van de oorspronkelijke voedingswaarde overblijft als gevolg van die bewerking.

Natuurlijk is bijna al het eten en drinken bewerkt, zegt Nestlé. Verse appels zijn gewassen en soms van een waslaagje voorzien. Drinkwater is gefilterd. Voor de duidelijkheid onderscheidt ze daarom drie types van voedselbewerking, afhankelijk van aard, intensiteit en doel.
Type 1: Niet of nauwelijks bewerkt voedsel waarvan de voedingseigenschappen niet veranderd zijn.
Type 2: Culinair bewerkte producten uit de voedselindustrie zoals olie, vetten, suiker, zoetstoffen, meel, zout en zetmeel. Deze producten hebben minder oorspronkelijke voedingswaarde en bevatten voornamelijk calorieën, uitgezonderd zout.
Type 3: Intensief bewerkte producten die de type 2 producten combineren met soms wat sporen van de type 1 producten.

Het doel van deze intensieve bewerking is om producten te produceren die:
Lang bewaard kunnen blijven, makkelijk te verkrijgen zijn, makkelijk te vervoeren zijn, er aantrekkelijk uitzien, klaar om te consumeren, klaar om te verhitten. Deze producten moeten lang op de planken kunnen liggen, moeten over grote afstanden vervoerd kunnen worden, zijn hoog in de smaak en vaak verslavend. Je moet ze overal kunnen eten, in fastfood restaurants, thuis in plaats van zelf gemaakt gekookte maaltijden, voor bij het tv-kijken, voor bij het werken met de computer, voor op straat en achter het stuur.

Nestlé stelt onomwonden dat de razendsnelle groei van de consumptie van deze producten, vooral vanaf het begin van de jaren 80, de voornaamste oorzaak is van de explosieve groei van obesitas en daaraan gerelateerde ziektes over heel de wereld. Ze bevatten veel te veel geraffineerde energie.
Nestlé somt een aantal karakteristieken op van deze producten:
Ze zijn rijk aan oliën, vetten, suiker, zout, meel en zetmeel. Ze bevatten veel onverzadigde vetten, transvetten en natrium en weinig micronutriënten of andere bio-actieve componenten zoals vezels. Relatief en soms absoluut zijn ze goedkoper om te produceren en ze zijn vaak relatief goedkoper voor de consument. Vaak biedt men ze de consument aan in superformaat en met kortingen, die de producent in feite niks extra kosten. Ze zijn beschikbaar in supermarkten en take aways, die vaak zeven dagen per week open zijn of ze zijn te koop in automaten op straat, bij tankstations, ziekenhuizen, scholen en dat soort plekken. Ze zijn geproduceerd door immens grote, transnationale voedselfabrikanten en voedselketens, waarvan de winkels of outlets lang open zijn, en ze zijn zo gemaakt dat ze overal gegeten kunnen worden. De producent promoot ze in nauwelijks gereguleerde kaders met de boodschap dat ze noodzakelijk zijn en een beter leven beloven en voorstellen en zelfs, als ze versterkt zijn met chemische micronutriënten, dat ze essentieel zijn voor de groei, de gezondheid en het welbevinden van kinderen.

Meer in het algemeen stelt ze dat deze producten:
Veel te veel energie bevatten, te hoog van smaak zijn, te makkelijk te verkrijgen en in te grote verpakkingen en dankzij agressieve marketing en reclame aan de man gebracht worden . Ze ondermijnen bovenal het normale verzadigingsproces waardoor ze overconsumptie veroorzaken en daardoor obesitas en ziektes die daarmee in verband gebracht zijn, zoals diabetes, ADHD en darmkanker.
Voedingspakketten die zijn samengesteld uit de types 1 en 2 zijn beter dan die met veel van het type 3 er in. Bijna alle light producten, verrijkte producten, zouden gezond zijn, maar zijn dat absoluut niet. Alleen de overheid kan met wettelijke bepalingen ingrijpen.

Het gaat bovendien niet alleen om het produceren van al deze hoog bewerkte producten, maar ook om de aard, het doel, de reikwijdte en de waarde van voedingswetenschap. Door alle alarmerende geluiden heeft deze wetenschap de kleur groen aangenomen. Maar voedingswetenschappers richten hun aandacht te veel op voedingseigenschappen van ingrediënten afzonderlijk in plaats van op voeding in zijn geheel. Als voedsel die nutriënten bevat, chemisch vaak, dan is dat hetzelfde als de natuurlijk equivalent, zeggen ze. Het is vooralsnog nog onmogelijk om dat te stellen omdat er van de chemische samenstelling en de chemische werking van veel nutriënten nog veel te weinig bekend is. Veronderstellen dat de producten uit de fabriek dezelfde zijn als uit de natuur, is een combinatie van stomheid en arrogantie of gebrek aan intelligentie en vakkennis.

Weg met de frisdranken in scholen, zegt Nestlé. Ondanks alle inspanningen om ze te weren en beloftes van Coca Cola en Pepsi Cola om zich te beperken, is de beschikbaarheid van frisdranken in Amerikaanse scholen van 2007 tot 2009 met bijna de helft toegenomen. Nestlé stelt dat ook frisdranken expliciet bij de hoog bewerkte producten horen. De verkoop ervan moet door de wet geregeld gaan worden.

Natuurlijk, zegt Nestlé, moeten we er hard aan werken om terug te keren naar een situatie waarin voedsel weer voedsel is, met een minimaal aandeel van hoog bewerkte producten. Om die omslag te bewerkstelligen is gezamenlijk eten aan tafel van groot belang. Dat zal niet van de ene op de andere dag te realiseren zijn, want een heleboel mensen weten niet meer hoe ze moeten koken. Jonge ouders zijn opgegroeid in gezinnen waar niet meer gekookt werd en waar eten altijd voor handen was, gekookt, voorgebakken, klaar om te eten.

En nog eens wat
In verband met de visie van Nestlé even aandacht voor het Convenant Gezond Gewicht

Overheid en jeugd werken samen voor gezonde jeugd in Nederland
Nederland krijgt de gezondste jeugd van Europa, juicht een op de redactie van Bouillon Magazine binnengekomen nieuwsbrief. Althans met deze ambitie ondertekende:
Albert Heijn, Friesland Campina, Unilever, Nutricia, Zilveren Kruis en Albron
Plus onder meer de gemeenten Amsterdam, Utrecht, den Haag, Rotterdam, Zwolle, Breda en Veghel.

Preventie en bestrijding van het echte overgewicht (is er ook nog onecht) en obesitas onder de jeugd gaat via JOGG, Jongeren op Gezond Gewicht. De JOGG richt zich op gezond eten en bewegen bij jongeren. Paul Rosemöller is voorzitter van het convenant Gezond Gewicht en JOGG bepleit bij het kabinet Rutte om deze samenwerking te blijven steunen.

Een en ander naar Frans voorbeeld. Ensemble prévenons l’Obesité des Enfants, Laten we samen overgewicht bij kinderen aanpakken. Maar in Frankrijk is het normaal de kinderen tussen de middag warme maaltijden voor te zetten. Dat hebben wij niet en dat is in dit geval een significante achterstand. Dus om nou meteen te praten over de gezondste jeugd van Europa…

Maar wie net Nestlé gelezen heeft, kan niet anders dan het hoofd zachtjes schudden in onbegrip. Deze partijen gaan het overgewicht bestrijden? Ze veroorzaken het juist. Dus hoe gaan ze dat aanpakken? Samen met de Voedingswetenschappers nog verder het donker in?

Pleit voor echt eten, voor eten afkomstig van gevarieerde boerderijen, waar mensenhanden zorgen voor ons voedsel en geen robotmachines die steevast vergeten liefde toe te voegen.

 


Keurslagers liegen over de verkoop van (plof)kip
Keurslagers liegen massaal over de kip die ze verkopen. Dit blijkt uit onderzoek met een verborgen camera bij 50 Keurslagers door Wakker Dier. Bijna de helft van de Keurslagers liegt haar klanten voor door het leven van hun (plof)kip mooier af te schilderen dan het in werkelijkheid is. Zo geven veel Keurslagers aan dat de goedkope kip die zij verkopen lekker buiten heeft kunnen scharrelen, een ruime stal heeft of wel tot een jaar oud heeft mogen worden. In werkelijkheid zitten hun kippen in een krappe schuur opgesloten, met ongeveer een A4’tje leefruimte per kip en worden ze al op een leeftijd van 6 á 7 weken geslacht.
Een medewerker van Wakker Dier deed zich bij 50 keurslagers voor als klant en nam het gesprek op met een verborgen camera. Van de 50 ondervraagde Keurslagers vertelden er 23 Keurslagers één of meerdere leugens. Van de 25 Keurslagers die werden gevraagd of de goedkope kip die ze verkochten lekker buiten kon lopen, bevestigde 40% dit ten onrechte. 22 Keurslagers zijn gevraagd naar de slachtleeftijd van de kippen (6-7 weken). 55% Loog hierover door een te hoge slachtleeftijd te noemen, tot de leeftijd van een jaar toe. Opvallend is verder dat de slagers, die als motto ‘verstand van lekker vlees’ hebben, op de meeste vragen over de leefwijze van de kip die ze verkopen, geen antwoord konden geven. Zo had 84% van de 32 Keurslagers die werd gevraagd naar de leefruimte van hun kip, hier geen idee van. Mogelijk durfden ze hun klanten de werkelijkheid – 15 tot 20 kippen per vierkante meter - niet te vertellen. Lariekoek
Veel Keurslagers vertelden harde tot hilarische leugens over de kip die ze verkochten:
“Slagers verkopen geen plofkip, dat ligt alleen in de supermarkt.”,
“Wij mogen plofkip niet verkopen, daar worden we op gekeurd.”,
“Keurslagers zijn koploper in het tackelen van het antibioticaprobleem.”,
“Ze eten biologisch en de huisvesting is biologisch, er zit alleen geen buitenren bij.”,
"Ik denk niet meer dan 10 per vierkante meter, maar ze kunnen naar buiten rennen als ze willen en daar granen pikken.”,
“Het is gelijk aan de drie sterren van Albert Heijn alleen is dat dan weer een merkje dat hun willen voeren en wij weer niet(…) wij krijgen straks vier sterren haha.”,
“Wij hebben kuikens dus dat is ongeveer een jaar. Als het boven het jaar is dan worden het al gauw kippen en dat soort dingen.”

Bekende merken stoppen met plofkip
Verschillende A-merken hebben al aangegeven over te stappen op kip met 1 Beter Leven ster van de Dierenbescherming, zoals Unilever, Wagner Pizza, Olvarit, Johma, Struik en Domino’s Pizza. In augustus zegde supermarkt Deen toe de plofkip volledig in de ban te doen. En ook de Coop doet dit voor een belangrijk deel van haar assortiment. Keurslagers lopen achter de feiten aan.
De landelijke Vereniging van Keurslagers probeert haar leden al meer dan een jaar ervan te overtuigen om in plaats van plofkip, Gildehoen te verkopen. Dit is een kip die slechts een weekje langer heeft mogen leven dan de plofkip, met circa 15 kippen op een vierkante meter leeft en qua welzijn onder het niveau van de één Beter Leven ster blijft, de kip met het laagste welzijnskenmerk van de Dierenbescherming. De meeste Keurslagers zijn echter plofkip blijven verkopen. Ook over het Gildehoen werden overigens veel onwaarheden verteld. Zo zou volgens een Keurslager de Gildehoen eigenlijk net zo goed zijn als vlees met drie sterren van de dierenbescherming terwijl het in werkelijkheid nog onder de normen voor 1 ster zit. Uit onderzoek blijkt dat 74% van de consumenten die naar de slager gaan, daar een betere kwaliteit vlees verwacht en 25% verwacht deskundiger personeel. In feite verkopen ze vaak gewoon plofkip en liegen ze daar ook nog eens over tegen hun klanten.

Plofkipleed
Plofkippen groeien in 6 weken uit van een donzig kuikentje van 50 gram, tot een vleeshomp van 2,2 kilo. Ze leven in een donkere schuur waar ze met ongeveer 20 andere kippen een vierkante meter moeten delen. Ze komen nooit buiten. Veel plofkippen hebben last van pijnlijke zweren aan poten en borst, hebben hartproblemen en bezwijken haast onder hun eigen gewicht. Ook gaat er in deze sector veel antibiotica om.


Nederlanders verdeeld over verbod op snoepreclame

Nederlandse consumenten zijn gelijkelijk verdeeld tussen voor en tegenstanders van een verbod op snoepreclame. 44% van de respondenten is voor een verbod op snoepreclame. 47% is het hiermee oneens. Dat blijkt uit de Foodmonitor van Food for Food en Intomart GfK. De stelling ‘Ik vind dat reclame op televisie voor snoep en frisdranken voor kinderen verboden moet worden’ is voorgelegd aan bijna 3.000 Nederlandse consumenten.
Hoe ouder consumenten worden, hoe meer ze het met de stelling eens zijn, blijkt uit het onderzoek. Opvallend is dat de antwoorden van de respondenten nauwelijks verschillen naar opleidingsniveau.
De discussie over snoepreclame gericht op kinderen speelt al tijden. Obesitas onder kinderen is een groot en groeiend probleem, en reclame zou hierop een negatieve werking hebben.
De complete uitslag en de exacte vraag van het onderzoek in de Foodmonitor is te lezen op www.foodforfood.info



Smerige vis in de Nederlandse supermarkten
Tien jaar geleden sloeg men alarm: We vissen onze zeeën leeg. Goede reden om vis te gaan kweken. Die wordt dan weer gevoed met vismeel, gemaakt van vis uit diezelfde zeeën, maar geen gekniesoor.

Er zijn soorten die je heel makkelijk kweekt, zoals de Tilapia en Pangasius die elke supermarkt in de vriezer heeft liggen en soms zelfs bij de afdeling 'verse vis'.
Pangasius kweken ze in Azië en niet zo'n klein beetje ook. In 1990 nog een bescheiden 10.000 ton, in 2008 meer dan een miljoen ton, honderd keer zoveel. Een derde daarvan komt op Europese borden terecht.

De Pangasius is een makkelijk vissie. Hij overleeft wonderwel in het sterk vervuilde water van de Mekong in Vietnam, een van de zwaarst vervuilde rivieren ter wereld, vol DDT, PCB's, arseen en een bonte mix van bestrijdingsmiddelen. De vis gaat er niet dood aan, maar die rotzooi zit wel in het vlees en dat mogen wij dan weer opeten.

En dat is nog niet alles. Alsof die vervuiling niet genoeg is, eten we ook nog een keer vis die vol geneesmiddelen tegen parasieten zit. Ook krijgt de Pangasius pre- en antibiotica toegediend en gebruiken ze het bestrijdingsmiddel trifluralin om plantengroei tegen te gaan in de kweekvijvers. Die stof is in Europa verboden omdat hij moeilijk afbreekt
en zich gemakkelijk ophoopt in de voedselketen. Bovendien geven veel kwekers de vrouwelijke pangasius een hormoonextract dat gewonnen wordt uit de urine van zwangere vrouwen. Om de vis sneller te laten groeien. En als de vis uiteindelijk 'geoogst' wordt, komt er nog eens een injectie met pentanatriumtrifosfaatoplossing (E451) bij. Dat is bedoeld als conserveermiddel, maar de vis wordt ook 10 tot 20% zwaarder. Pure winst, meneertje.

En deze vis ligt dus bij ons in de supermarkt. Terwijl de Nederlandse overheid verbiedt om paling te eten uit de Maas vanwege dioxine vervuiling, ligt deze zwaar vervuilde vis in de winkel. Dat is geen punt. Hoe is dit mogelijk?
Wij van Bouillon Magazine en Foodwatch vinden dit een grote schande. Dat moet bestreden worden. Daar is uw hulp bij nodig!
Word nu donateur en help mee
http://8965.cleverreach.de/c/7860877/3c822a9e5edb
Overtuig de overheid dat dit niet langer kan.

De boeren langs de Mekong die zich met de kweek bezighouden, krijgen een uitbuitingsvergoeding voor de kweek. De grote voedselproducenten maken er enorme winsten op, zoals vaker.

Doe nu een bijdrage
http://8965.cleverreach.de/c/7860877/3c822a9e5edb
en help mee
http://8965.cleverreach.de/c/7860877/3c822a9e5edb
om gif in ons voedsel tegen te gaan!

Hoe meer donateurs, hoe groter de druk op de politiek.
Foodwatch Netherlands
Fizeaustraat 23
1097 SC Amsterdam
Netherlands
info@foodwatch.nl


Rood vlees gevaarlijk
De NRC dijt uit tot een bron van info. Mooi zo.
Vorige week dinsdag 13 maart meldde de krant dat rood vlees eten het leven bekort.
En niet zomaar. Eet je veel rood vlees, een portie van 85 gram per dag, dan is de kans dat je binnen een jaar sterft 7 tot 19 procent groter dan wanneer je dat niet doet.
Het gaat om rood vlees van rund, varken en schaap.
Een en ander is gebleken uit een onderzoek onder 120.000 Amerikanen.
Het staat allemaal in het medisch-wetenschappelijk tijdschrift The Archives of International Medicine. En het is niet van de hand van meneer Stapel, dus alweer wat betrouwbaarder.

Kip, kalkoen en ander pluimvee vallen niet onder het dreigvlees. Wie veel rood vlees eet, krijgt nogal wat verzadigd vet, veel cholesterol en ijzer binnen en daarmee bedreig je hart en bloedvaten. Rood vlees bevordert ook de groei van darmkanker. Vermoedelijk schuilen de gevaren in de toegevoegde chemicaliën als groeibevorderaars, die bij verhitting vrijkomen.

Als commentaar schrijft de auteur van het artikel, Dean Ornish, dat de vleesindustrie meer bijdraagt tot het broeikaseffect dan al het verkeer bij elkaar. Wisten we al, maar we zeggen het toch nog een keer.


Nieuw Zeeland heeft geen Marmite meer

Ook in de NRC, ook een alarm, maar dan wat leuker. De Nieuw Zeelanders komen qua Marmite droog te staan. Hier in Nederland is dat umami smeerspul voor op de boterham niet zo populair dat Mark Rutte er zich mee moet bemoeien. Daarginds wel.
Producent Van Heerden, van het populaire Sanitarium, heeft veel schade aan zijn fabriek door de aardbeving van vorig jaar. Het probleem kan niet echt groter worden, want vanuit Australië importeren ze Vegemite, net zo lekker. “En als je je toast eerst verwarmt, kun je onze Sanitarium dunner smeren. Helpt ook,” zegt Van Heerden. Intussen bieden fans op het internet al 40 euro voor een potje van 250 gram. Hup koffer vol en naar de Kiwi’s ermee. De douane moet maar geloven dat je verslaafd bent. Het kan nooit verboden zijn, want bederf is niet mogelijk.


Bloedsinaasappel is koukleum

Alweer NRC: de bloedsinaasappel kleurt rood als hij koud weer over zich heen heeft gehad. Dat zit in zijn genen. Pas bij lage temperatuur komt een bepaald gen tot leven, tot die tijd slaapt het. Het gaat om het gen Ruby, een anthocyaan en zijn transposon, een springerig soort DNA aanhangsel. Alle sinaasappelen hebben die Ruby, maar niet allemaal reageren ze zo op de kou. De bloedsinaasappel erfde zijn Ruby van de pomelo.
Enfin, de bloedsinaasappel, daar maken we dekker bittere marmelade mee.


20 februari 2012 Will Jansen in het programma Radar

lees hier het artikel en bekijk de uitzending:
http://www.trosradar.nl

 


Prachtige verhandeling over flesjes water:
http://www.youtube.com/watch?v=Se12y9hSOM0



En toen snapte ik eindelijk hoe het zit met die E-nummers:
Ze maken je dik via je hersenen

tekst Will Jansen

Zit te lezen in het boekje 100% Gifvrij van Julia Kang. Deze van oorsprong Koreaanse heeft een boek geschreven om uit te leggen hoe je met een natuurlijke levensstijl slank & gezond kunt blijven. Dat is op zich niet bijzonder. Wel bijzonder is dat zij dik worden in verband brengt met de chemische voedseladditieven, de vermaledijde E-nummers. En nu niet meteen melden dat er ook gezonde E-nummers zijn, want dat weet ik ook wel. Ik bedoel dus de synthetische, de chemische E-nummers. De additieven die fabrieksmatig aan ons voedsel worden toegevoegd. Dus ook de zogenaamd natuurlijke additieven die in laboratoria zijn vervaardigd. Eindelijk heb ik via Julia Kang uitgelegd gekregen hoe de E-nummers ons dik maken, welk dieet we ook volgen en hoezeer we ook, als jojo’s telkens proberen af te vallen.

Gezondheidsbedreigers
Even terug naar de tijd dat ik met Alain Caron voor Miljonair reportages maakte van Europese drie sterren restaurants en hun beroemde chefs. Bij die chefs kreeg je de allerlekkerste dingen te eten, met smaken die oorspronkelijk en natuurlijk waren. En die smaken vond ik nooit terug bij ons in de winkels. Daar smaakte alles minder, vlakker, zoeter en zouter. Hoe kwam dat? Volgens mij kwam dat door de bewerking van de ingrediënten. Die bewerking bedierf de smaak.
Al zo lang als ik bezig ben met mijn zoektocht naar de smaakbederving, zijn de E-nummers verdacht. Hoe kan het dat de tomatenpuree en ketchup van de tomaten van George Maelstaf uit Zuid-Frankrijk, leverancier van de Pourcels van Le Jardin des Sens in Montpellier, zo achterlijk veel lekkerder zijn dan die van Albert Hein of Heinz of welke andere tomatenketchupmaker dan ook. Dat het door de smaakmakers, de conserveermiddelen, de smeer- en vulmiddelen en de opkleurders komt, voelde ik al die tijd aan mijn water. Toen ik in 2007 het boekje van Corinne Gouget opduikelde in Monaco, ging er een wereld voor me open. Die E-nummers zijn niet alleen smaakbedervers, maar ook gezondheidbedreigers van de eerste orde.

Aspartaam en smaakmaker 621
Van lieverlee kregen grote boosdoeners als E 621 en E 950 en 951 (mononatriumglutamaat, aspartaam en acesulfaam) wat mij betreft ook de schuld voor de gigantische, groot epidemische vraatzucht, de obesitas, de ouderdomssuiker bij jonge mensen, het overgewicht en de opgefokte kinderen. Ik wist alleen niet hoe. Dat het door de mond naar binnen kwam en dat die aandoeningen pas epidemische vormen zijn gaan aannemen in de laatste dertig jaar, waren voor mij de aanwijzingen dat het de E-nummers moesten zijn die een rol speelden. Want de voedselindustrie stopt ze pas sinds halverwege de jaren zeventig op grote schaal in ons eten. En nu weet ik dus dankzij mevrouw Kang hoe dat inderdaad tot stand komt.

Detox dieet
Julia Kang wijdt er een hoofdstuk aan. Ze is als eetgek die vrij plotseling te dik werd, alles over eten en dik worden gaan opzoeken. Net als Gouget bestudeerde ze allerlei onderzoeksresultaten en wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp. Ze vroeg zich af hoe het kan dat mensen die lijnen, die lightproducten eten en drinken, weliswaar even afvallen omdat ze minder eten, maar daarna vaak zelfs boven hun oude gewicht uitkomen. Ze legde ook een link tussen dikker worden en het gebruiken van de anticonceptiepil, waar je altijd wel een paar kilo van aankomt en ook de extra kilo’s die haar vader erbij kreeg toen hij prednison moest gaan slikken. Het was de chemie. Langs die gedachtegang stuitte zij op het werk van Dr.Baillie Hamilton die het boek The Detox Diet schreef, het Detox-dieet zoals het boek in het Nederlands heet.

Chemie maakt dik
Dr.Baillie Hamilton, die wetenschappelijk onderzoek pleegt naar de menselijke stofwisseling, zegt dat we dik worden van de chemie. Niet alleen veel eten, maar ook het gif in ons eten maakt ons dik. De chemicaliën zorgen voor overgewicht. Hoe gaat dat in zijn werk? Het zijn de hormonen die ons gewicht reguleren. Wij zijn van nature slank, omdat we van oorsprong jagers zijn en nomaden en dus te veel gewicht altijd lastig voor ons was. Niets van wat we eten zet zich om in vet zolang dat geen functie heeft. Wanneer heeft het wel functie? Als een vrouw zwanger is of als we de wintertijd ingaan. Het lichaam, de hersenen, regelt dat gewicht of de vetproductie via onze hormonen. Dat noemt Baillie het natuurlijke slankheidsvermogen. Er zijn twee externe factoren die het gewicht bepalen: eten en bewegen. Maar daarnaast zijn er de interne factoren die ons gewicht bepalen.

Hormonale schade
Externe factoren zijn dus eten en bewegen. Interne factoren zijn de hormonen, waaronder de catecholaminen (adrenaline en dopamine), de schildklierhormonen, insuline, groeihormonen, steroïden, geslachtshormonen en leptine (hongerhormoon). Geeft de schildklier te weinig hormonen af, dan worden we dik. Geeft de alvleesklier te weinig insuline af, dan ga je zoet eten en van suiker word je dik. Te weinig oestrogeen leidt tot vetophoping en ga zo maar door.
Onze hersenen sturen ons gewicht aan op advies van de hormonen. Geven de hormonen aan dat er geen vet nodig is, dan regelen de hersenen de verbranding van het vet. Heeft het wel zin om vet te bewaren, dan regelen de hersenen de opslag.
Belangrijk voor ons lichamelijk functioneren zijn verder de zenuwen, als communicatiekanalen en de bouwstenen zoals vitaminen, koolhydraten, eiwitten, vetten en anti-oxidanten. Eet je te weinig bouwstenen, dan boet het natuurlijke slankheidsvermogen in. Te dikke mensen hebben vaak een flink gebrek aan vitaminen en mineralen. Die zitten niet in snacks, fast-food of kant-en-klaar.

Vetopslag
De meeste chemische stoffen brengen hormonale schade toe wat vaak leidt tot gewichtstoename. Daarnaast is er nog de vetregulering. We krijgen bij onze geboorte een vaste hoeveelheid vetcellen mee. Die worden als het nodig is gevuld op last van de hersenen die adviezen krijgen van de hormonen. Als de hormonenhuishouding door de chemische additieven verstoord wordt, geven ze verkeerde adviezen af. De hersenen gaan cellen vullen terwijl dat niet nodig is. Bovendien, het gevaar komt van twee kanten: de lever kan al het schoonmaakwerk niet aan en slaat het chemische gif voorlopig op in het vet. De lever kan de rommel van de synthetische additieven wel aan, maar vaak is er te veel werk. Dan krijgen de hersenen het advies om vetcellen te vullen zodat de lever daar zijn rommel in kwijt kan.

Wat nu met al je kilo’s?
Simpeler kan het niet. Probeer de chemische additieven te mijden. Eet zo veel mogelijk zonder E-nummers. Die troep zit ook in medicijnen en cosmetica, dat maakt het ingewikkelder. Maar voorlopig eet je biologisch en zo vezel- en mineraalrijk mogelijk. Eet voldoende vitaminen en niet die uit de fabriek. Komen er geen gifstoffen in je lichaam, dan worden er geen vetcellen gevuld en val je af. Let maar op. Eet bio en grijp niet naar light-producten. O, ja, en laat je ook niet verleiden tot een maagverkleining. Het effect daarvan is dubieus, het spekt alleen de gezondheidsindustrie. Ziekenhuizen moeten commercieel draaien en worden betaald per handeling. Dus kosten de maagverkleiningen 36 miljoen per jaar. Bezuinig echt en eet bio.

Titel: 100% Gifvrij
Auteur: Julia Kang
Uitgeverij: NwA'dam
ISBN: 9789046811214
Prijs: € 16,95

 

Samenstelling Europese Voedingsmiddelen Autoriteit EFSA discutabel
Of helemaal niet, het is maar hoe je het bekijkt. Vier van de leden zouden onmiddellijk moeten opstappen, van zeven anderen mogen nadere verklaringen worden verwacht.

Gerommel bij de EFSA
De EFSA adviseert de Europese Commissie via een apart panel onder meer over de veiligheid van voedseladditieven. Zijn smaakversterkers, kleur- en zoetstoffen, plak-, conserveer- en vulmiddelen wel veilig? Leden van de EFSA moeten melden of ze banden hebben (gehad) met de voedselindustrie. Het dagelijks bestuur van het gezondheidspanel hoeft dat niet, maar heeft afgesproken dat toch te doen. Dat is nobel.
Minder nobel is dat elf leden informatie hebben achtergehouden omtrent hun achtergrond en dat vier van die elf eigenlijk met onmiddellijke ingang zouden moeten opstappen. Een van die vier is de Nederlandse vice-voorzitter, de Wageningse professor doctor Ivonne Rientjens. Een andere is toxicoloog Gerrit Speijers, zelfstandig werkend rapporteur van het EFSA-panel.

Nieuw onderzoek naar aspartaam
De Europese Commissie wilde van de EFSA nieuwe informatie omtrent de veiligheid van aspartaam. Een Deens onderzoek onder 60.000 zwangere vrouwen en een Italiaans onderzoek roepen opnieuw vragen op over de veiligheid van het nummer E-951. De EFSA heeft de vraag om nieuw onderzoek naast zich neergelegd: "omdat ze in 2006 al een onderzoek gedaan heeft en aspartaam pas in 2012 weer op de rol staat." Begin 2011 verklaarde de EFSA nog dat er geen enkele reden is om de veiligheid van aspartaam in twijfel te trekken

E 951, aspartaam leidt tot vroeggeboorte, zegt Deens onderzoek
Het Deense onderzoek, onder leiding van Thorhaller Halldorsson, heeft verband aangetoond tussen het gebruik van aspartaam en vroeggeboorten. De Italiaan Morando Soffritti stelde op zijn beurt een verhoogd aantal long- en leverkankers vast bij aspartaamverslaafde muizen en ratten. “Dat is alarmerend,” vindt SP-Europarlementariër Kartika Liotard, die al lang waarschuwt tegen de gevaren van overmatig aspartaamgebruik. “Veel mensen drinken bij warm weer zomaar anderhalve liter light drank per dag en nemen later nog een fruityoghurt, kauwen een paar kauwgummetjes weg of doen zoetjes in hun koffie.”

Hoezo veilig?
Het veilig verklaren van aspartaam en de weigering van de EFSA om deze zoetstof nader te onderzoeken, komt in een raar daglicht te staan als je weet dat professor Rientjens sinds 2005 geld ontvangt van voedingsgigant Nestlé voor haar laboratoriumonderzoek naar smaakstoffen en flavonoïden. Sinds 2010 krijgt ze bovendien geld van het IOFI, een Internationale Organisatie van Kleurstoffenindustriën. Ze is daarnaast adviseur van de Amerikaanse kleur- en smaakstoffen Associatie FEMA. De heer Speijers zou adviezen geven aan Pepsico en Danone. Beide Nederlanders hebben deze informatie bij hun aanstelling niet opgegeven, terwijl ze daartoe wel verplicht zijn. Dit is vastgesteld door onderzoeksbureau CEO, Corporate Europe Observatory. http://www.corporateeurope.org/

Reactie Rientjens
Professor Rientjes verklaarde in een reactie dat aspartaam niet onder het onderzoek van de EFSA valt. Zou dat wel het geval zijn, dan zou ze zou ze wel degelijk vooraf hebben gemeld dat ze belangen heeft. Speijers zou bij eventuele evaluaties van kleurstoffen en andere additieven van Pepsico de betreffende vergadering verlaten. Zijn naam is overigens sinds de publicatie van het CEO-rapport niet meer terug te vinden op de EFSA-website waar hij voorheen als rapporteur wèl vermeld stond.

Voorzitter niet zuiver
De voorzitter van de EFSA, John Christian Larsen, heeft zijn relatie verzwegen met het ILSI, een denktank en lobbygroep die door de voedselindustrie wordt gesponsord. Ook al zou hij er niet voor betaald worden, dan nog is het volgens de eigen EFSA-regels een vertrouwensbreuk en zou Larsen moeten opstappen. EFSA ziet de ILSI trouwens meer als een praatgroep dan een wezenlijk platform voor uitwisseling van kennis. Maar belangenverstrengeling ontstaat als panelleden vooringenomen standpunten zouden kunnen hebben, bijvoorbeeld overgenomen van discussies bij de ILSI. Bij het Europese Medicijnen Agentschap staan banden zoals die van Larsen, Rientjens en Speijers op de zwarte lijst. Dat zou volgens CEO voor de EFSA ook zo moeten zijn.

Nog meer bedenkingen
Andere namen waar CEO bedenkingen tegen heeft zijn: de Oostenrijkse professor Jürgen König, die banden met Danone en Nöm heeft verzwegen. De Belgische professor Paul Tobback, lid van het FEVIA, een lobby van de Belgische voedselindustrie, en adviseur van de supermarktketen Carrefour. De Ierse Ilona Pratt heeft diverse keren zitting gehad in ILSI-werkgroepen, die ze niet gemeld heeft. Meerdere leden hebben banden met de ILSI. Bont maakt het de Française Dominique Parant-Massin, die werkte voor Coca Cola in 2009 en van 2005 tot 2008 adviseur was van Ajinomoto, de grootste producent van aspartaam in de wereld. Pas in 2011 trad ze terug als aspartaam of andere zoetstoffen op de agenda stonden.

Snel rechtgezet
De EFSA heeft een lange brief gestuurd aan CEO om uitleg te geven, maar vooral om het rapport van CEO volledig onder de tafel te schuiven, omdat het vol met feitelijke onjuistheden stond. Opmerkelijk is wel dat van de heren Larsen, König en Speijers alsook mevrouw Pratt inmiddels meer informatie op de EFSA lijsten terug te vinden is. Dat was enkele dagen na het verschijnen van het CREO-rapport begin juni spoorslags geregeld. Geen van de betrokken personen is opgestapt. Wel zijn er vijf nieuwe leden benoemd omdat dat de afspraak is, iedere twee jaar. Bij die vijf zijn er enkele die volgens CEO ook niet helemaal helder zijn over hun belangenverstrengeling. De EFSA zou er goed aan doen zijn leden tot meer openheid van zaken te dwingen en zich in te spannen om de indruk weg te nemen als zou het een EU-panel zijn waar wetenschappers proberen te voorkomen dat de belangen van hun opdrachtgevers in de knel raken. Om onze gezondheid gaat het vaak niet uitsluitend.

Laatste nieuws!
Overigens, en dat maakt dit verhaal extra opmerkelijk, vernemen we op donderdag 18 augustus dat de website van CEO is gehackt en databestanden zijn vernietigd. Toeval?

 

 

De Tijd, 29 juli 2011

Europa gelooft amper in voedsel dat gezonder maakt
tekst Dirk de Wilde

Heel wat voedselproducenten moeten in de komende maanden hun reclamestrategie aanpassen. Ze moeten hun beloftes inzake gezondheidsvoordelen van hun producten in de loop van 2012 intrekken. Onder meer Danone en Red Bull vertellen de consument vandaag niet de waarheid. Van de 4.600 beloftes die producenten doen en waartoe ze een aanvraag hebben ingediend, aanvaarden de experts van de Europese Commissie er maar 510.

Enkele jaren geleden besliste Europa flink te snoeien in de zogenaamde gezondheidsclaims, reclameboodschappen waarbij voedingsproducenten een of ander positief gezondheidseffect beloven. Die gezondheidsclaims maken al jaren opgang, maar ze zijn dikwijls vaag en/of weinig betrouwbaar. Daarom mogen ze voortaan maar gebruikt worden als ze officieel als correct beschouwd worden.

Wetenschappers van het Europees voedselagentschap hebben maandenlang een hele reeks aanvragen onderzocht. Er kwamen er 44.000 aanvragen binnen, maar ze konden teruggevoerd worden tot een 4.600 bestanddelen. Telkens werd nagegaan of dat voedingsbestanddeel deed wat beloofd werd.

De Europese Commissie gaat nu samen met de lidstaten de wetenschappelijke adviezen omzetten in politieke beslissingen. Claims die verworpen worden, moeten na zes maanden uit de reclame verdwijnen.

Fabrikanten hebben de afgelopen maanden trouwens al heel wat erkenningsaanvragen ingetrokken, omdat ze ze niet konden hardmaken. Het gaat onder meer om de producten Yakult, Activia en Actimel. In de reclame worden de claims wel nog gebruikt.

De consumentenorganisatie BEUC toont zich tevreden. Wel waarschuwt ze dat niet iedere correcte claim ook relevant is. De meeste mensen hebben bijvoorbeeld geen extra vitamines nodig. Ook betreurt de BEUC dat voedingssupplementen op basis van planten nog niet gecontroleerd zijn.
Link naar het artikel

 

Op 8 juni 2011 leverde foodwatch de Gouden Windeitrofee af bij het hoofdkantoor van Unilever. Diverse media vergezelden het foodwatchteam om de reactie van de winnaar vast te leggen. Helaas weigerde Unilever de prijs in ontvangst te nemen. Foodwatch vindt dit een gemiste kans! Gezien de ambitieuze plannen van de fabrikant op het gebied van duurzaamheid zou het juist goed zijn om ook duurzaamheid op het gebied van communicatie na te streven en consumenten op een transparante manier voor te lichten over al zijn producten.

Bekijk hier hoe de uitreiking is verlopen.

Steun foodwatch! Vindt u ook dat producenten eerlijk moeten vertellen wat er in uw voedsel zit? Word dan foodwatch-donateur en steun ons in de strijd voor gezond, eerlijk en veilig voedsel!

Alvast hartelijk dank.
Met vriendelijke groeten,
Bart van Opzeeland


We horen al langere tijd verhalen over Genetische Gemanipuleerde soja en dat zal hier in Nederland ook wel weer het nodige Boeh-geroep geven op "wetenschappelijke blogs", maar het filmpje op deze pagina zette òns aan het denken: www.wanttoknow.nl


Leuk interview met Will Jansen, op youtube


Gezond?

Foodwatch timmert aan de weg. Met de regelmaat van de klok worden producenten aan de schandpaal genageld vanwege hun onterechte gezondheidclaims en misleidende marketing praatjes. Zeggen ze bijvoorbeeld dat aan elkaar geplakt vet en zetmeel met wat nootjes, rozijnen en een soort gedroogde yoghurt ertussen, gezond is voor je. Daar prikt Foodwatch doorheen. Het moest toch ook niet mogen?
Onlangs kreeg Albert Heijn maar weer eens een Foodwatch draai om de oren voor hun supermagere rundvlees. Dat magere klopte wel, want er zat meen ik 50% soja in, ze mochten het dus geen rundvlees noemen. Het Voedingscentrum maakte zich belachelijk door er Albert Heijn in 2010 een innovatieprijs voor te geven.

Naast Foodwatch is er een nieuw advertentie tegen het licht houden fenomeen, Gatvertentie, naar het idee van heer Dick Veerman. Ik hoop dat hij evenveel respons gaat krijgen als Foodwatch, al snap ik niet helemaal dat hij ook zijn partij mee moet blazen. Het versnippert de aandacht en dat brengt ons verder van huis.

Niemand dus die er op zit te wachten dat ik ook nog eens een duit in het zakje doe. Zou ik ook niet doen als ik vanmiddag, thuisgekomen van boodschappen doen, niet volkomen bescheten naar mijn aankopen zat te kijken. Bij de Plus had ik drie bakjes knabbeltjes met droog fruit en noten gekocht. Overheerlijk en gezond, stond er op. Thuisgekomen kijk ik beter en schrik. Ik tel negen E-nummers. Allemaal bedoeld om gedroogd fruit langer houdbaar te maken of een betere kleur te geven. We hebben het dan over een bakje Cranberry fruitmix met rozijnen, abrikozen, kokos, banaan, papaya, cranberry en verder een stuk of 25 toevoegingen.

En let op, alle toegevoegde E-nummers staan in het gidsje Wat zit er in uw Eten? in het rood. Alleen E 330, citroenzuur krijgt groen. Daar heb ik ook mijn bedenkingen tegen, want er wordt zoveel citroenzuur in de voedingsindustrie verwerkt, dat de citroenen volgens mij niet aan te slepen zijn. Het is waarschijnlijk synthetisch zuur en alleen om die reden zou ik het al vermijden.
In het bakje Cranberry Fruitmix gaat het om de kleurstoffen briljantblauw, zonnegeel, tatrazine, en cochinel rood. Die zijn volgens mij sowieso al verboden, of is dat alleen maar voor kindersnoep? Verder moet ook gedroogd fruit geconserveerd worden. Met zwaveldioxide, kaliumsorbaat, natriumbetamissulfiet en antivries. Antivries? Nou ja, op het pakje noemen ze het propylaanglucol, E 1520. Als je antivries puur binnenkrijgt, kun je blind worden. In honden en kattenvoer mag het niet verwerkt worden.
Ik ga verder niet opnoemen welke risico’s er allemaal volgens het gidsje in dit bakje zitten. Ik ging er van uit dat ik een flinke handvol gezond kocht, om van te knabbelen in plaats van pinda’s of chocoladerozijnen. Braak.


4 februari 2011

Unilever haalt bakzeil met Blue Band Goede Start witbrood

Unilever mag van de Reclame Code Commissie niet langer de gezonde effecten claimen van Blue Band Goede Start witbrood. Frank Jonkers, een doodgewone consument, heeft deze zaak aanhangig gemaakt en gewonnen.
Als consument kun je dus de misleidende praktijken in de levensmiddelenindustrie gewoon zelf aanpakken. Jonkers won zijn zaak bij de Reclame Code Commissie (RCC) tegen de misleidende reclame van Blue Band Goede Start witbrood. Unilever wilde na de uitspraak een beroepsprocedure starten, maar heeft die weer ingetrokken, nadat Foodwatch Jonkers juridische hulp bood. Unilever moet zijn advertenties aanpassen.

Jonkers beklaagde zich in 2010 over Blue Band Goede Start, wat volgens Unilever wit brood is, waar volkoren in zit. Tijdens de procedure voerde Unilever aan dat witbrood “in de letterlijke zin van het woord” geen volkoren bevat en dat consumenten in die context moesten begrijpen dat het witbrood niet even gezond is als echt volkorenbrood.
De reclame van Blue Band Goede Start witbrood is oneerlijk, oordeelde de Reclame Code Commissie, omdat deze wel degelijk het witbrood als volkoren brood aanprijst. Unilever beperkt het vermogen van consumenten
om doordacht te beslissen, door de suggesties die in de reclame worden gewekt.

De gemiddelde Nederlander weet best dat hij genoeg vezels moet binnenkrijgen. Maar de Gezondheidsraad concludeerde vorig jaar dat slechts een op de tien mensen de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid
vezels binnenkrijgt. Producten met onterechte vezelclaims dragen bij aan die ongezonde trend.
Extra kwalijk, vinden zowel Jonkers als Foodwatch, dat de marketing zich specifiek op ouders richt. Juist kinderen, de uiteindelijke doelgroep, zouden niet zo vroeg in hun leven aan een product moeten wennen, dat
minder voedingswaarde heeft dan volkorenbrood.

Foodwatch blijft na dit succes samen met consumenten in actie komen tegen de misleidende marketing van bewerkt eten dat te duur, te zout, te vet, te zoet is of te weinig vezels bevat. “Consumenten moeten hun
rechten opeisen. Als zij van zich laten horen, kan er werkelijk iets veranderen in de voedselindustrie”, zegt Bart van Opzeeland van Foodwatch. “Wij willen er uiteindelijk samen voor zorgen dat de industrie eerlijk, duurzaam en gezond eten gaat leveren.”

Wie gezond en eerlijk eten belangrijk vindt, kan via www.foodwatch.nl e-mails sturen om producenten te vragen voortaan eerlijk te zijn over hun producten.
Foodwatch is een onafhankelijke non-profit consumentenorganisatie, die sinds begin 2010 actief is in Nederland en sinds 2002 in Duitsland. In Duitsland wordt de organisatie gesteund door ruim 18.000 donateurs. Foodwatch ontvangt geen geld van overheden of de levensmiddelenindustrie. Foodwatch onderzoekt, overlegt en werkt aan betere regelgeving en roept samen met consumenten fabrikanten op tot
eerlijke, heldere informatie over voedsel. Telefoon: 06-15966428, mail: bart.van.opzeeland@foodwatch.nl.

Wat niet op het etiket vermeld hoeft te worden, stoppen we er lekker in
Vanuit de VS komen verontrustende berichten. Nutrasweet, voormalige onderdeel van Monsanto en producent van Aspartaam, is het gekonkel en de processen tegen zijn zoetmaker zat en brengt nu Neotaam op de markt. Hoeft niet op het etiket vermeld te worden en is zoeter dan Aspartaam, dus voordeliger.

Naar het schijnt is neotaam nog giftiger dan aspartaam, maar er zal minder van gebruikt worden in bijvoorbeeld frisdranken.. Maar ook de producenten van bio-producten mogen het gebruiken, omdat het op geen enkele lijst voor komt. En het gaat om the money, dus wat houdt ze tegen?

Maar dat is nog niet alles, zegt Barbara H Peterson van USDA Organic; in het veevoer is ook Neotaam verwerkt, alleen heet het daar Sweetos. Het wordt gebruikt als vervanger van melasse. Sweetos, aldus woorvoerder Craig Petray van NutraSweet, onderdeel van Searle, een voormalige divisie van Monsanto, verhult nare luchtjes. Dieren eten niet graag voer dat ranzig ruikt, want dat vertrouwen ze niet. Beetje Sweetos erbij en je kunt ze alle rotzooi van de wereld laten eten.

Omdat Neotaam ook in de industriële bio-producten wordt verwerkt is het zaak om alleen nog te kopen van de lokale, regionale boer.

Het nare geheim van MSG
tekst Boye Jansen
Serotonine is een neurotransmitter. Zeg maar een communicatiewerktuig van je brein.
Het speelt een aanzienlijke rol in je gemoedstoestand. Wanneer er veel serotonine in je brein loskomt, voel je je goed en als er te weinig is, voel je je niet goed. Normaal gesproken is er van dit stofje in een gezond mensenbrein een prima balans aanwezig, maar door verkeerde dingen in je mond te stoppen, kan die balans danig verstoord worden.

Serotonine is de boodschappenstof die door een zenuw wordt afgescheiden om een signaal over te brengen naar de tegenoverliggende zenuw. De zenuwen zijn gescheiden door een soort spleet, de synaps. Die voorkomt dat er niet voortdurend gecommuniceerd wordt. Bij de overbuurman aangekomen, hecht de boodschap zich aan een receptor. De serotonine is de sleutel, de receptor het slot. Gaat het slot dicht, dan gaat de serotonine terug naar af.

Je gemoedstoestand of ‘mood’ is een belangrijk onderdeel van je dagelijks leven. Op basis daarvan neem je beslissingen, je denkt over jezelf na, je werkt harder of juist minder hard, je hebt lief, praat met je baas, herschikt een bos bloemen en kijkt om je heen. De meeste mensen vinden het dan ook erg fijn als ze zich goed voelen, je wil immers liever met een glimlach dan een traan door het leven gaan.

Te veel serotonine en de zogenaamde Mono Amino Oxidases, oftewel MAO’s treden in werking. Wanneer het ene deel van je hersenen door middel van een serotonine bombardement met het andere deel van je hersenen communiceert, regelen de MAO's dat na de serotonine opname de overgebleven serotonine-units worden teruggestuurd, omdat anders het systeem overbelast wordt. Dat zorgt ervoor dat de serotonine receptors niet te veel, te lang en te vaak open gezet worden. Het probleem is namelijk dat jouw hersenen als noodmaatregel de overgebombardeerde receptors een tijdje uitschakelen. En als die te vaak overgebombardeerd zijn, worden ze zelfs verwijderd. Als dit gebeurt, uit zich dat in ons bewustzijn als depressie en bij de uitschakeling van een groter aantal receptoren als chronische depressie.

De natuurlijke balans van dingen lekker of leuk vinden en andere dingen vies of vervelend, is dus van belang. Het is net als genoeg beweging, genoeg mentale uitdaging, genoeg rust, alles met mate, alles in balans. Heel belangrijk is daarbij een gezonde balans in je voeding. Wij vinden sommige dingen lekker. Als we iets lekker vinden zorgt dat in ons brein voor een serotonine of dopamine release. Simpel gezegd, als jouw smaakpapillen op precies de goede manier gekieteld worden, zorgt dat ervoor dat jij je goed voelt. Het feit dat je iets lekker vindt, is gebaseerd op allerlei elementen. Het kan zijn dat je een goeie herinnering hebt aan de eerste keer dat je spruitjes at, waardoor het voor jou voor altijd goed zal smaken. Het kan zijn dat de grote dosis vitamine c in een lychee je een keer gered heeft van een zonnesteek, waardoor jouw geest heeft opgeslagen dat dit fruit goed voor je is en je het dus lekker vindt.

Dat lekker vinden wordt vaak veroorzaakt door smaakmakers, met als meest gebruikte: MSG/ E621/mononatruim glutamaat, soms ve tsin genoemd. MSG is een gemodificeerd zout dat zo gemaakt is dat het - ongeacht je persoonlijke voorkeur - alles waar dat stofje in is gestopt, lekker voor je maakt. Waardoor je vaak en onnodige serotonine releases krijgt en het systeem uit balans raakt. De kans dat dit gebeurt is groter, naarmate je veel eten binnen krijgt dat is versterkt met MSG. MSG communiceert bovendien met de hersenen via je bloed, zoals alle glutamaten. Dat is effectiever, maar in dit geval gevaarlijker. De natuurlijke balans in je brein wordt verstoord, want de serotoninereceptoren worden overbelast, waardoor je op een gegeven moment niks meer leuk vindt. En dat is nou juist NIET de bedoeling. Want door je downstemming gaat je algehele gezondheid achteruit en begin je je anders te gedragen, te misdragen misschien wel. Bovendien, als je dan alles als even lekker ervaart, maakt het ook niet uit dat het stompzinnig vet, zetmeel, soja of maïs is. Je propt het naar binnen, want je registreert het als lekker. Door het eten van al die vulmiddelen word je dik of sloom of moe. Te veel MSG veroorzaakt dus effecten waarvan men de oorzaak vervolgens in een heel andere hoek zoekt. Met allerlei vage medicijnvoorschriften als gevolg.

Omdat MSG in meer dan 8000 eetproducten voorkomt en dagelijks meer serotonine losmaakt dan nodig is, wordt je natuurlijke biochemische balans voortdurend verstoord. Een neuroloog of psycholoog zal je kunnen uitleggen dat deze verstoring ook de oorzaak kan zijn van gedragsstoornissen. Oké, MSG komt van nature voor in tomaten en in parmezaanse kaas (daarmee proberen wetenschappers je vaak de mond te snoeren), maar die dingen eet je niet de hele dag, 365 dagen per jaar. Maar iedere dag snacks, industriële vleesproducten, cup-a-soups, kant-en-klare gerechten, frikadellen, gehaktballen uit de diepvries en opgepimpte pizza’s maken van MSG een sluipmoordenaar van je gemoed.

Sommige mensen zijn van nature overgevoelig voor MSG. Te dikke mensen worden dat vaak ook. Verder zijn er onderzoeken die zeggen dat glutamaten bij jonge kinderen hersenschade veroorzaakt, maar er zijn ook onderzoeken die zeggen dat ze dat risico niet hebben gevonden. Hoe dan ook zijn de effecten normaal gesproken subtiel, behalve bij dag-in-dag-uit gebruik, een groot aantal jaren achtereen. En daar schuilt dus het gevaar.

Logisch gesproken zou je kunnen zeggen: waarom MSG gebruiken om de smaak van smakeloze producten op te pimpen, als niet nadrukkelijk bewezen is dat het geen schade berokkent. Stop het er voorlopig niet in en maak de consument niet wijs dat vet of meel veel smaak heeft.
Belangrijker is misschien nog wel de disbalans-gedachte. Als we alsmaar dat lekker gevoel opgedrongen krijgen door de MSG, raakt ons gemoed uit balans en de serotoninereceptoren in de war. Op de lange duur is dat schadelijk. Reden om het zoveel mogelijk te mijden.
Bungyjumpen is ook niet per se gevaarlijk. Ik ken zat mensen die het toch uit hun hoofd laten.

Voor halverwege de winter wat eetadviezen
Tip 1
In de winter slapen we bij, zoals eigenlijk veel zoogdieren. Om goed te kunnen slapen, eten we elke dag twee onrijpe bananen. Daar zit melatonine in en dat regelt onze biologische klok, het waak-slaap ritme. Vooral als je wat ouder bent, is de hersenproductie van melatonine minder. Bovendien hebben onrijpe bananen, in tegenstelling tot rijpe bananen, langzame suikers. Je hebt dus minder snel weer trek.

Tip 2
Voor elke twee dagen doen we een theelepel kurkumine in ons eten. Die wortel kun je gemalen bij de toko kopen en zit ook veel in kerriepoeder. Kurkumine is een wondermiddel. Het stond bij oude Indogermaanse volken al in hoog aanzien. Het is heilig voor de Hindoes en staat met zijn wonderbaarlijke eigenschappen uitgebreid beschreven in oude Indische teksten.
Zomaar een aantal eigenschappen.
1.goed voor een zwakke maag, tegen flatulentie en dyspesie.
2.goed tegen geelzucht en aandoeningen van de urinewegen.
3.werkt flink bij allerlei ontstekingen in het spijsverteringskanaal.
4.Innemen met wat honing zodra een ontsteking dreigt of een verkoudheid zich aankondigt.
5.Goed tegen zwemmersoor.
6.In China en India gebruikt tegen artritis.
7.te gebruiken tegen astma, MS, obesitas en diabetes
8.Er zijn diverse onderzoeken die duiden op de gunstige effecten van kurkumine tegen kanker, tegen hart- en vaatziekten en cataracten.
Kurkumine beschikt over opmerkenswaardige antikanker, anti-inflammatoire en antioxidante eigenschappen. Klap op de vuurpijl is het effect van kurkumine op Alzheimer en de ziekte van Parkinson.
Gember, knoflook, rode peper, anijs, komijn, rozemarijn en granaatappel worden naast kurkumine ook genoemd. Reasoning for seasoning.
Een versterkend effect van de kurkumine krijg je door het te mengen met zwarte peper. Drink daarnaast groene thee en het wordt sneller in het lichaam opgenomen. Mooie culinaire synergie.

Wat is er bij koud weer lekkerder dan stamppot of zuurkool met worst ? Haal die worst dan liefst bij de slager, eigengemaakte rookworst is lekkerder en veiliger. Want industriële rookworst zit vol meel en vet en wordt gerelateerd aan MS. Vooral warm gerookte worsten en dierlijke vetten verhogen het risico op die ziekte. Om te voorkomen dat de kleur verandert, worden rookworsten vaak behandeld met nitriet en nitraat. Deze stoffen binden zich met fenolen in de rook tot nitrofenolen en die worden in verband gebracht met auto-immuun problemen. De rookworst in de supermarkt is een
schoolvoorbeeld van een hoog bewerkt product. Met veel nitriet en fosfaten. Leg de worst niet bij de zuurkool om te wellen, maar doe dat in een aparte pan met heet water. Het vel van de worst verwijderen is aan te raden.

Tip 3
Eet meer ui. Daarin zit quercetine en die stof is goed tegen hart en vaatziekten. Samen met appels, groene thee en rode wijn vormen uien de belangrijkste bron van deze bioflavonoïden. Ook het risico op een herseninfarct zou met een halve ui per dag met 50% afnemen. Ui is, net als prei, rijk aan zwavelverbindingen. Deze werken de vorming van kankerverwekkende stoffen in de maag tegen.

Prei bevat veel vezels, is goed tegen hart- en vaatziekten en hoge bloeddruk. Er zit veel kalium in, wat bloeddrukverlagend is.

Tip 4
Wees voorzichtig met soja! Overmatig consumeren van soja, bijvoorbeeld als vleesvervanger, schijnt de gezondheid te schaden. Isoflavonen zijn de boosdoeners. Een van de isoflavonen, genisteïne veroorzaakt een lager geboortegewicht en onvolgroeide geslachtsdelen. Ook de werking van de schildklieren wordt verstoord door soja. In Azië komt schildklierkanker veel meer voor dan bij ons. Wie soja eet, doet er goed aan bio-soja te nemen. Bij de gewone sojaproductie worden voor het logen zuurbaden gebruikt in aluminiumketels. Aluminium veroorzaakt Alzheimer. Beter biologisch Tamari dan ketjap. Bij de productie van ketjap wordt zoutzuur gebruikt om het proces te versnellen. Tamari is product van een fermentatieproces dat jaren duurt.

Tip 5
Eet veel linzen. Ze hebben een lage glycemische waarde, dus langzame suikers, en bevatten, net als peulvruchten, veel eiwit, vezels en mineralen, zoals kalium, magnesium en selenium. Ze zijn licht verteerbaar en ook aan te raden voor mensen met een gevoelige spijsvertering.

Peulvruchten bevatten veel zink en veel eiwitten. Zink is goed voor de vruchtbaarheid. Peulvruchten zijn doperwten, bruine bonen, kidneybonen, kapucijners, tuinbonen, witte bonen, linzen, limabonen en sojabonen. Met uitzondering van de sojaboon is het vetgehalte laag. Naast zink bevatten ze ook heel wat kalium, ijzer, koper en mangaan. Pinda’s eten schijnt ook goed te zijn voor de body. Dagelijks een boterham pindakaas
levert veel magnesium op. Je loopt minder kans op diabetes op met zo’n dagelijkse boterham.

Tip 6
Mijd bij het frituren vloeibare frituurolie. De meervoudig onverzadigde vetzuren in zonnebloemolie kunnen slecht tegen verhitting. Kies liever voor harde vetten of olijfolie. Niemand vindt het raar als je na het bakken van je biefstuk je braadolie, boter, olijfolie etc, weggooit. Frituurvet wordt vrolijk meerdere malen verhit. Thuis net zo goed als in de snackbar. Meer dan drie keer is niet aan te raden.

 

Kwaliteit bij kattenvoer eten van zorginstellingen

Het is misschien een beetje kort door de bocht, maar in het algemeen kun je stellen dat kwaliteit van het eten voor onze honden en katten beter is dan dat wat we onze senioren en zieken voorschotelen in zorginstellingen en ziekenhuizen.

Eten is geldkwestie
Zowel onze huisdieren als mensen in verzorgingstehuizen of ziekenhuizen, zijn van anderen afhankelijk voor hun dagelijkse eten. Dat hebben ze gemeen. Wat ze bepaald niet gemeen hebben is de kwaliteit van hun eten. De diervoederindustrie stelt de voedingswaardekwaliteit centraal. Bij ziekenhuizen en zorginstellingen is de prijs bepalend voor de voedselkeuze en bijna nooit de voedingswaarde. Het resultaat achter de komma is belangrijker dan het resultaat van het voeden. Zeker nadat de gezondheidszorg een commercieel bedrijf is geworden.

Zonder voedingswaarde
Het gros van de zorginstellingen gaat minder kritisch om met de samenstelling van de voeding van zijn consument dan de diervoederindustrie met dat van de dieren. Toegegeven, vergelijken is moeilijk, het gaat hier dan ook om de waardebepaling. Toch is het de hoogste tijd voor verandering, want een echte goede, voedzame, gezonde dagelijkse maaltijd is het belangrijkste wapen tegen ondervoeding of verzwakte weerstand bij ouderen en patiënten. Voedingswaarde hoort daarbij de absolute nummer één te zijn. ‘Lekker’ en ‘ambiance’ komen later wel.

Ons huisdier moet gezond zijn
Indrukwekkend is de zorgvuldigheid, nauwkeurigheid en effectiviteit bij de samenstelling en productie van diervoeders. Opvallend is het gebruik van natuurlijke grondstoffen in de receptuur. De kwaliteit wordt gemeten naar resultaat en de kostprijs is gekoppeld aan het resultaat. De samenstelling is vaak gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Men weet ook precies wat men wil bereiken.
Honden en katten willen we graag lang als levenskameraad, gezond en wel. Niemand wil een zwak of ziekelijk huisdier. Veel huisdieren zijn tegenwoordig kieskeurig, dus het moet ook nog lekker zijn, dat eten.
Veel dieren krijgen voer dat speciaal voor hen is ontwikkeld. De kost gaat eigenlijk altijd voor de baat uit. Een varken moet gezond blijven en veel kilo’s mooi gestructureerd en sappig vlees opleveren. Dat levert immers geld op. Verspilling van kilo’s betekent verlies. Daar wordt het voer op afgestemd.
Kuikens krijgen hoogwaardig voedsel om zo snel mogelijk op slachtgewicht te komen. Veel kuikens moeten gezond en wel zo snel mogelijk naar het eindstation, anders kost het geld.
Bij kuikens en varkens staat de ethiek onder druk. Groot, dik en slachtrijp zijn belangrijker dan het dierenwelzijn, dat moet zeker ook veranderen. Maar het eten dat ze krijgen is wel degelijk afgestemd op zo goed mogelijke kwaliteit.

Vis is kaas
Bij het eten voor onze oudere medemens in zorginstellingen en dat van reguliere patiënten in ziekenhuizen is het met de voedingswaardekwaliteit van het eten beroerd gesteld.
Toen ik vorig jaar mijn moeder opzocht in het zorghotel, thuis ging het niet echt goed meer, kreeg ze net haar eten bezorgd. Ik tilde een deksel op en zei: “Goh, mam, je krijgt vis!” Ik zag een gepaneerde vis liggen op het bord met daarnaast aardappelpuree en doorgekookte, grijsgroene snijboontjes. In het bakje ernaast yoghurt met stoofperen. Daarnaast nog een klein bakje pruimen op stroop.
“Zal ik het voor je klein snijden, die vis?”
Ik pakte mes en vork en zette ze in de goudbruin gepaneerde korst. Toen bleek de vis kaas te zijn. Verschrikt gooide ik de spullen weer op tafel. “Getver, het is kaas.”
“Hoef ik niet,” zei mijn moeder en keek weg.
Ze heeft uiteindelijk alleen de yoghurt opgegeten. Zelfs de pruimen liet ze staan. “Ik moet al zo vaak naar de wc,” legde ze eenvoudig uit.

Hoe maak je dat, goedkoop eten?
Om de winst te vergroten of in elk geval te waarborgen, is het maaltijdverantwoordelijke management van grote zorginstellingen en ziekenhuizen altijd aan het rekenen naar een zo goedkoop mogelijke inkoop. Dat is wel eens anders geweest. Vroeger, toen er nog echte zorgzaamheid was, toen de zorg nog zorg was en geen product dat handige interim directeuren met slimme economische trucjes tot een afgekloven bot reduceerden, toen hadden zorginstellingen en ziekenhuizen nog eigen keukens. Tja, die kosten veel geld, althans de koks die er werken. En om zichzelf naar een marktconform topsalaris toe te rekenen, moesten die koks het eerst de deur uit. Het essentiële verschil tussen een commerciële keuken en een eigen keuken is de doelstelling van het product. Die is anno 2010 winst maken. Dat betekent dure grondstoffen vermijden. Zonder nadrukkelijke kwaliteitsspecificaties leidt dat tot namaaketen dat als grootste kenmerk heeft dat het beslist niet vers is. En om dat te camoufleren:
Rollen we de spullen flink door de paneer.
Spuiten we vloeistof in of gaat alle vlees in de marinade.
Maken we jus uit een pakje in plaats van echte fond.
Lepelen we flink namaaksaus over de groente.
Serveren we vaak samengestelde gerechten met veel gemalen vlees.
Geven we als toetje vruchtenvla waar nauwelijks vers fruit aan te pas komt.
Serveren we eten vol isomalt en andere vulmiddelen en houden we de boel stijf met chemische gemaksmiddelen.

Cijfertjes
Voedingswaarde per 100 gram? Niet interessant. Men kijkt alleen naar de kostprijs. En het gaat toch om de gezondheid van mensen. De toeleveranciers kunnen hun gang gaan, het management kijkt alleen maar naar de winstpotentie. Je kunt ‘van een slager niet verwachten dat hij zijn eigen vlees keurt’, dat weet iedereen. Dus van een cateraar evenmin. Die moet concurrerend werken, dus zo goedkoop mogelijk. Hoe meer goedkope grondstoffen waar geen handelingen aan te pas komen, hoe gunstiger de kostencalculatie. De voedingswaarde is totaal ondergeschikt.

Controle
In de contracten met toeleveranciers zie je wel aspecten als prijs, volume, gerechtencyclus en algemene kwaliteitsbeschrijvingen, maar hoegenaamd niks over voedingswaarde en versheid. Ja, de maximaal toelaatbare gebruiksdata, die weer wel. Vooraf bereid eten is vaak al vier weken oud. Effe in de magnetron en hup, eten maar mevrouw Jansen. U moet goed eten hoor!
En de cateraar zelf, wordt die gecontroleerd? Ja, op papier, met allerlei audits. Afkruisen wat je ziet. Proeven ho maar. En achteraf nog formulieren invullen met vragen als: was de maaltijd warm? Was de klant tevreden? Men vergeet doodeenvoudig dat de voedingskwaliteit het allerbelangrijkst is. Zelfs in een wereld waar de kostprijs koning is. Want goede, gezonde, verse en evenwichtige voeding voorkomt gezondheidsklachten en kan helpen bij het snellere herstel van zieke afnemers.

Voedingsrichtlijnen
Zijn er dan geen richtlijnen? Kan de overheid de kwaliteit niet beter waarborgen? Het Voedingscentrum heeft Richtlijnen Gezonde Voeding uitgegeven. Daarvan zoekt de cateraar voortdurend de ondergrens. Daardoor mist de patiënt of de consument in de zorginstelling stelselmatig essentiële voedingsstoffen, vitaminen en mineralen. De cateraar heeft wel variatie in zijn assortiment, maar dat is nep. Aardappelpuree of gebakken piepers. Pennen of macaroni. Sla met één schijfje ei en twee schijfjes tomaat of maïssalade uit blik. Dressing met plakkruiden uit een fles met mosterdsmaak of met kerrysmaak. Platgeslagen varkensfilet of doorgekookte sukadelapjes (vlees is vaak –gedeeltelijk- van soja, maar dat meldt niemand). Worst gevuld met vet en meel. Plakje kleffe kaas of plakje natte ham vaak verpakt in plastic (extra werk voor de zuster want de oudere krijgt dit zelf niet open) . Gezondheid is gewoon geen issue.

Goed eten kan kosten besparen
En dat terwijl ouderen vaak ondervoed zijn en een verminderde weerstand hebben. Ook hun eetlust is minder. Dus het eten dat ze binnen weten te krijgen, moet juist hoogwaardig zijn van voedselkwaliteit. De ondervoeding wordt wel als probleem ervaren, maar de link met het eten wordt niet gelegd. Dan moeten ze maar meer eten. Het is toch gezellig in het restaurant. Met een echte kaart en soms zelfs muziek.
Komen ze tekort, dan geven we ze pillen en zetten we ze op dieet. Vetarm, geen cholesterol, suikervrij. Dat zijn mooie geluiden voor de farmaceuten. Toch zou er veel grondiger naar het verband tussen goed eten en de zorgkosten gekeken moeten worden. Iets meer geld in het eten stoppen zou wel eens veel kunnen schelen op de kosten van de gezondheidszorg. Goed eten is goed voor de algehele conditie, dat kan veel zorgkosten besparen.

Hoe het was, hoe het nu is en hoe het zou moeten
In de jaren zestig hebben de meeste instellingen en ziekenhuizen hun eigen keuken die verantwoordelijk is voor de dagelijkse voedselvoorziening. Maaltijden worden daar zelf gemaakt, warm geportioneerd en direct daarna gegeten. De grondstoffen zijn vers en van lokale leveranciers. Convenience-producten zijn er nauwelijks.

Door nieuwe eisen van de overheid op het gebied van hygiëne, de doorgeschoten HACCP en vooral door van bovenaf en buitenaf opgelegde kostenbesparing, komt het gekoppeld koken in de knel en raakt uit. Ontkoppeld koken is het moderne credo.
Productiemoment en tijdstip van consumeren komen los van elkaar te staan. Gekoelde maaltijden krijgen vlak voor het opdienen een warmteboost. De consument mag aangeven wat hij of zij niet wil eten. Alleen op doktersvoorschrift wordt het menu bijgestuurd.

Kostenbesparingen zijn schering en inslag. Kleine keukens gaan dicht, grote keukens komen onafhankelijk te staan en verzorgen de maaltijden voor clusters. Goedkoper heeft altijd voorrang. De vraag neemt toe, dus ook het volume. Daarom besteden commerciële keukens delen van de productie uit aan de voedselindustrie. Inkopers richten zich uitsluitend op de kostenkant. Per euro wordt nauwelijks meer gezondheid ingekocht, alleen maar volume.

Duurzaamheid en kwaliteitsborging zijn begrippen die anno 2010 heel langzaam de kop opsteken. Voor de borging van kwaliteit zijn sluitende controlesystemen nodig. Grondstoffen, samenstelling en menuaanbod moeten permanent gevolgd worden.. Alleen op die manier kun je voedselkwaliteit nastreven. Kwaliteitseisen moeten dus onderdeel zijn van de onderhandelingen bij de inkoop. Het is trouwens ook hoog tijd om de eigen voorraad grondig op verkeerde E-nummers en andere chemische ongewenstheden te checken. Er zijn te veel gevallen van mensen die er gevoelig voor zijn.
Het gebruik van natuurlijke grondstoffen gaat bijdragen aan een gezonde voeding en aan de algehele gezondheid, dat staat als een paal boven water.

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van C. Laheij van Facility Solutions Tel. 06 50504545. E-mail: info@facilitysolutions.nl

Onderzoek toont aan: Het is gezond in de volkstuin!

Volkstuinieren bevordert de lichamelijke activiteit en heeft een positief effect op de gezondheid en het welzijn van ouderen. Het blijkt dat de volkstuin een bufferend effect heeft op de negatieve gezondheid bij het ouder worden: bij volkstuinders neemt de gezondheid toe met het stijgen van de leeftijd. Dit volgt uit het deze week verschenen Vitamine G-3 onderzoeksprogramma van dr. Agnes van den Berg van Alterra waarin de relatie tussen gezondheid en groen centraal staat. Nog niet eerder was onderzocht of volkstuinieren gezonder maakt. Het AVVN, de landelijke organisatie voor hobbytuinders, is verheugd over de conclusies van het onderzoeksproject. We weten dat volkstuinders actief zijn, vooral ook op latere leeftijd, en we weten ook dat volkstuinders veel sociale contacten op de tuin en in de vereniging opdoen. Dit objectieve onderzoek bevestigt wat ons gezonde verstand al aannam: dat volkstuinieren gezond is voor lijf en leden en je jong van geest houdt. Dit is een opsteker voor onze nimmer aflatende strijd voor behoud en uitbreiding van volkstuinen en volkstuinparken. Het volksgezondheidsargument is altijd nog wat onderbelicht geweest mede vanwege het ontbreken van bewijzen uit wetenschappelijk onderzoek. Maar hier kan de overheid niet omheen. De positieve gezondheidseffecten vormen een extra argument voor ruimte en rechtszekerheid voor de volkstuinen in de verstedelijkte omgeving.

· Volkstuinders bewegen meer dan de controlegroep
· De volkstuin heeft een positief effect op de gezondheid van ouderen
· Oudere volkstuinders melden minder gezondheidsklachten dan de controlegroep ·
· Oudere volkstuinders gaan minder naar de huisarts dan de controlegroep
· Oudere volkstuinders zijn meer tevreden over hun leven
· Oudere volkstuinders voelen zich minder eenzaam.

Volkstuinparken staan al jaren ruimtelijk onder druk, vanwege de gedachte dat hun grond ook voor andere doeleinden als woningbouw, bedrijvenvestiging en verkeer gebruikt kunnen worden. In tien jaar tijd heeft 16% van het volkstuinareaal oftewel 750 hectare een andere bestemming gekregen. Dit terwijl volkstuinparken een prachtige recreatiegelegenheid bieden voor de gebruikers én anderen. Volkstuinders beseffen dat zij op een bevoorrechte plaats tuinieren en willen daar ook anderen van laten profiteren. De meeste tuinparken zijn dan ook overdag openbaar voor bezoekers. Veel buurt- en wijkbewoners worden gastvrij ontvangen om even bij te komen van de hectiek van alledag. Ook wordt er hard aan gewerkt om het tuinpark een belangrijke meerwaarde te geven via verbreding en intensivering van de gebruiksfuncties. Vooral ook dragen zij bij aan de verbetering van het stadsmilieu en het stedelijk groen. Via natuurvriendelijk beheer en onderhoud vormen ze een oase voor bedreigde en beschermde flora en fauna.
Bron: www.avvn.nl

Marion Nestlé, de wereldvermaarde Foodprofessor, beheert een interessante website. Onlangs besteedde ze aandacht aan de ultraprocessing, het bestralen of met hoge hitte bewerken van voedsel. Volgens wetenschappers een groot gevaar.

Organische kaashapjes en chips, frisdrank en vruchtendrank ( hoe ‘zen’ het flesje er ook uit ziet) en repen die zeggen dat ze gezond zijn, met noten en yoghurt, bevatten net zoveel vet als alle andere junk food.

In een recent uitgave van Journal of the Wolrd Public Health Nutrition Association, staat een bijdrage van professor Carlos Monteiro van de Universiteit van Sao Paolo. Hij noemt de ultra processing een groot gevaar. Zijn commentaar is erg lang. Daarom geef ik een soort samenvatting.
“Het belangrijkste probleem van vandaag, als je naar voedsel, voeding en volksgezondheid kijkt, zijn niet de voedingsmiddelen en niet het voedsel, maar wat er met al dat spul gedaan wordt en wat er van de oorspronkelijke voedingswaarde overblijft. Dat wil zeggen, het grote probleem is de bewerking of om preciezer te zijn, de aard, de mate waarin en het uiteindelijke doel van die bewerking en wat er met het voedsel gebeurt als gevolg van die bewerking.

Natuurlijk is bijna al het eten en drinken bewerkt. Verse appels zijn gewassen en soms van een waslaagje voorzien. Drinkwater is gefilterd.
Daarom zet hij drie types van voedselbewerking tegenover elkaar, afhankelijk van aard, intensiteit en doel.
Type 1: Niet of nauwelijks bewerkt voedsel waarvan de voedingseigenschappen niet veranderd zijn.
Type 2: Culinair bewerkte producten uit de voedselindustrie zoals olie, vetten, suiker, zoetstoffen, meel, zout en zetmeel. Deze producten hebben minder oorspronkelijke voedingswaarde en bevatten voornamelijk calorieën, behalve zout.
Type 3: Intensief bewerkte producten die de type 2 producten combineren met soms wat sporen van de type 1 producten.

Het doel van deze intensieve bewerking is om producten te produceren die: Lang bewaard kunnen blijven, makkelijk te verkrijgen zijn, makkelijk te vervoeren zijn, er aantrekkelijk uitzien, klaar om te consumeren, klaar om te verhitten. Deze producten moeten lang op de planken kunnen liggen, moeten over grote afstanden vervoerd kunnen worden, zijn hoog in de smaak en vaak verslavend. Je moet ze overal kunnen eten, in fastfood restaurants, thuis in plaats van zelf gemaakt gekookte maaltijden, voor bij het tv-kijken, voor bij het werken met de computer, voor op straat en achter het stuur.

Monteiro stelt dat de razendsnelle groei van de consumptie van deze producten, vooral vanaf het begin van de jaren 80, de voornaamste oorzaak is van de explosieve groei van obesitas en en daaraan gerelateerde ziektes over heel de wereld.

Als argumentatie daarvoor somt hij op dat bewerkte producten: Veel meer energie bevatten dan niet of nauwelijks bewerkte producten samen (type 1 en 2).
Oliën, vetten, suiker, zout, meel, zetmeel bevatten die een hoger totaal aan vet opleveren, onverzadigde vetten en transvetten, veel suiker en natrium bevatten en weinig micronutriënten of andere bio-actieve componenten en vezels.
Relatief en soms absoluut goedkoper zijn om ze te produceren en vaak relatief goedkoper voor de consument.
Vaak aangeboden worden in superformaat en met kortingen, die de producent in feite niks extra kosten.
Beschikbaar zijn in supermarkten en meeneem winkels, die vaak laat en zeven dagen per week open zijn of ze zijn te koop in automaten op straat, bij tankstations, ziekenhuizen, scholen en dat soort plekken
Gemaakt worden door immens grote, transnationale voedselfabrikanten en voedselketens, waarvan de winkels of outlets lang open zijn, tot diep in de nacht, en wiens producten zodanig gemaakt zijn dat ze overal gegeten kunnen worden
Worden gepromoot in nauwelijks gereguleerde kaders met de boodschap dat deze producten en soft drinks noodzakelijk zijn en een beter leven beloven en voorstellen en zelfs, als ze versterkt zijn met chemische micronutriënten, dat ze essentieel zijn voor de groei, de gezondheid en het welbevinden van kinderen.

Meer in het algemeen stelt hij dat ze: Veel te veel energie bevatten, te hoog van smaak zijn, te makkelijk te verkrijgenzijn in te grote verpakkingen en dankzij agressieve marketing en reclame aan de man gebracht worden . Ze ondermijnen bovenal het normale verzadigingsproces waardoor ze overconsumptie veroorzaken en daardoor obesitas en ziektes die daarmee in verband gebracht worden zoals diabetes, adhd en darmkanker.

Voedingspakketten die zijn samengesteld uit de types 1 en 2 zijn beter dan die met veel type 3 er in. Bijna alle light producten, verrijkte producten zouden zijn gezond in welke betekenis dan ook, zijn dat absoluut niet. Alleen de overheid kan met wettelijke bepalingen ingrijpen.

Het gaat hierbij niet alleen om het produceren van al deze hoog bewerkte producten, maar vooral ook om de aard, het doel, de reikwijdte en de waarde van voedingswetenschap. Door alle alarmerende geluiden heeft deze wetenschap de kleur groen aangenomen. Voedingswetenschappers richten hun aandacht te veel op voedingseigenschappen van ingrediënten afzonderlijk in plaats van op voeding in zijn geheel. Als voedsel die nutriënten bevat, chemisch vaak, dan is dat hetzelfde als de natuurlijk equivalent, zeggen ze. Ook al is het voorlopig nog onmogelijk om dat te stellen omdat er van de chemische samenstelling en de chemische werking van veel nutriënten nog veel te weinig bekend is. Veronderstellen dat de producten uit de fabriek dezelfde zijn als uit de natuur is een combinatie van stomheid en arrogantie of gebrek aan intelligentie en vakkennis.

Weg met de frisdranken in scholen, zegt Monteiro. Ondanks alle inspanningen om ze te weren en beloftes van Coca Cola en Pepsi Cola om zich te beperken, is de beschikbaarheid van frisdranken in Amerikaanse scholen van 2007 tot 2009 met bijna de helft toegenomen. Monteiro vindt frisdranken expliciet bij de hoog bewerkte producten horen. De verkoop ervan moet door de wet geregeld gaan worden.

Natuurlijk, zegt Nestlé, moeten we er hard aan werken om terug te keren naar een situatie waarin voedsel weer voedsel is, met minimale bijdrage van hoog bewerkte producten. Om die omslag te bewerkstelligen is gezamenlijk eten aan tafel van groot belang. Dat gebeurt van huis tot huis, nooit massaal. Het kan niet massaal gaan want een heleboel mensen weten niet meer hoe ze moeten koken. Jonge ouders zijn opgegroeid in gezinnen waar niet meer gekookt werd en waar eten altijd voor handen was, gekookt, voorgebakken, klaar om te eten.

Let op! Organische kaashapjes en chips, frisdrank en vruchtendrank, hoe ‘zen’ het flesje er ook uit ziet, en repen die zeggen dat ze gezond zijn, met noten en yoghurt, bevatten net zoveel vet als alle andere junk food.

En nog eens wat: Heeft u Nestlé gelezen, dan even aandacht voor het Convenant Gezond Gewicht

Overheid en jeugd werken samen voor gezonde jeugd in Nederland
Nederland krijgt de gezondste jeugd van Europa, juicht een binnengekomen nieuwsbrief.
Althans met deze ambitie ondertekende:
Albert Heijn
Friesland Campina
Unilever
Nutricia
Zilveren Kruis en
Albron
Plus de gemeenten Amsterdam, Utrecht, den Haag, Rotterdam, Zwolle en, en… Veghel.
(In Veghel staat de Marsfabriek, vandaar). Het is ook opvallend dat bij dit soort initiatieven Albron altijd aan tafel zit, maar dit terzijde.

Preventie en bestrijding van het echte overgewicht (is er ook nog onecht) en obesitas onder de jeugd gaat via de JOGG, Jongeren op Gezond Gewicht. De JOGG richt zich op gezond eten en bewegen bij jongeren. Paul Rosemöller is voorzitter van het convenant Gezond Gewicht en JOGG bepleit bij het kabinet Rutte om deze samenwerking te blijven steunen.

Een en ander naar Frans voorbeeld. Ensemble prévenons l’Obesité des Enfants, Laten we samen overgewicht bij kinderen aanpakken. Jaja, in frankrijk is het normaal kinderen warme maaltijden voor te zetten. Die hebben wij niet en dat is in dit geval een significante achtersprong. Dus om nou meteen te praten over de gezondste jeugd van Europa…

Maar wie net Nestlé gelezen heeft, kan niet anders dan het hoofd zachtjes schudden in onbegrip. Deze partijen gaan het overgewicht bestrijden? Ze veroorzaken het juist. Dus hoe gaan ze dat aanpakken? Samen met de Voedingswetenschappers nog verder het donker in?
Maar ja, tegen zoveel samenwerking is het feitelijk vechten tegen de bierkaai.

Pleit voor echt eten, voor eten afkomstig van gevarieerde boerderijen, waar mensenhanden zorgen voor ons voedsel en geen robotmachines die steevast vergeten wat gevoel toe te voegen.

 


Bevat frisdrank nog meer fructosiroop dan werd gedacht?

Nieuw onderzoek laat zien dat de frisdrankenindustrie iets uit te leggen heeft. Het onderzoek, gepubliceerd in het blad Obesity, zegt dat de suikers in Coca Cola en Pepsi Cola voor zo’n 65% uit fructose bestaan. Dat is vreemd, want de frisdrankproducenten hebben altijd gezegd dat de maïssiroop, waar fructose van gemaakt wordt, nooit meer dan 55 procent van de gebruikte suikers uitmaakte, ongeveer hetzelfde als sucrose.

De wetenschap wil nog steeds niet erkennen dat maïssiroop veel schadelijker is dan gewone suiker. Ze zijn allebei half fructose en half glucose en dus maakt het niks uit, beweren de frisdranken producenten. Maar als er werkelijk meer fructosesiroop in de Cola zit, dan verklaart dat voor een deel de enorme gewichtstoename waar met name de jeugd in Westerse landen mee te kampen heeft..

Dat betekent ook weer niet dat je safer zit met frisdrank die gemaakt is op basis van suiker. Fructose, sucrose of suiker, het maakt allemaal niet zoveel uit, het zijn allemaal loze bronnen van calorieën. Als je die binnenkrijgt in vloeibare vorm ligt het verzadigingspunt aanmerkelijk hoger, omdat je het volgevoel mist, waardoor je meer drinkt dan goed voor je is en je gevaar loopt dikker te worden. Frisdranken zijn dikmakers die meer bijdragen tot obistas, diabetes, tandbederf en andere serieuze gezondheidsbedreigers dan we voor lief zouden willen nemen.

Cacao niet goed voor bloeddruk en ook geen antioxidant
De EFSA, de Europese tegenhanger van de Amerikaanse FDA, heeft de voedselindustrie op de vingers getikt. Er is niet genboeg bewijs om producten met cacao aan te prijzen als goed voor de bloeddruk en ook vol antioxidanten. EFSA noemt veel van de bewijzen die de voedselindustrie heeft aangedragen, tegenstrijdig. Onderzoeken die over langere tijd liepen, toonden geen substantiële effecten aan als resultaat van het eten van cacao.

Toch zeggen Mars en Barry Callebout dat hun onderzoeken aantonen dat cacao een gunstig effect heeft op onze gezondheid. “EFSA heeft ook helemaal niet gezegd dat de flavanolen in cacao helemaal geen effect hebben. Dus we gaan gewoon door,” liet een woordvoerder van Mars weten. Barry Callebout zegt dat er gezondere alternatieven zijn voor de standaard cacao die nu gebruikt wordt. “Er zijn cacaosoorten die een hoge antioxidanten hebben en goed zijn voor de elasticiteit van onze bloedvaten.” Callebout zegt ook dat de consument erg geïnteresseerd is in gezonde chocola-alternatieven: “Een op de vier consumenten is geïnteresseerd in producten die een hogere psychische en emotionele effect hebben. Dat hebben onderzoeken in België, de VS, Zwitserland en Duitsland aangetoond.”

Begin december is er in Brussel een congres dat de gezondheidsclaims wil reguleren. Daar zal bijvoorbeeld ook Kellog’s gehoord worden over zijn producten

 

.........................

Of een dieet werkt, is genetisch bepaald
De zogenaamde gezonde voeding van Unilever c.s., met hun eetproducten die cholesterolverlagend werken, het is een farce. Een Wageningse onderzoeker, Edith Feskens, heeft uitgedokterd dat omega 3 en omega 6 vetzuren, zoals in vis, niet bij iedereen cholesterolverlagend werken.

Feskens en haar team onderzochten 3500 mensen (lijkt veel, is voor een onderzoek te weinig) de relatie tussen het cholesterolgehalte in het bloed en drie varianten FADS-gen. Dat gen is betrokken bij het vetmetabolisme. Bij een dieet rijk aan omega 3 en omega 6 bleek dat 1 op de 3 proefpersonen met een bepaalde variant van het FADS-gen baat hadden bij zo’n dieet. Zij hadden een verlaagd cholesterol. De anderen bleken er ongevoelig voor. De aanwezigheid van het gen bepaalt of het dieet werkt.


Kan intensieve veehouderij duurzaam zijn?

Deze prangende vraag staat boven een artikel in Wageningen World, waarin een paar wetenschappers van de Universiteit en derivaatbedrijven daarvan, hun licht laten schijnen op de problemen rond de intensieve veehouderij. Hun visie is best opmerkelijk en staat soms wat haaks op elkaar.

Martin Scholten, directeur van de Animal Science Group van Wageningse UR zegt: de problemen zijn achterhaald. We kijken te veel naar beelden van de jaren tachtig en negentig. Afgezien van de problematiek rond de antibiotica, kijken we alleen maar naar de achterblijvers. Er zijn bedrijven, de koplopers, die het juist goed doen als het gaat om dierenwelzijn en milieudruk, en daar wordt niet naar gekeken…”

Ook Johan van Arendonk, hoogleraar fokkerij en genetica aan de WU heeft het over achterblijvers: “Die worden in het huidige systeem niet gestimuleerd om te veranderen, want ze blijven subsidie krijgen. Ze zouden moeten verdwijnen. Er is een kleine groep die zich snel aanpast en innoveert en er is een grote groep achterblijvers die mikpunt zijn van de kritiek.”

Even niet zo vreemd dat we dus niet naar de koplopers van Scholten kijken, want Van Arendonk geeft al aan dat de achterblijvers een veel grotere groep vormen. Die zouden moeten verdwijnen vinden de geleerde heren, scheelt ook weer een flinke klodder subsidie, dus dat klinkt de bezuinigers in Den Haag vast wel als muziek in de oren.

Volgens meneer Scholten moeten we ophouden de dieren aan te passen aan het systeem. Hij doelt dan op het afknippen van varkensstaartjes en afvijlen van kippensnavels. “We moeten de bedrijven aanpassen aan de behoeften van de dieren. Landbouwhuisdieren zijn groepsdieren, daar moet je de omgeving aan aanpassen. Vrijloopstallen voor koeien en comfortstallen voor varkens.” Dat heet in Wageningen Smartfarming!

Mevrouw Elsbeth Stassen, hoogleraar Dier en Samenleving aan de WU wijst op het probleem met koeien in stallen met harde vloeren”Zeker als ze met veel zijn krijg je klauwaandoeningen door de uitwerpselen.”
Ze werpt evenwel nog een ander probleem op, het gedoe met dieren in vrachtwagens: “In ons land worden kalveren afgemest uit Ierland, Polen en andere Oostbloklanden en hier ook geslacht. Intussen is de geitenstapel ook gegroeid. Jaarlijks komen er zo’n 350.000 geitenbokjes ter wereld en die worden na veertien dagen per vrachtwagen naar Spanje gebracht om daar geslacht te worden.” Dat soort transporten roept natuurlijk vraagtekens op.

Op deze manier, zegt Wageningen World, is er in de samenleving steeds minder draagvlak voor de intensieve veeteelt in. “We moeten stoppen,”zegt Peter Smeets, landbouwecoloog bij Alterra van Wageningen UR, “met het subsidiëren van slechte bedrijven. We moeten agroparken bouwen waar alle bedrijven geclusterd zijn, het liefst bij havens, zodat het transport geen issue meer is.”Dat sluit aan bij de meningen van zijn collega’s. Van Arendonk: “Ons klimaat leent zich voor plantaardige en dierlijke productie. De omstandigheden voor duurzame veehouderij zijn hier ideaal.

Oké, daar voegen wij nog wat indrukken aan toe, ook afkomstig uit Wageningen World:

Het gemiddelde inkomen van een boer in ons land is in twintig jaar nog niet zo laag geweest, zegt dat blad: 5500 euro per bedrijf. Dan begrijp je meteen waarom ze achterblijven.
Leg dat naast de zes miljoen die de Mars Fabrieken in Veghel aan subsidie krijgen voor het verwerken van Hollandse melk en suiker uit Nederland. Verdelen we die zes miljoen over wat armlastige boeren en we kunnen alweer voor 1200 boeren het salaris zowat verdubbelen. Misschien kunnen ze zich dan iets meer bezig houden met het welzijn van hun dieren.

Ander aspect wat hier ook zijdelings mee te maken heeft. Wageningen World: Er is hoe langer hoe minder belangstelling voor lokale runderrassen. De meeste boeren willen werken met de hoogproductieve Holstein-Friesian.
Die koe levert al gauw 15 tot 20 duizend liter per jaar, uitgemolken over driehonderd dagen.
Het gaat ze om omzet, niet om andere eigenschappen van hun dieren. Ze verdienen al nauwelijks iets, dus eerst de verkoop. Dat kun je je met zulke inkomens nog voorstellen ook.

Aardig is om nog even wat cijfers uit Wageningen World tegen het licht te houden. Cijfers die ze geven om te laten zien dat we al minder vee-intensief bezig zijn:
In 2000 hadden we 4.070.000 koeien, in 2007 nog maar 3.763.000.
In 2000 hadden we  13.118.000 varkens, in 2007 nog maar 11.663.000.
In 2000 hadden we 760.000 geiten, in 2007 alweer 1.369.000.
In 2000 hadden we nog 104.015.000 kippen, in 2007 nog maar 92.763.000
In 2000 hadden we dus nog 122 miljoen dieren in ons land, in 2007 nog maar 110 miljoen.
Dat is al 12 miljoen minder. Halleluja. Trompetten zijn niet stil te krijgen. Hou eens op met dat tromgeroffel.

Alleen al die ruim vier miljoen koeien schijten per dag 35 kilo en piesen 20 liter, zonder riool, hoe groot is dan ons probleem als het gaat om het weg krijgen van al die dierenmest? Enorm, onbedenkbaar groot.. Vergelijk het met een mens, die heeft 150 gram vaste en 2 liter vloeibare afvoer per dag. Als je nou rekent dat er in onze vier grote steden en agglomeratie pakweg 4 miljoen mensen wonen, die voor hun uitwerpselen en urine allemaal aangesloten zijn op een riool. Dat verwerkt dus per dag 60.000 kilo poep en 8 miljoen liter urine. Die koeien produceren 140 miljoen kilo mest en 80 miljoen liter urine en dat zonder riool. Dat ligt gewoon in gigantische bakken of wordt de grond ingespoten. Intussen hebben we dan de mest en urine van de andere 105 miljoen dieren nog niet eens meegeteld.
Moet je nagaan wat we voor het milieu doen als we een dag of twee minder dierlijke producten per week zouden consumeren.

Om het makkelijk uit de stallen weg te kunnen krijgen, houden de boeren de koeien vaak min of meer aan de dunne, dat spuit makkelijker schoon. Maar 55 liter afscheiding per koe spuit je zomaar de grond niet in. Je belast er hoe dan ook het milieu gigantisch mee. Daar is het heen en weer van vrachtwagens met kalveren uit Ierland en geitenbokjes naar Spanje helemaal niks bij. Wat een gigantische chaos hebben we er van gemaakt. En Wageningen, met Den Haag in het kielzog, wil naar agroparken bij havens, dan spoelen we al die ellende meteen de zee in.

 


Doe maar een halve meter kip en twee meter varken

Het is een drukte van belang bij de vleesprinter. Collega Van Doorn heeft een nieuwe mix ontdekt. Hij stopt meer vet in de cartridge en vult hem verder met een mix van kip en varken, ongeveer half om half. Voor de smaak laat hij er nog wat truffelolie inlopen. Ik heb al in geen tijden zoveel keer cool en te gek horen zeggen daar in de hoek.

Als het aan Willem van Eelen (87) ligt, uitvinder van het vitro meat, is deze intro geen surrealistische toekomstmuziek. Hij schat dat het nog een jaar of vijf duurt of vlees wordt echt in een fabriek gemaakt. In samenwerking met de universiteiten van Amsterdam, Utrecht en Eindhoven is zijn idee van vlees kweken uit embryonale stamcellen en volwassen spiercellen op weg realiteit te worden. Hij heeft de wind mee sinds men een jaar of twintig geleden de stamcel ontdekte en inmiddels heel goed weet hoe je die zo efficiënt mogelijk kunt vermeerderen en opbeafen (met stroomstoten aan het werk zetten). En ook komt het hem goed uit dat hij zich, met zijn kweekvlees, als een soort profeet kan aandienen voor oplosser van de problemen die de - uit de hand lopende - vleesproductie opwerpen. De zware stempel op het milieu, het ethisch niet meer te tolereren dierenleed en de enorme oppervlakten landbouwareaal die nodig zijn voor het produceren van al die biefstukken, karbonades en kipfilets, plus de nodige ellende van dierziekten; we worden er tureluurs van.
Het vitro meat van Van Eelen kan gemaakt worden in bioreactoren of zelfs in printers, een Oostenrijkse uitvinding. Men is nog op zoek naar de juiste voedingsbodem voor het spierweefsel, het moet tenslotte eiwitten, aminozuren en proteïnen laden en vooral ook naar een manier om de consument te overtuigen

Voorjaar 2010 kwamen in Science Center Nemo wetenschappers, voedselproducenten, Haagse beleidsmakers en voedseldesigner bijeen voor een discussie over de potenties van kweekvlees. Bouillon zat lekker vooraan.
Duidelijk is na zo’n middagje debatteren wel dat de ontwikkeling tot een echt mals stuk vlees in de schappen van de supermarkt voorlopig nog een utopie is, al was het maar omdat Onno Franke (van Ahold) expliciet aangaf dat hij wil afwachten wat de wetenschappers ervan bakken. Geld ter beschikking stellen, het onderliggende doel van deze bijeenkomst, is niet aan de orde bij Ahold. “U blijft voorlopig doodgewoon kilo’s knallen?”vroeg discussieleider Jort Kelder. Franke gaf geen krimp en stelde zich ver van de zijlijn op. Dat was tegen het zere been van het ook aanwezige Tweede Kamerlid Henk Jan Ormel: “Ik vind dat Albert Heijn een standpunt in moet nemen. Met dit vlees doe je een stap voorwaarts. Het vlees eten van nu staat moreel ter discussie.” Volgens Franse is de consument in het geheel niet geïnteresseerd in het eten van de toekomst, maar meer in prijs, smaak en gemak: “AH volgt de consument en de overheid.”

Op deze praatmiddag viel nog eens op dat sommige professoren leerstoelen bekleden die betaald worden door voedselproducenten. De Wageningse professor Urlings bijvoorbeeld, wordt via zijn leerstoel eigenlijk betaald door vleesproducent Vion, dat 120 miljoen mensen vlees levert. Toen Kelder belangenverstrengeling suggereerde, begon de wetenschappelijke hoek te morren. Wiens brood men eet diens woord men spreekt, dat hoort de wetenschap niet graag. Kelder moest terug naar het onderwerp. Dat Urlings niet per se enthousiast was over het nieuwe vlees, maar wel de ontwikkelingen volgt, mag dan duidelijk zijn. Bovendien: “Vion doet ook veel in gelatine en fruit, We zijn niet alleen vlees.”
Profesosor Louise Fresco, commissaris waakhond bij Unilever, scherpte de discussie wat aan. “We moeten ophouden met goed en slecht. Vlees is eten is moreel slecht, maar wat moet je anders met al dat grasland? Je moet dit alternatief transparant vergelijken met andere alternatieven, bijvoorbeeld plantaardige eiwitten, en op zoek gaan naar de beste mix. We eten sowieso te veel dierlijk eiwit. Met het mondiale arsenaal plantaardig eiwit kunnen we 50 miljard mensen voeden.”
Kees de Gooijer van Food en Nutrition in Wageningen, fiancieel ondersteuner van innovatieve foodprojecten: “Sommige pleitbezorgers van vitro meat hebben een te roze bril op. Het is weliswaar een innovatief idee en daarom staan wij er achter, maar de opschaling (de vierkante meters grond) waarover gesproken wordt, deugt niet en de diervriendelijkheid evenmin. Dat zijn theoretische claims. Er zijn nog veel wetenschappelijke vragen.”

Na afloop tekende een flink aantal deskundigen een petitie voor beleidsmakers in Den Haag. De ministeries van LNV en Milieu slaan de handen ineen om te zorgen dat er geld komt voor verder onderzoek. Mogelijk dat er daardoor al op redelijk korte termijn printvlees in samengestelde producten zoals worst verwerkt kan worden, maar ook dat kan nog wel tien jaar gaan duren. De aanwezige wetenschap liet zich doodleuk niet verleiden tot het geven van een concrete termijn.

Waar de heren en dames wetenschappers hoe dan ook aan voorbijgaan, al dan niet bewust, is dat ze te veel kijken naar de massaopbrengsten en te weinig naar het voedende element. Het is als met tomaten die met kunstmest volgroeien, ze halen wel een volwassen lengte en de tomaten, zien er als tomaat uit, maar in de groeifase is alleen maar gekeken naar de groei en niet naar de ontwikkeling van bijvoorbeeld bijzondere aminozuren, antioxidanten, de reden waarom we überhaupt tomaten eten. Die antioxidanten kunnen we namelijk niet zelf aanmaken. Gaan we nu vlees, lees spieren, in bioreactoren maken, dan ontbreekt daaraan ook rijpingstijd en de niet mis te verstane invloed van zon, gras, kruiden en ander voer waar koe, kip en varken hun spieren mee ontwikkelen. Vooropgesteld dat ze niet uit de bio-industrie komen.

Overigens, en dat is meteen ook de schrijnendste vaststelling: geen van de betrokken wetenschappers heeft ooit een stukje van het kweekvlees geproefd. De smaak is van onbeduidend belang, kennelijk. We doen straks nog wel wat smaakmaker bij dat metertje rundvlees. Koeiensmaak uit het laboratorium. Maakt het uit dat het in de pan een waterig stukje stinkvlees wordt.

Kleurstoffen op het etiket verplicht
Alle tegenwerking en protesten beginnen vrucht af te werpen. Fabrikanten van voedselproducten zijn sinds een jaar door het Europees Parlement verplicht om de verwerkte kleurstoffen te vermelden. Vooral als het azo-kleurstoffen zijn, met E-nummers. De voedselproducent moet melden: kan de activiteit of oplettendheid van kinderen nadelig beïnvloeden.

Volgens de voedselveiligheidsautoriteit, de EFSA, zouden de effecten van de azo-kleurstoffen verwaarloosbaar zijn. Toch moeten de waarschuwingen er op. Ze zijn niet gevaarlijk, maar omdat er zo gezeurd wordt, moet het er wel op. Je mag je afvragen wat er voor een commotie losbreekt als de wetenschap over een jaar of tien tot de conclusie komt dat de azo-stoffen ten onrechte als risicoloos zijn bestempeld. Dat ze inderdaad gezondheidsbedreigend zijn. Gaat dan de EEFSA of de nationale overheid over tot schadevergoedingen? En waarom zou Nederland niet voorop kunnen lopen in het verbieden van verdachte voedingsadditieven? Omdat de belangen van Unilever en Campina groter zijn dan de volksgezondheid?

Om welke kleurstoffen gaat het en wat zegt de gids Wat zit er in uw Eten? er over? Het gaat om verdachte kleurstoffen zoals:
tartrazine E 102, wat hyperactiviteit, astma, netelroos, neusverkoudheid, aantasting van het gezichtsvermogen en slapeloosheid veroorzaakt en mogelijke kankerverwekkend is met mutagene en teratogene stoffen. Taretrazine is verboden in Oostenrijk, Noorwegen en Finland.
chinolinegeel E 104, alweer goed voor hyperactiviteit, slapeloosheid en kankerverwekking, maar ook eczeem (kijk maar eens in de kleedkamers van het voetbal), en allergische reacties. Chinolinegeel is verboden in Australië en de VS.
zonnegeel E 110, hyperactiviteit, astma, eczeem en slapeloosheid.
azorubine E 122, hyperactiviteit, huidreacties, allergieën, neusverkoudheid, astma, slapeloosheid, huidoedeem en misschien kankerverwekking.
ponceau 4R E 124, ookwel chinonilerood genoemd, is een zeer gevaarlijke stof. Zit in ketchups, snoep, yoghurt en frisdranken. Veroorzaakt hyperactiviteit, astma, netelroos, slapeloosheid en is mogelijk kankerverwekkend.
en allurarood AC E129, veroorzaakt huidallergieën is kankerverwekkend en is in veel landen verboden.

Waarom de ESFA de nummers E 107, E 110, E 120, E 123, E 127, E 128, E 130, E 131, E 132, E 133, E 142, E 151, E 154, E 155, E 161g, E 173, E 174, E 175 en E 180 niet verplicht stelt op de etikettering, is onduidelijk. Ze zijn allemaal net zo gevaarlijk.

En denk niet dat de tussenliggende E-nummers oké zijn. Er zijn maar 11 kleurstoffen onverdacht. Die noemen we voor het gemak toch ook even:
E 100, E 101, E 140, E 160 c, e, f, E 161, E 162, E 163, E 170 en E 172.

In buitenland flinke E-nummers polemiek
In het buitenland trekt in professionele kookkringen de polemiek over het gebruik van E-nummers behoorlijk de aandacht. In Spanje heeft drie sterren kok Santi Santamaria twee jaar geleden de koks die hun gasten achteloos veel E-nummers voorzetten, gewaarschuwd, met name zijn collega Ferran Adria van het wereldberoemde ElBulli: “Hij vergiftigt zijn gasten!” Die Spaanse polemiek is met name in Frankrijk opgepakt en in Italië heeft het Ministerie van Gezondheid in februari de restaurants verboden E-nummers te gebruiken. Dat verbod ervaren topkoks als Massimiliano Alajmo van het drie sterren restaurant Le Calandre als een belediging. Niet alleen voor hun eigen ego, maar voor de hele Italiaanse keuken.

De Franse krant Sud Ouest vraagt op 21 maart in een groot artikel of Ferran Adria op de brandstapel moet. In navolging van Le Canard Enchainé, Marianne en Le Monde, noemt de krant Adria net zo controversieel als hij bewonderd wordt. Maar dat hou je natuurlijk altijd wanneer iemand nadrukkelijk een nieuwe, onbekende weg is ingeslagen.

Toch vangt Adria’s keuken, die ten onrechte de moleculaire keuken genoemd wordt, al langer de nodige kritiek. Zijn drie sterren collega Santi Santamaria verweet Adria bij de presentatie van zijn boek La Cocina al Desnudo (de Naakte Keuken) dat hij zijn gasten met het ongebreidelde gebruik van E-nummers zou vergiftigen. In zijn slipstream heeft de Duitse journalist Jörg Zipprick daar diverse artikelen aan gewijd en een boek over geschreven: Les dessous peu appétissant de la cuisine moleculaires, ( de minder smakelijke geheimen van de moleculaire keuken). In de voorjaarseditie 2009 van Bouillon Magazine verscheen van zijn hand het artikel Vijf man aan de Dunne (Dünnpfiff für fünf), waarin hij uitlegde dat vijf volwassenen van Adria’s gerecht met olijfoliespiralen diaree-aanvallen zouden oplopen door de gebruikte hoeveelheid Isomalt. Twintig gram van die verdikker is per persoon al genoeg voor een diaree-aanval. Adria’s recept voor vier personen schrijft 1 ons Isomalt voor.

De Sud Ouest schrijft dat tegenstanders van Adria hem meer zien als een manipulator met kleurstoffen, geleien en andere E-nummers dan een keukengenie. Ze verwijten hem het bovenmatige gebruik van alginaten, methylcellulose en genetisch gemodificeerde zetmelen, E 621, carragenen en allerlei plakmiddelen, om van de vloeibare stikstof nog maar te zwijgen.
“De kritiek neemt serieuze vormen aan nu de discussie terecht gekomen is op het platform van de Openbare Gezondheid…Als Santamaria Adria verwijt dat hij zijn gasten vergiftigt, is dat overtrokken, maar sinds collega restaurant The Fat Duck van Adria’s evenknie Heston Blumenthal vorig jaar februari veertien dagen dicht moest vanwege een bacteriële vergiftiging, zijn de tongen losgekomen en is de twijfel gezaaid.”

Toen de pers eenmaal over The Fat Duck-zaak had bericht, kwamen er 529 klachten binnen met dezelfde griepachtige reacties na het eten van een gerecht met zeevruchten van Blumenthal. Op Le Monde 2 kwam presentator Jean Paul Gené met een getuige die de hele nacht had overgegeven nadat ze bij ElBulli had gegeten. Personeelsleden van het hotel waar die mevrouw logeerde, wisten te melden dat dat veel vaker voorkwam als mensen daar gegeten hadden.

Wanneer Ferran Adria met de gevaren van het moleculair koken geconfronteerd wordt, antwoordt hij meestal ontwijkend: “Waar hebben we het nou over? Die naam is een puur verzinsel omdat alles een naam moet hebben. Mijn keuken, dat is ElBulli, niet moleculair maar avant-gardistisch.” Dat hij aangekondigd heeft zijn restaurant te sluiten, heeft niets met de moleculaire opwinding te maken. “We willen gewoon veel meer doen aan de ontwikkeling van deze manier van koken. ElBulli moet een school worden, een opleidingscentrum

Het boek van Jörg Zipprick wakkert de twijfels stevig aan. Hij noemt de moleculaire koks ambassadeurs van de chemische industrie, net als de grote voedingsproducenten. “Het zijn hele goedkope spullen, al die alginaten, glutamaten, carragenen en methylcellulose, veel goedkoper dan echt vlees of echte vis en verse groente. Ze worden bovendien maar naar goeddunken gebruikt en zijn op die manier schadelijk voor de gezondheid.”

Intussen heeft het Italiaanse Ministerie van Gezondheid vorige maand een decreet uit doen gaan waarin een aantal additieven staan opgesomd die restaurants niet mogen gebruiken. Bij controles werden meer dan 600 producten in beslag genomen. Het gaat om voedseladditieven met E-nummers en gassen.
In een interview zegt Massimilano Alajmo, de drie sterren chef van Le Calandre, dat het decreet het imago van de Italiaanse Keuken ruïneert. “Het is dus nu zo dat wij, als getrainde vakmensen, geen gebruik mogen maken van de spullen die elke huisvrouw in haar supermarkt vrijelijk kan kopen. De voedselindustrie noemt die dingen halfproducten en dan mag het, maar wij zijn in overtreding als we ze gebruiken. Het is veel gedoe om niks, want de chemische additieven gebruiken we amper. Nu lijkt het alsof de Italiaanse kok zich vergrijpt aan al die zaken, niks is minder waar. Wij gebruiken alleen natuurlijke additieven. Kan iemand mij bewijzen dat agar agar en natuurlijke zeewier schadelijk zijn? Zo ja, dan gebruik ik ze onmiddellijk niet meer. Nu hebben ze alles op één grote hoop gegooid. Ze moeten onderscheid maken tussen natuurlijke additieven en chemische. Als ze alleen die chemische additieven verbieden, sta ik achter het decreet.”

Er zal nog wel het nodige (vervuilde) water door de Rijn gaan voordat het gebruik van additieven, natuurlijke zowel als chemische, in een vaarwater komt dat niet ter discussie staat. Zolang de veiligheid van het gebruik van E-nummers en de risico’s daarvan, door wetenschappers telkens weer wordt afgedaan met de boodschap dat ze zijn gecontroleerd en goedgekeurd, zolang zal de onrust over het gebruik blijven. Het heeft geen zin om te zeggen dat de mensen angst wordt aangepraat, angst voor het onbekende. Zorg dan voor grondige voorlichting. Misschien zou het beter zijn als met name het gebruik van chemische additieven in ons eten, medicijnen en cosmetische producten voorlopig wordt opgeschort. Pas na een grootscheeps en langdurig onderzoek, waarbij gebruikers minstens twee generaties lang gevolgd worden, kun je met enige zekerheid vaststellen of (chemische) additieven veilig zijn. We mogen in dit geval niet afgaan op proeven met ratten en onderzoeksresultaten die komen uit onderzoeken die zijn geïnitieerd of gefinancierd door de producenten zelf. We vinden het ook niet goed als een onderzoekscommissie van slagers zegt dat het vlees van de slager in orde is.

Als de consument meer weet, raakt hij geïnteresseerd
Willem Treep en Drees Peter van den Bosch zijn samen een distributiebedrijfje begonnen om bij de lokale supermarkten en eetgelegenheden zoals Hajé aan de A27 bij Lelystad supergezonde landbouwproducten te verkopen, producten van de kleinere ambachtelijke boer uit de buurt: groente, fruit, aardappelen. Willem & Treep haalt de spullen zelf op en distribueert die onder de afnemers. Ze zijn gestart in de regio Amersfoort, daarna volgden Utrecht en Amsterdam, nu is de achterhoek aan de beurt. Eind 2010 hopen ze in zes regio’s 200 adressen te bevoorraden. Niet echt een bedrijfje meer.
Bouillon is met Willem Treep op pad in de nieuwe regio achter Arnhem. We gaan op bezoek bij twee potentiële leveranciers. In de auto gaat het gesprek al snel op de beweegredenen, het ontstaan van Willem & Drees en de hektiek van het opstarten, de lange dagen, het gezin.
“Drees en ik kenden elkaar van onze studie in Wageningen en kwamen bij Unilever te werken. Daar was de arbeidsvreugde geconcentreerd op 3 of 4000 automaten met cup-a-soup of Ben & Jerry’s. Dat was het spel. Leuk team, leuke mensen, maar onze talenten werden nauwelijks aangesproken. En we hadden allebei toch wel iets van dat we later konden zeggen: we hebben iets gedaan, we hebben een bijdrage geleverd. Dat je voor je gevoel iets hebt gedaan voor de wereld van over vijftig jaar. Toen we dat eenmaal bij elkaar hadden vastgesteld, kwam vanzelf dit idee op de proppen. Nu doen we iets wat we leuk vinden, wat de consument leuk vindt en de teler ook.”
Maar het zal toch niet zo maar ineens van een leien dakjes lopen? “De knelpunten mag je lekker zelf oplossen, dat is leuk. Welke? Nou die zijn er legio. Dat Supermarktketens zo lang doen over hun beslissingen en zijn in hun logistiek te groot voor lokaal. Wij versturen de sla, de kersen en de witlof vanuit Bunschoten. Alles is van veertig kilometer in de omtrek. Daan valt er veel te regelen in de wereld van bakjes en zakjes, dat is voor de hand liggend, de nazorg liegt er niet om. Dagvers is enorm kwetsbaar. Eigenlijk zijn we weer aan het groenteboeren. Probleem met winkels als De Spar en Coop is dat de filiaalhouder op de kwaliteit aangesproken wordt. De aardbeien van De Spar deugen niet, niet de aardbeien van De Rijk. Afijn, halen en brengen, dat zijn nu onze dagen. We zien elkaar ’s maandags, dan hebben we overleg. Ik heb net een derde kind, dus de handjes zijn behoorlijk gebonden aan alle kanten.”
Ons gesprek voert langs het gesneden versfruit uit Kenia en de gigantische plassen melk die er geproduceerd worden in ons land en dat het economisch belang altijd weer op de eerste plaats staat. Dat het waterverbruik voor de irrigatie van de groene aspergeteelt in een land als Peru eigenlijk onverantwoord is. Het zijn allemaal overwegingen die passen in het gedachtegoed van Treep en zijn compagnon om iets moois neer te zetten: “Bij Unilever maakte we op elke 100 euro omzet 18 euro winst en toch groeiden we niet genoeg. Dat is niet aantrekkelijk voor de investeerder en die brengt dan het geld naar de concurrent. Dat verhaal klopt volgens mij niet. Net zoals Bertolli niet klopt.”
Dus dan maar focussen op de kleine boer en zijn liefde voor het product? Is dat zaligmakend? “Het is niet per se zo dat je alleen van een kleine teler moet betrekken en dat alles bio moet zijn. Maar je begrijpt ook wel dat een teler met 80 hectare aardappelen moet lachen om onze 20 kistjes. Toch willen we lokale telers, dus niet alles onderbrengen bij één of twee grote. Het is volgens mij echt onzin dat onze appels uit Frankrijk moeten komen terwijl we ze om de hoek ook kunnen inkopen. Nu komt het verse fruit drie keer per dag in een vliegtuig vanuit Kenia, dat klopt niet. De consument staat veel te ver van het eten af om zich daar druk over te maken, dat willen wij veranderen. Vertel je ze meer, dan raken ze geïnteresseerd en mag je ook iets duurder zijn.”
Zo rijden we na veel geslinger door landelijke dreven achter Doetinchem bij de Fruitschuur op de Peppelmansdijk in Gaanderen binnen. Daar kweken ze aardbeien, frambozen, aalbessen, bramen en kruisbessen. Het bedrijf lijkt zich aan te passen aan moderne wensen en ontvangt veel dagjesmensen. De randstad komt hier met bussen en de mensen plukken hun eigen fruit. De bijen zijn druk, de hommels zitten in een andere kas. Een Jack Russell volgt ons overal, hij vangt de merels. In de winkel nog eigen vruchtensappen, wijn en fruit in potten. Henri Wisselink legt uit over zijn aardbeien: “We doen Sonata, Flamingo en Elsanta. Het is nou eind april en ’s nachts moet de kachel aan. Die frambozen daar zijn doordragers. Op het internet nodigen we de mensen uit om te komen plukken. Met emmers tegelijk halen ze uit de kassen. Pluk ik voor de veiling, dan beur ik niks. Nu hoef ik alleen maar de napluk te doen. Als boer kun je het nauwelijks verdienen met die peulen en doperwten uit Egypte.”
Wisselink lijkt voor de zaak van Willem & Drees gewonnen, al wil hij wat bedenktijd. “Soms zitten er rare muiters tussen,” zegt Treep, “maar deze mensen gaan meedoen, zegt mijn gevoel.”
Het volgende adres is de bio-boerderij van Erik en Wilma in Weel. Ze leveren kleinschalig aardappelen, witlof en prei. Hun nieuwe aanplant venkel staat er lichtgroen bij. De prei voor Willem & Drees ligt al verpakt in zakken met gaatjes te wachten. De uitleg over in te vullen leveringsformulieren hoeft niet lang te duren. Op dan maar weer naar een volgende leverancier.
Willem & Drees leveren het hele jaar door meer dan tien verschillende soorten groenten en fruit aan tientallen supermarkten van Coop, Jumbo en Spar, maar ook aan bedrijfskantines van onder meer de Vrije Universiteit in Amsterdam, het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht en Hajé de Jager langs de snelweg. De omzet mòet groter worden, anders is de inspanning niet terug te verdienen. Straks rijden er vijf busjes, één om de spullen op te halen, vijf om ze te distribueren. Een forse investering staat op het spel. Of dat alsjeblieft mag slagen?


Koppert Cress komt met revolutie
Alfred Verhagen staat bijna te trappelen als een opgewonden schooljongen. `Ergens in 2011 zijn we helemaal klaar met de verbouwing. Dan kweken we vier lagen hoog, dat is spectaculair, en kan de bezoeker in een soort junglehal zien waar het allemaal vandaan komt.`

Koppert Cress is in amper tien jaar tijd uitgegroeid tot een mondiale leverancier van cressen en mini-groentes. Veel chefs in de topsector hebben een deel van hun faam te danken aan de innovatieve kweekmethoden van eigenaar Rob Baan en zijn kwekerijbrigade. `Vijf jaar geleden nog maar, zaten Rob en ik bijna met tranen in onze ogen in de auto. We konden vijfduizend doosjes per week leveren. Nu zitten we op 35.000 doosjes per week en wanneer de verbouwing klaar is op misschien wel 100.000. De vraag blijft nog steeds groeien en koks van over heel de wereld bellen ons op voor leveringen.`

Spectaculair aan zijn verhaal en uitleg is de totaal nieuwe, gepatenteerde kweekmethode. Met dank aan de aangedragen kennis uit Wageningen en van Philips hebben Baan c.s. een vierlaagse groeimethode ontwikkeld waarbij blauwe en rode led-lampjes de cressen van grond af opstuwen en sterk maken. `Ze hebben in Wageningen ontdekt dat die plantjes het liefst rood en blauw licht hebben. Daar worden ze helemaal hipperdepip van. We zijn nu die vier lagen overal aan het aanleggen in de kassen, waarbij elke laag een ander licht of lichtsterkte heeft. Is de cress eenmaal op de bovenste laag, dan doet het zonlicht het laatste werk en kunnen hij de koeling in.

Straks krijgen bezoekers eerst een kookdemo in de grote keukens. Daarna gaan ze een enorme junglehal in, die zo groot is als een hockeyveld, met helm op en speciale kleding aan, om in steamy atmosferen te ervaren en te zien waar de plantjes van origine groeien. Inclusief de vogels die zorgen voor verspreiding van zaadjes. Fascinerend zal het zeker zijn.

Adrià is adviseur bij Zwitserse smakenmaker Givaudan
Ferran Adria zit in de zogenaamde Chef’s Council van de Zwitserse farmaceut Givaudan, een bedrijf dat naar verluid ruim 20.000 verschillende synthetische smaken heeft ontwikkeld. Adria adviseert daarmee bij het maken van namaaksmaken.

Veel van de smaken in de moleculaire keuken komen van Givaudan. Ze zijn gemaakt met behulp van bacteriën en kosten praktisch niets. De smaken van Givaudan hoeven niet bij de gebruikte ingrediënten genoemd te worden en krijgen derhalve geen E-nummer. Het is al moeilijk genoeg om ons te vrijwaren van nadelige gezondheidseffecten van de wel gelicenceerde additieven, als er nu ook nog allerlei namaaksmaken, zonder mankeren in ons voedsel terecht komen, is de beer eigenlijk los. Wie garandeert dan nog dat er geen gezondheidsrisico’s zijn en wat net zo erg is, wie bepaalt hoe iets smaken gaat? De industrie of wijzelf? Delft de menselijke smaak het onderspit dankzij de adviezen van topkoks?.

Givaudan is een farmaceutisch bedrijf met een omzet van ruim 4 miljard. De De Chef’s Council van waar Ferran Adria, Alex Atela, Alex Stupak, Thomas Chai en de gebroeders Roca lid van zijn, komt jaarlijks bijeen om de nieuwste ontwikkelingen bij Givaudan door te nemen. Op die manier staan ze er bovenop als er weer een nieuwe gastronomische trend gelanceerd gaat worden. Givaudans president Mauricio Graber ziet het zo: “Via de Chef’s Council integreren wij op een dynamische en creatieve manier de beste ideeën van topkoks van over heel de wereld met onze eigen inspanningen en brengen op die manier nieuwe, succesvolle smaakcombinaties op de markt, die de gasten aan de toptafels zullen verrassen. Op die manier speelt de gastronomische top een belangrijke rol bij de ontwikkeling van nieuwe smaken en zullen de consumenten hen daarin volgen.”

Waar moeten we dan aan denken? Welke producten ontwikkelt Givaudan en wat zien we daarvan terug op de restauranttafels? Wasabi-ijs bijvoorbeeld, of garnalen geïnjecteerd met curry. De Chef’s Council verbindt, volgens de Givaudan brochure, de beste ideeën van topkoks met de smaakexpertise van onze ingenieurs. Op die manier worden nieuwe smaakcombinaties ontdekt en kijken we uit naar ‘what’s next’ in ons smakenpalet.

Bouillon vindt dat deze topchefs zich verre moeten houden van namaaksmaken. Givaudan genereert op deze manier een soort sociale acceptatie van voedseladditieven en namaaksmaken. Hervé This zei al eens: “De smaken die wij ontwikkelen kunnen er alleen komen als topchefs ze proclameren. Zij geven ons autoriteit.” Men spreekt in sommige kringen van een grote samenzwering tussen topkoks en de farma-industrie. Of hoe de greep van het imitatie-voedsel op ons eetpatroon steeds nadrukkelijker wordt.

Uw verse fruit. Wat is goed, wat niet en hoe bewaar je het?


Appel
Wat is goed? Stevig, goed van kleur, knisperend als sneeuw; zonneplekjes mogen best, ze beïnvloeden de smaak niet.
Wat is niet goed: gerimpeld, met beurse plekken, geeft mee als je er op drukt of heeft een fletse kleur.
Tips voor thuis: bewaren in een plastic zak met gaten in de koelkast. In de huiskamer worden ze snel zacht. Pas op voor appels met etiket en nummer dat begint met 4, dat zijn genetisch gemanipuleerde appels. Veel appesl hebben lang op gas gestaan, tegen snel bederf. Heel goed mogelijk dat het appels zijn van vorig jaar


Abrikoos
Wat is goed? Vlezig, sappig, uniforme kleur, geeft een klein beetje mee als je er op drukt.
Wat is niet goed? Onrijp, bleek, groengeel van kleur. Bijna hard. Kan ook overrijp zijn en is dan zacht en zelfs beurs, op het pappige af. Hij ziet er dan dof uit.
Tips voor thuis: Als ze rijp zijn, bewaren in de koelkast, hooguit een week. Onrijp? Laten doorrijpen in een gesloten papieren zak op kamertemperatuur. De niet gezwavelde abrikozen zijn bijna oranjezwart.


Ananas
Wat is goed? Zwaarder dan je zou denken. Oranje, geel of goudbruin van kleur, aangename ananasgeur, flinke ogen die los lijkten te zitten.
Wat is niet goed? Mat groen-gelig, met ingedaalde ogen die er puntig uitzien. Ze zien er droog uit en hebben zachte, schimmelige plekken en een rare geur.
Tips voor thuis: Kan 2 à 3 dagen onafgedekt in de koelkast


Avocado
Wat is goed? Als je er op drukt, zijn ze een beetje zacht. Wel direct gebruiken dan. Zijn ze steviger, dan kun je ze 3 tot vijf dagen later pas eten.
Wat is niet goed? Met barstjes en bruine plekken
Tips voor thuis: Rijpe avocado’s direct eten. Nog niet rijp? Op kamertemperatuur bewaren en een dag of vier wachten tot ze een beetje zacht worden. In de koelkast gaat dat langzamer.


Aardbei
Wat is goed? Helder rode kleur met frisse groene kroontjes. Droog, schoon. Niet te groot. De kleinere hebben meer smaak dan die joekels
Wat is niet goed? Aangetast, of met grote zaadjes en ongekleurde punten. Ze kunnen ook ingezakt zijn. Kijk altijd even naar de onderste exemplaren in het doosje.
Tips voor thuis: Haal de zachte en aangetaste exemplaren er uit voor een saus of jam. Losjes afgedekt met een licht vochtige theedoek, kun je aardbeien twee dagen goed houden in de koelkast.


Banaan
Wat is goed? Stevig, zonder plekken of butsen. Meer smaak als er bruine puntjes op de schil zitten.
Wat is niet goed? Gedeukt, te bruin. Grijzige bananen hebben te koud gelegen en rijpen niet door.
Tips voor thuis: Groengele bananen door laten rijpen op kamertemperatuur. Als ze rikjp zijn kunnen ze het een paar dagen uithouden in de koelkast. De schil kan een beetje zwart worden, maar dan is de vrucht nog wel goed. Bananen met een groene top zijn niet rijp.


Blauwe bes
Wat is goed? Vlezig, stevig, diep blauw met een zilverachtige waswaas. Droog en eenvormig.
Wat is niet goed? Beurs, zacht, plakkerig. Soms zitten de blaadjes of de kruintjes er nog aan
Tips voor thuis: Kunnen wel tien dagen in de koelkast, bewaard in een ondiep doosje met keukenpapier er omheen.


Cantaloupe meloen
Wat is goed?1. de spiegel is verwijderd en laat een zacht en glad kuiltje achter. 2. De schil is ruw, kurkachtig met een soort netje dat op de vrucht ligt. 3. De kleur is korsterig geel. 4. De aangename lucht van meloen. 5. Kan klein beetje meegeven als je op de bovenkant drukt.
Wat is niet goed? Als hij heel geel is en de hele schil zacht is en hij grotere beurse, schimmelige plekken heeft. Kleine plekjes geeft niet.
Tips voor thuis: Als hij nog rijpt kan hij dat bij huiskamertemperatuur. Daarna in de koelkast bewaren in een goed afgesloten bak. Hou hem weg bij andere producten. Aangesneden meloen kan twee dagen bewaard worden in de koelkast.


Citroen
Wat is goed? Stevig en zwaar voor zijn omvang. De huid glad en volgeel met een lichte glans. Lichtgeel is heel vers en dus zeer zuur.
Wat is niet goed? Donkergeel en dof, schimmelig en gerimpeld, zacht en hier en daar gaatjes. Een dikke, hobbelige schil geeft minder vruchtvlees.
Tips voor thuis: Op huiskamertemperatuur 1 week te bewaren. In de koelkast wel een maand, mits afgedekt.


Druif
Wat is goed? Volle kleur, stevig aan de buigzame takjes vast.
Wat is niet goed? Zacht, gerimpeld, plakkerig met bruine, droge plekken. Druiven met bleek geworden takken.
Tips voor thuis: Kunnen, ongewassen, vijf dagen bewaard worden in de koelkast, mits goed
afgesloten.

Framboos
Wat is goed? Mollig, met zachte bolletjes. Heldere, uniforme kleur. Geen kroontjes en schoon
Wat is niet goed? Schimmelige bolletjes, plakkerig, nattige doosjes.
Tips voor thuis: Twee dagen te bewaren in de koelkast, luchtig afgedekt in een ondiep bakje. Pas wassen als je ze gaat eten.

Grapefruit
Wat is goed? Stevig en best zwaar voor zijn omvang. Zachte schil. Hoe dunner de schil hoe meer sap.
Wat is niet goed? Die met een puntige onderkant hebben een dikke schil en weinig sap. Als de schil makkelijk breekt als je er met je vinger op drukt, dan is het niks meer. Ook als hij bobbelig of gerimpeld is.
Tips voor thuis: Blijft op kamertemperatuur een week goed. In de koelkast wel een maand.

Guave
Wat is goed?Dunne schil. Licht geel met wat rose. Geeft een beetje mee als je er op drukt. Heeft een sterke zoete geur.
Wat is niet goed? Helemaal groen en hard
Tips voor thuis: Laten rijpen op kamertemperatuur. Dan een paar dagen in de koelkast. Je kunt het vruichtvlees invriezen en de schil eten, zit veel vitamine C in.

Honingmeloen
Wat is goed? Romige wit-gele kleur met een fluwelen schil. Beetje zacht aan de bovenkant. Best kwetsbaar
Wat is niet goed? Witgroenige kleur. Hard of geblutst. Ingezakte en gespikkelde schil.
Tips voor thuis: In de koelkast goed afdekken en weghouden van andere producten.

Kers
Wat is goed? Mooie donkere kleur, diep rood of bijna zwart. Volle vrucht met stevige steeltjes.
Wat is niet goed? Droge steeltjes, gerimpelde kersen. Plakkerig, beetje schimmel, zachte vrucht.
Tips voor thuis: Kan in de koelkast drie dagen bewaard worden mits afgedekt

Kiwi
Wat is goed? Stevige vrucht zonder rimpels. Mag niet zacht zijn, wel een beetje in te drukken.
Wat is niet goed? Gerimpeld, zacht, beetje beurs.
Tips voor thuis: In een papieren zak op kamertemperatuur laten rijpen. Leg er een banaan bij en dat gaat sneller. Kan 1 tot 2 weken afgedekt in de koelkast bewaard worden.

Limoen
Wat is goed? Stevig, zwaar voor zijn omvang. Glimmende schil
Wat is niet goed? Dof, droog, beurs, meet kleine vlekken en gaatjes.
Tips voor thuis: In de kamer een week te bewaren. In de koelkast een maand.

Mandarijn
Wat is goed? Heldere, diepgele of oranjekleur. De schil moet een beetje los zitten.
Wat is niet goed? Bleek geel of groenig fruit, meet hele zachte plekken en gaatjes.
Tips voor thuis: Kan in een koelkast een week bewaard worden.

Mango
Wat is goed? Vol en rond, glad, donker green met rode vlekken of gele of oranje. Beetje acht. Rijp als je de geur ruikt van perzik en dennen.
Wat is niet goed? Te hard, licht gerimpeld, beurs met plekken, zwarte vlekken of juist mango’s die helemaal groen zijn.
Tips voor thuis: In een papaieren zak laten rijpen. Eenmaal rijp kunnen ze nog twee dagen in de koelkast liggen.

Nectarine
Wat is goed? Beetje zachte vrucht. De kleur is geel-oranje of geel groenig.
Wat is niet goed? Of te hard of veel te zacht en te gerimpeld of gescheurd.
Tips voor thuis: Kan in een papieren zak goed doorrijpen. Daarna blijft hij een week goed in de koelkast.

Papaya
Wat is goed? Zitten er geen vlekken op en wil je hem meteen eten? licht geel, iets zacht.
Wat is niet goed? Helemaal groen, geblutst, schimmelig of met een ruwe schil.
Tips voor thuis: Kan doorrijpen in een papieren zak op een donkere plaats. Kan rijp een week bewaard worden in de koelkast in een plastic of papieren zak.

Peer
Wat is goed? Stevig, met een begin van zachtheid. Van bleek naar vol geel of groen. Hangt af van het ras.
Wat is niet goed? Dof, gerimpeld, beetje soppig bij het steeltje. Vlekken en deuken.
Tips voor thuis: Kunnen in een papieren zak doorrijpen tot de schil een beetje meegeeft. Kunnen eenmaal rijp nog drie dagen in de koelkast bewaard worden.

Perzik
Wat is goed? Iets tussen stevig en zacht in. Rood, geel en oranje.
Wat is niet goed? Te hard. Rood-groen. Heel zacht en slap, met deukjes of bleke en donkere plekken
Tips voor thuis: Als ze eenmaal in een papieren zak rijp zijn geworden kunnen ze nog 1 week onafgedekt in de koelkast bewaard worden.

Pruim
Wat is goed? Stevig, rond, glimmend, iets zacht.
Wat is niet goed? Hard, weinig kleur, gaatjes, bruine plekken, te zacht, plakkerig, schimmelig.
Tips voor thuis: Kunnen doorrijpen in een papieren zak en daaran vijf dagen in de koelkast afgedekt te bewaren.

Sinaasappel
Wat is goed? Stevig, zwaar, gladde schil, heldere oranje-gele kleur. Groene kleur is ook niet erg.
Wat is niet goed? Dof, te licht, bobbelige, dikke huid. Droge of sponsachtige schil. Verkleurde, zachte schil
Tips voor thuis: Kunnen een week goed blijven op kamertemperatuur. Ze kunnen ook in de koelkast wel een maand goed blijven als ze lichtjes afgedekt worden.

Tomaat
Wat is goed? Glad, rond, glimmend, helder rood. Iets zacht. Onrijpe, groene tomaat is lekker in de sla.
Wat is niet goed? Gebutst en gedeukt. Geelgroene kleur of met bruinige, waterachtige vlekken.
Tips voor thuis: Leg ze op een warme plaats om door te rijpen. Niet in de zon. Alleen in de koelkast leggen als ze helemaal rijp zijn. Ze verliezen dan een stuk van hun smaak.

Veenbes
Wat is goed? Stevig, vlezig, glanzend rood.
Wat is niet goed? Bruin, donker, plakkerig, sponzige bessen
Tips voor thuis: Haal alle foute bessen ertussenuit en berg hem goed afgedekt maximaal twee welen in de koelkast op.

Watermeloen
Wat is goed? Heldere groene schil. Mooi van vorm, symmetrisch gevormd. Geen plekken of deuken. Romig-gele onderkant. Een uitgesneden stuk: zwarte pitten, stevig, niet doorzichtig vruchtvlees.
Wat is niet goed? Bleke schil, deuken. Uitgesneden, lichte kleur, wittige pitten, droog en melig vlees. Waterig sap.
Tips voor thuis: Je kunt meloenen in zijn geheel tot tien dagen op kamertemperatuur bewaren. In de koelkast kan hij een week liggen als hij niet aangesneden is. Anders goed inpakken en niet langer dan twee dagen bewaren.

Kinderen met hoger IQ eerder vegetarisch
Dr Catherine Gale van de Universiteit van Southampton heeft een studie gepubliceerd waarin ze stelt dat intelligentere kinderen makkelijker vegetarisch worden wanneer ze opgroeien en daardoor ook minder vatbaar lijken voor hart- en vaatziektes.
Voor het onderzoek werden de data van meer dan 8000 mensen bij gehouden. Vijf procent daarvan was sinda het eerste onderzoek, toen ze tien jaar oud waren, na twintig jaar vegetarisch of veganistisch geworden. Hun IQ was destijds vijf punten hoger dan gemiddeld. Vegetariërs lopen minder kans op hart- en vaatziekten. Meer in het algemeen worden vrouwen makkelijker vegetarisch dan mannen, is de keus om geen vlees te eten ook ingegeven door de hogere sociale omgeving, hoewel het inkomen er juist weer niet toe doet, aldus het onderzoek.

 

PINC organiseert congres Food van 1000 kanten belicht
PINC begrijpt dat veranderingen elkaar zo snel opvolgen dat het niet meer bij te benen is. De consument kan daardoor gemakzuchtig worden; aannemen dat iemand anders het wel voor ze zal bekijken en oplossen. Wij moeten (en willen) best duurzaam denken en doen, maar informatie is dikwijls zo complex of tegengesteld, dat zinnige conclusies trekken moeilijk is geworden. PINC streeft er binnen hun congressen naar om deelname zo persoonlijk mogelijk te maken voor deelnemers. Het is ook bij dit congres de bedoeling dat de lezingen eerder een inspirerende functie hebben dan een die de gast de woorden in de mond legt. Er worden dus geen oplossingen gegeven, maar er wordt vanuit eigen ervaring gesproken over de eisen van de tijd en de wens om duurzaam, biologisch, diervriendelijk en eerlijk te produceren of te consumeren".

Zo zal een ex-manager laten zien hoe het ecosysteem van een boerderij doorgetrokken kan worden naar het bedrijfsleven. Alicia Rios, eethistoricus en kunstenaar, zal met haar 'edible cities' laten zien hoe zintuigen betrokken kunnen worden bij de ondersteuning van hulpbehoevenden (zo bouwde ze met een groep van 4000 ex-drugverslaafden een model van Londen geheel van voedingsmiddelen).
Uw kennis van duurzame voedselproductie zal gepeild worden door Erik van Muiswinkel, de opkomst van de Transition Towns in Nederland komt aan bod en Roling zal haar stillevens exposeren. Na deze interactieve lezingen zult u met nieuwe moed het dagelijkse 'eetprobleem' tegemoet treden. Website

 


25 aug 2010
Mizu Wa Ai, Water is Liefde

Altijd inspirerend, maar soms ook heftig wanneer je een goed gesprek hebt met iemand die op jouw golflengte zit. Vaak is er zoveel te vertellen, dat je na afloop zit te bonken in je autootje. Een morgen met Ger Kappert van Miza Wa Ai (Japans voor Water is Liefde) in Dalfsen staat voor heel wat verbazingwekkende info. Maar ook voor even lekker snoepen uit de kassen van Eef  Stel. Die heeft in zijn kwekerij honderden vierkante meters vol vitale groente. Mediterraan lekkere tomaten, paprika’s de je mond uit spetteren als je er in hapt, penen, stevia, venkel, eetbare bloemetjes en komkommer die naar meer smaakt dan muffig water zoals die uit de supermarkt. Het is niet voor niets dat Eef dagelijks vers levert aan De Librije van Jonnie en Thérèse Boer.

Ger en zijn Melinda timmeren aan de weg met hun Aquarius Vitaliser, die ze betrekken van Jan ten Kleij, jarenlang roeper in de gortdroge waterwoestijn. Ten Kleij ontwikkelde de vitalizer, een keramische filter voor leidingwater. Het apparaat revitaliseert het water door en door en is daarna weer in balans. We hebben er al eens over geschreven in Bouillon.
Eef Stel bewatert er zijn kassen mee. De grond en de bodem waarop zijn groenten en kruiden groeien is hersteld van de aanval pesticiden en herbiciden. Een gezonde grond is de start van waaruit we ons voedsel weer de oude voedende waarde terug kunnen geven.

De enige aanpak die ons kan verlossen van al die uitsluitend op maaginhoud geproduceerde ‘voedselproducten’ van Unilever, Nestlé, Campina en andere volksvolstoppers.
Wat zij voeding noemen, bestaat steeds meer uit vulsel, plaksel, lucht, E-nummers en chemische vitaminetoevoegingen. Met een regen aan kwalen tot gevolg. Obesitas? Het is al zo gewoon dat overheden hun gezondheidsprogramma’s er op inrichten, zonder de oorzaak te bestrijden. Ouderdomssuiker? Er zijn al glossy’s op de markt voor (jonge) mensen met suiker. Fabrikanten spelen het spelletje van de gezondheidsclaims met verve. Overheden promoten lightproducten, want vet is zo ongezond. Maar voedsel waar geen vet in zit, smaakt minder en zul je toch ook qua volume moeten bijvullen. Geen nood. Gewoon weer wat zetmeel er bij of E 953, Isomalt en E 461, methylcellulose en natuurlijk E 621, mononatriumglutamaat voor de smaak. Zit er niet meer in tegenwoordig, zeggen de industriële voedselmakers. Klopt, ze mogen het van de overheid mengen in de gistextracten. Wat vindingrijk nou toch weer. En dat terwijl gezonde voeding begint bij een gezond basis: bij een vitale bodem, planten en dieren. Als een dier fijn heeft mogen dieren (zoals bij scharrelkippen) wordt de smaak van het vlees beter. Bij kippen die vitaal water krijgen, is het medicijnverbruik vrijwel nihil en wij krijgen, via dat kippenvlees of de eieren, geen medicijnen in ons lichaam. Wanneer een koe vitaal water krijgt en gras eet van een gezonde bodem, geeft zij melk die boordevol mineralen- en spoorelementen zit en koper voor de vitamine B12, eigenlijk de enige reden om melk te drinken.

Ger Kappert heeft zich nu ook verslingerd aan de producten van Multikraft, de Effectieve Micro-organisme uit Oostenrijk. “Een paar druppels per dag zijn goed voor op volle stoom werkende darmflora. De micro-organismen koopt Jan ten Kleij in slapende toestand. Met water en Rietsuikermelasse worden ze opgekweekt. In Oostenrijk bewerken ze er zelfs vloeren en muren mee. De energie spat er vanaf. Het gaat uiteindelijk allemaal om Levenskracht. We moeten terug naar de basis en ons voedsel weer de bouwstenen geven die we nodig hebben” zegt Kappert. Hij heeft sinds kort een kleine zes hectaren grond waar altijd maïs op heeft gegroeid. De aarde was daardoor volkomen levenloos. Hij heeft die grond eerst behandeld met zeeschelpenkalk, dat de sporen en de mineralen teruggeeft aan de bodem. Nu staan er lupinen om de stikstof uit de lucht naar de bodem te brengen. Daarna gaat hij nevelen met EM. “Vroeger gooiden boeren er Thomas Slakkenmeel overheen, een vieze troep, maar wel heel voedzaam voor de bodem. Tegenwoordig met al die kunstmest en de versnelde celdeling, wordt de bodem alleen maar uitgewoond. Een hectare leverde vroeger 25 ton piepers op. Sinds het gebruik van kunstmest is dat al 60 ton per hectare. Dat heet uitwonen. En het helpt niet door van die aardappel dan maar meer te eten. Maar de basis is vitaal water. Water is liefde. Mizu Wa Ai."
Ger Kappert, Teeuwserf 42, Dalfsen, website

2 augustus 2010

Waarschuwing kleurstoffen
Kleurstoffen op het etiket verplicht
Alle tegenwerking en protesten beginnen vrucht af te werpen. Fabrikanten van voedselproducten zijn vanaf heden door het Europees Parlement verplicht om de verwerkte kleurstoffen te vermelden. Vooral als het azo-kleurstoffen zijn, met E-nummers. De voedselproducent moet melden: kan de activiteit of oplettendheid van kinderen nadelig beïnvloeden.

Volgens de voedselveiligheidsautoriteit, de EFSA, zouden de effecten van de azo-kleurstoffen verwaarloosbaar zijn. Toch moeten de waarschuwingen er op. Ze zijn niet gevaarlijk, maar omdat er zo gezeurd wordt, moet het er wel op. Je mag je afvragen wat er voor een commotie losbreekt als de wetenschap over een jaar of tien tot de conclusie komt dat de azo-stoffen ten onrechte als risicoloos zijn bestempeld. Dat ze inderdaad gezondheidsbedreigend zijn. Gaat dan de EEFSA of de nationale overheid over tot schadevergoedingen? En waarom zou Nederland niet voorop kunnen lopen in het verbieden van verdachte voedingsadditieven? Omdat de belangen van Unilever en Campina groter zijn dan de volksgezondheid?

Om welke kleurstoffen gaat het en wat zegt de gids Wat zit er in uw Eten? er over? Het gaat om verdachte kleurstoffen zoals:
tartrazine E 102, wat hyperactiviteit, astma, netelroos, neusverkoudheid, aantasting van het gezichtsvermogen en slapeloosheid veroorzaakt en mogelijke kankerverwekkend is met mutagene en teratogene stoffen. Taretrazine is verboden in Oostenrijk, Noorwegen en Finland.
chinolinegeel E 104, alweer goed voor hyperactiviteit, slapeloosheid en kankerverwekking, maar ook eczeem (kijk maar eens in de kleedkamers van het voetbal), en allergische reacties. Chinolinegeel is verboden in Australië en de VS.
zonnegeel E 110, hyperactiviteit, astma, eczeem en slapeloosheid.
azorubine E 122, hyperactiviteit, huidreacties, allergieën, neusverkoudheid, astma, slapeloosheid, huidoedeem en misschien kankerverwekking.
ponceau 4R E 124, ookwel chinonilerood genoemd, is een zeer gevaarlijke stof. Zit in ketchups, snoep, yoghurt en frisdranken. Veroorzaakt hyperactiviteit, astma, netelroos, slapeloosheid en is mogelijk kankerverwekkend.
en allurarood AC E129, veroorzaakt huidallergieën is kankerverwekkend en is in veel landen verboden.

Waarom de ESFA de nummers E 107, E 110, E 120, E 123, E 127, E 128, E 130, E 131, E 132, E 133, E 142, E 151, E 154, E 155, E 161g, E 173, E 174, E 175 en E 180 niet verplicht stelt op de etikettering, is onduidelijk. Ze zijn allemaal net zo gevaarlijk.

En denk niet dat de tussenliggende E-nummers oké zijn. Er zijn maar 11 kleurstoffen onverdacht. Die noemen we voor het gemak toch ook even:
E 100, E 101, E 140, E 160 c, e, f, E 161, E 162, E 163, E 170 en E 172.


Gevonden op de website van Marks & Spencer:
Question. I am concerned about the use or artificial ingredients food companies use in
foods please can you tell me if M&S use MSG or aspartame in any of their
products?

Answer. We do not add MSG or aspartame to any of our foods and drinks. We only use artificial sweeteners in a small number of foods, such as Count on Us yogurts, low calorie soft drinks and no added sugar confectionery. In most cases the artificial sweetener that we use is sucralose. For more information on additives please click here to download our additive fact sheet

Waarom zou een zo groot concern zich de moeite getroosten om nadrukkelijk te melden dat ze geen producten met E 621 en E 951 verkoopt? Omdat al die berichten erover onzin zijn en volgens professor Katan bangmakerij? Omdat E 621, zoals vermeld in de Etikettenwijzer van het Voedingscentrum, ervan werd verdacht overgevoeligheidsreacties te veroorzaken, maar dat inmiddels duidelijk is dat dit onjuist is?

Marks & Spencer (en ook Unilever als dat zo uitkomt - zie de bio-tomatensoep, de E-nummerloze rookworst etc - ) doet zijn best om klanten gerust te stellen. Nee E621 komt er niet meer in. Net zo min als Isomalt, de grote zoetmaker en plakvuller: “We gebruiken geen rode, zwarte, bruine of gele kleurstoffen meer en zo min mogelijk conserveringsmiddelen. In ons eten zit geen aspartaam meer en we werken er aan andere zoetstoffen ook te verbannen. We willen gewoon niet langer werken met kunstmatige zoet- en smaakstoffen.”

Marks & Spencer heeft overal in de grote Engelse steden foodmarkets geopend waar het echte eten vooraan ligt. Prettige, ruime winkels, met een enorm aanbod gezond voedsel. Tja, je ziet nog veel dieetproducten en sport- en frisdranken met aspartaam en sucralose, maar als je hun website moet geloven, zijn ze bezig die er ook uit te werken.

Hier in Nederland boezemen wij met ons gidsje Wat zit er in uw Eten? angst in... (al hebben wij nog geen bànge mensen gesproken, wel heel gelukkige en opgeluchte mensen) en is al de informatie die er in staat volstrekte onzin....
Hoe lang duurt het nog, die zoethoudertjes van de autoriteiten die over onze gezondheid waken? Het is of niet waar en volgen bedrijven als Marks & Spencer en (gedeeltelijk) Unilever alleen maar uit zucht naar omzet, of het is wel waar en moet er snel iets gebeuren van overheidswege. Nederland is zoals altijd in dit soort zaken erg laks.

12 mei 2010
Als de consument meer weet, raakt hij geïnteresseerd

Willem Treep en Drees Peter van den Bosch zijn samen een distributiebedrijfje begonnen om bij de lokale supermarkten en eetgelegenheden zoals Hajé aan de A27 bij Lelystad supergezonde landbouwproducten te verkopen, producten van de kleinere ambachtelijke boer uit de buurt: groente, fruit, aardappelen. Willem & Drees haalt de spullen zelf op en distribueert die onder de afnemers. Ze zijn gestart in de regio Amersfoort, daarna volgden Utrecht en Amsterdam, nu is de achterhoek aan de beurt. Eind 2010 hopen ze in zes regio’s 200 adressen te bevoorraden. Niet echt een bedrijfje meer.

Bouillon is met Willem Treep op pad in de nieuwe regio achter Arnhem. We gaan op bezoek bij twee potentiële leveranciers. In de auto gaat het gesprek al snel over de beweegredenen, het ontstaan van Willem & Drees en de hectiek van het opstarten, de lange dagen, het gezin.
“Drees en ik kenden elkaar van onze studie in Wageningen en kwamen bij Unilever te werken. Daar was de arbeidsvreugde geconcentreerd op circa 4000 automaten met cup-a-soup of Ben & Jerry’s. Dat was het spel. Leuk team, leuke mensen, maar onze talenten werden nauwelijks aangesproken. En we hadden allebei toch wel de wens dat we later konden zeggen: we hebben iets gedaan, we hebben een bijdrage geleverd. Dat je voor je gevoel iets hebt gedaan voor de wereld van over vijftig jaar. Toen we dat eenmaal hadden vastgesteld, kwam vanzelf dit idee op de proppen. Nu doen we iets wat we leuk vinden, wat de consument leuk vindt en de teler ook.”

Maar het zal toch niet zo maar ineens van een leien dakjes gaan?
“De knelpunten mag je lekker zelf oplossen, dat is leuk. Welke? Nou die zijn er legio. Dat Supermarktketens zo lang doen over hun beslissingen. Ze zijn in hun logistiek te groot voor lokaal. Wij versturen de sla, de kersen en witlof vanuit Bunschoten. Alles is van veertig kilometer in de omtrek. Dan valt er veel te regelen in de wereld van bakjes en zakjes, dat is voor de hand liggend, de nazorg liegt er niet om. Dagvers is kwetsbaar. Eigenlijk zijn we weer aan het groenteboeren. Probleem met winkels als De Spar en Coop is, dat de filiaalhouder op de kwaliteit aangesproken wordt. De aardbeien van De Spar deugen niet, niet de aardbeien van De Rijk. Afijn, halen en brengen, dat zijn nu onze dagen. We zien elkaar ’s maandags, dan hebben we overleg. Ik heb net een derde kind, dus de handjes zijn behoorlijk gebonden aan alle kanten.”
Ons gesprek voert langs het gesneden versfruit uit Kenia en de gigantische plassen melk die er geproduceerd worden in ons land en dat het economisch belang altijd weer op de eerste plaats komt. Dat het waterverbruik voor de irrigatie van de groene aspergeteelt in een land als Peru eigenlijk onverantwoord is. Het zijn allemaal overwegingen die passen in het gedachtegoed van Drees en zijn compagnon om iets moois neer te zetten: “Bij Unilever maakten we op elke 100 euro omzet 18 euro winst en toch groeiden we niet genoeg. Dat is niet aantrekkelijk voor de investeerder en die brengt dan het geld naar de concurrent. Dat verhaal klopt volgens mij niet. Net zoals Bertolli niet klopt.”

Dus dan maar focussen op de kleine boer en zijn liefde voor het product? Is dat zaligmakend? “Het is niet perse zo dat je alleen van een kleine teler moet betrekken en dat alles bio moet zijn. Maar je begrijpt ook wel dat een teler met 80 hectare aardappelen moet lachen om onze 20 kistjes. Toch willen we lokale telers, dus niet alles onderbrengen bij één of twee grote. Het is volgens mij echt onzin dat onze appels uit Frankrijk moeten komen terwijl we ze om de hoek ook kunnen inkopen. Nu komt het verse fruit drie keer per dag in een vliegtuig vanuit Kenia, dat klopt niet. De consument staat veel te ver van het eten af om zich daar druk over te maken, dat willen wij veranderen. Vertel je ze meer, dan raken ze geïnteresseerd en mag je ook iets duurder zijn.”

Zo rijden we na veel geslinger door landelijke dreven achter Doetinchem bij de Fruitschuur op de Peppelmansdijk in Gaanderen binnen. Daar kweken ze aardbeien, frambozen, aalbessen, bramen en kruisbessen. Het bedrijf lijkt zich aan te passen aan moderne wensen en ontvangt veel dagjesmensen. De randstad komt hier met bussen en de mensen plukken hun eigen fruit. De bijen zijn druk, de hommels zitten in een andere kas. Een Jack Russell volgt ons overal, hij vangt de merels. In de winkel nog eigen vruchtensappen, wijn en fruit in potten. Henri Wisselink legt uit over zijn aardbeien: “We doen Sonata, Flamingo en Elsanta. Het is nou eind april en ’s nachts moet de kachel aan. Die frambozen daar zijn doordragers. Op het internet nodigen we de mensen uit om te komen plukken. Met emmers tegelijk halen ze uit de kassen. Pluk ik voor de veiling, dan beur ik niks. Nu hoef ik alleen maar de napluk te doen. Als boer kun je het nauwelijks verdienen met die peulen en doperwten uit Egypte.”
Wisselink lijkt voor de zaak van Willem & Drees gewonnen, al wil hij wat bedenktijd. “Soms zitten er rare snuiters tussen,” zegt Drees, “maar deze mensen gaan meedoen, zegt mijn gevoel.”
Het volgende adres is de bioboerderij van Erik en Wilma in Weel. Ze leveren kleinschalig aardappelen, witlof en prei. Hun nieuwe aanplant venkel staat er lichtgroen bij. De prei voor Willem & Drees ligt al verpakt in zakken met gaatjes te wachten. De uitleg over in te vullen leveringsformulieren hoeft niet lang te duren. Op dan maar weer naar een volgende leverancier.

Willem & Drees leveren het hele jaar door meer dan tien verschillende soorten groenten en fruit aan tientallen supermarkten van Coop, Jumbo en Spar, maar ook aan bedrijfskantines van onder meer de Vrije Universiteit in Amsterdam, het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht en Hajé de Jager langs de snelweg. De omzet moet groter worden, anders is de inspanning niet terug te verdienen. Straks rijden er vijf busjes, één om de spullen op te halen, vijf om ze te distribueren. Een forse investering staat op het spel. Of dat alsjeblieft mag slagen?
website Willem&Drees


12 april 2010

Over de kip als bedreigende diersoort
Tekst Jeroen Thijssen (Trouw)

Wij worden bedreigd door de kip.  De supermarkten puilen uit van gevogelte vol enge bacteriën die resistent zijn tegen antibiotica en ons binnenste kunnen verruïneren, en ons buitenste ook. Dat meldde deze krant in elk geval, vorige week nog. Op 88 procent van alle kippenvlees in de winkels zitten resistente ESBL-bacteriën. ESBL staat voor Extended Spectrum Betalacatamase; het zijn stofjes die de gangbare antibiotica af kunnen breken, en op die manier resistent zijn. Ze zijn dat geworden door het veelvuldig gebruik van antibiotica als cefalosporines.
Dat is niet erg, zo lang die bacteriën ergens in een weiland zitten. Maar van de kipfilet op het aanrecht kunnen ze ook in de mens geraken.
Lieve hemel. Kan ik mijn kinderen nog wel een kluifje voorzetten? Hoe gevaarlijk is het? In persberichten verklaren wetenschappers dat de zaken ‘verontrustend’ zijn, en dat verzwakte mensen risico lopen. Ik voel me ook wel eens zwak, vooral de ochtend erna. Hoe erg is dat? En hoe komen die antibiotica eigenlijk op de kip?
Het zijn vragen waar, volgens de landelijke fokvereniging der kippenhouders, in de pers niet voldoende antwoord op gegeven wordt. Daarom heeft deze instelling, de Productschappen Vee, Vlees en Eieren, een site geopend met hun antwoorden op deze actuele kwestie. Want wee de kip die in de kwade reuk staat. De site staat vol informatie en sussende woorden. Het hebben van dergelijke bacteriën hoeft geen probleem te zijn, dit soort resistentie bestaat al jaren en de consument kan er zelf iets aan doen: handen wassen na het aanraken van kip en alle vlees goed doorverhitten.
Nu klopt dat laatste wel, en goede hygiëne is overal belangrijk. Maar het is toch raar dat die ESBL toeneemt? Dat komt, volgens de site, omdat het voer veranderd is en dan moet je wat, als kippenboer.
Hoezo, dan moet je wat? Nu ja, legt een woordvoerder van de PVE uit. Er is een natuurlijke fluctuatie in de gezondheid van de aangevoerde kuikens. Als die wat gammel zijn moet je antibiotica gebruiken om ze door hun moeilijke periode heen te helpen.
Mag dat dan zomaar? Dat moet onze nationale Voedselwaakhond weten, de Voeding- en Warenautoriteit. En hoe ernstig is dit alles nu eigenlijk? In bureau-rijk Nederland valt die vraag weer onder het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, het RIVM.
De VWA is de eerste die reageert. Een deskundige zendt een ingewikkeld antwoord per mail, want zo gaat dat in de wereld der wetten. Hoofdzaken: diergeneesmiddel mogen alleen bij specifieke dieren worden gebruikt. De dierenarts schrijft ze voor, maar die mag in bepaalde gevallen afwijken van de overheidsregels, bijvoorbeeld in het geval van genoemde cefalosporines. Hoe vaak dergelijke antibiotica worden gebruikt is niet bekend, en er bestaan geen regels voor de frequentie van toediening in een dierenleven.
Ingewikkeld, dus, en er lijkt veel onderhandelingsruimte voor wanhopige boeren die aan hun zieke-kippenbed staan - de dierenarts aarzelt.
En hoe gevaarlijk is het nul? Daarop belt de voorlichter van het RIVM terug: deskundigen van zijn organisatie willen daarover geen uitspraken doen. Ze zijn in overleg met de minister en die bepaalt dan hoe riskant het allemaal is.

Geef ik mijn bloedjes van kinderen nog kip te eten? Jawel, goed doorbakken, goed gekruid en van goede komaf. De deskundige van de VWA mailde namelijk ook nog: ‘In de biologische sector wordt minder antibiotica voorgeschreven dan in de reguliere sector.’


11 april 2010

2,5 miljard liter frisdrank bedreigen onze gezondheid
De zomer komt. IJs en zonnebrandcrème, terrassen, hotels en dagtripjes, ze raken weer volop in de running. Goed voor de economie. Maar wie er vooral in hun handen wrijven zijn de frisdrankproducenten en de makers van smoothies en andere vruchtensappen. Ze hebben het al vreselijk naar hun zin, want de consumptie van cola’s, sappen, bronwater en smoothies stijgt per jaar aanzienlijk. Maar een mooie zomer maakt het verschil. Is de temperatuur eenmaal boven de 18 graden, dan stijgt per graad de consumptie met vier procent en boven de 21 graden komt er telkens 7 procent bij.

Mooi voor de kassa, niet zo mooi voor de weegschaal. Als natie waren we begin deze eeuw goed voor 1,5 miljard liter frisdranken en sappen, negen jaar later zijn dat er al 1 miljard meer. 2,5 miljard liter fris, het is niet te geloven! 157 liter per hoofd van de bevolking per jaar. Ik drink het nauwelijks, dus moet mijn buurman al op zo’n 300 liter zitten. Arme kerel. Maar wat erger is, met die enorme toename, zeg maar 66% in amper tien jaar tijd, is ook het aantal mensen dat gewichtsproblemen heeft verviervoudigd. Die link wordt niet vaak gelegd.

Is het toeval dat er zoveel mensen dikker zijn terwijl er alsmaar meer fris gedronken wordt? Niet als je onafhankelijke wetenschappelijke studies mag geloven. De John Hopkins School for Public Health in Baltimore zegt dat ze een directe link heeft gelegd tussen drinken van frisdranken en gewichtstoename. OK, het is Amerika, maar wij hebben hier de onbedwingbare neiging de Amerikanen in alles te volgen, net als de Engelsen overigens. Britse wetenschappers zijn ook al aan het onderzoeken geslagen. Ursula Arens van  het Britse Dieet Instituut zegt dat de frisdranken goed zijn voor 20% van de hoeveelheid calorieën die er dagelijkse door Britse kelen glijden. En behalve die calorieën komen er ook nog een flinke scheut kleurstoffen, conserveringsmiddelen, zoetstoffen en oppeppers mee als we al die cola, bronwaters met een smaakje, vruchtensappen en smoothies drinken.

“Lastig is ook,”zegt mevrouw Arens, “dat we die calorieën in vloeibare vorm binnen krijgen en daarmee onze grenswachters buiten spel zetten. We krijgen bij het drinken van al dat fris niet de boodschap door dat we vol zitten. Het heeft dus geen matigende invloed op de hoeveelheid eten die we daarna nog naar binnen slaan. Er zit bovendien in al die frisdranken erg veel fructosesiroop, die ons er ook al toe zetten om meer te eten.

Fructosesiroop of maïssiroop, de basis van zowat alle frisdranken, voert niet net zoals suiker de insulineproductie op en verlaagt zelfs de hoeveelheid leptine, dat via het bloed doorgeeft dat we verzadigd zijn, de hormonen die ons laten stoppen met eten en drinken. Bovendien maken we met het drinken van fructosesiroop meer ghrelin aan, waardoor we nog meer willen eten. Fructosesiroop wordt door vooraanstaande kinderartsen in de VS gezien als de veroorzakers van ‘vette’ levers bij kinderen, zoals we die ook bij alcoholisten zien.

Waarom drinken we dan niet wat minder van dat spul? Omdat de producenten er veel geld aan kunnen verdienen. Ze zijn ons bovendien voor en hebben de term ‘gezond’ al in een vroeg stadium naar zich toe getrokken. De consumptie van al het fris moet op die manier in 2013 op 3 miljard liter per jaar uitkomen. Frisdranken geven nu ‘energie’ en zijn goed voor sporters. Al die sportdrankjes zijn bedoeld voor mensen die grote inspanningen plegen. Daarmee verbranden ze de grote hoeveelheid calorieën wel op. Of die inspanningen dan geholpen hebben? Sommige van die drankjes zijn verrijkt met Taurin, lekker mannelijk, want het associeert iets met stieren of zo. Maar Taurin is een volkomen nutteloos aminozuur.

Dan zijn er de verrijkte frisdranken en de organische sapjes. Er zitten vitaminen extra in, en mineralen of ginseng of ginko. Allemaal in principe onschadelijk, maar eigenlijk zou het verboden moeten zijn om het drinken van dat soort drankjes aan te moedigen met het idee dat je gezondheid naar binnen drinkt. Dus ook al die fruitdrankjes zijn eigenlijk uit den boze. Ze worden vermarkt als goed voor je gezondheid, maar er zit nauwelijks fruit in. Het zet aan tot nog meer zoetigheid drinken in plaats van de dorst lessen en bovendien denken de ouders dat het goed is voor de kids, dus mogen ze het zo vaak als ze willen.

Het merendeel van die vruchtensappen is gemaakt van vruchtenconcentraten. Die zijn gepasteuriseerd, dus verhit tot tachtig graden. Daarmee zijn alle vitaminen van het gebruikte fruit er uit. Op de verpakking staat soms ‘matig gepasteuriseerd’, wat net als ‘matig zwanger zijn’ gewoon niet kan. Het zijn dus loze drankjes en geen vervanging van de echt gezonde appels, peren, mango’s of sinaasappels. Het fosforzuur dat er vaak in zit, is op de lange duur trouwens slecht voor het beenderengestel. Dan maar liever melk.

Hoe we het tij moeten keren? Hoe temperen we het drinken van frisdranken en het innemen van al die loze calorieën? Men praat over accijns op frisdranken. Dat kan net als de krokettentax en het verlagen van de hypotheekaftrek nog wel even duren met het oog op de dapperheid van onze politici. Wat zou helpen is de inhoud van de blikjes terugbrengen van 33 cl naar 25 cl. Bij de Tour de France geven ze dat soort blikjes al jaren gratis weg (uit zuinigheid), dus ze worden al lang gemaakt. Ook de frisdrank in de fles zou in kleinere flessen moeten. Probeer het eens met flesjes die genoeg zijn voor één glas, het zou al schelen.

“Veel mooier zou het zijn,” zeggen bezorgde wetenschappers, “wanneer we voor de dorst gewoon water zouden drinken en voor het lekkere vaker een peer of een appel zouden eten.” Het Onderzoeksinstituut van het Kinderziekenhuis van Oakland in de VS heeft bij onderzoek aangetoond dat als je water drinkt in plaats van frisdrank, je op een simpele manier gewicht verliest. Men vermoedt dat mensen die geen of te weinig water drinken, een gebrekkig opererende dorstmechanisme hebben, waardoor ze uitdroging met honger verwarren en dus meer eten. Aangezien veel frisdranken en energieboosters bovendien cafeïne bevatten, wat ook al vochtafscheidend werkt, als een soort plaspil, zijn dat argumenten extra om meer alert te zijn op het drinken van dit soort frisdranken.

Als leidraad hier lijst van goed voor de dorst naar slecht voor de gezondheid
Water uit de kraan: niet meer dan anderhalve liter per dag
Thee of koffie: Allebei een halve liter per dag
Magere melk of soya melk: halve liter per dag.
Frisdrank: echt niet meer dan 1 liter per dag
Alcoholhoudende drankjes: maximaal twee drankjes per dag.



5 april 2010

Marion Nestlé steunt Michelle Obama’s campagne.
Schoolmaaltijden moeten beter
In een exclusief interview met de San Fransisco Chronicle verdedigt Foodprofessor Marion Nestlé de campagne van Michelle Obama ter verbetering van de schoolmaaltijden. Nestlé is wereldberoemd geworden door haar boek Food Politics.

“Natuurlijk ben ik, zoals altijd, best een beetje sceptisch, maar ik steun mevrouw Obama’s campagne tegen de obesitas bij kinderen van harte. Ze zou haar actie beter “Laten we stoppen met het eten van junk food’ kunnen noemen dan ‘Let’s move’, maar ze toont ermee aan dat ze weet waar de politieke voetangels liggen. Haar doel is het verbeteren van de schoolmaaltijden en ze trekt ten strijde tegen ‘voedselwoestijnen’, plaatsen waar überhaupt geen gezond voedsel te krijgen is.

Bij haar campagne hoort ook de moestuin van het Witte Huis. Geen wonder dat Will Allen, de charismatische leider van Growing Power, een instelling die een aantal stadsboerderijen in Milwaukee en Chicago leidt, op Michelle Obama’s persconferentie zei: “Gezond eten gaat om sociale rechtvaardigheid. Elk kind moet gezond kunnen eten.”

Mevrouw Obama is goed bezig. Ze haalt diverse actiegroepen naar Washington om te praten en ze voert de druk op overheidsinstellingen op om in actie te komen. Het Congres moet er voor gaan zorgen dat gezonde schoolmaaltijden goedkoper worden en ze heeft bij haar man aangedrongen op maatregelen om obesitas bij kinderen te bestrijden.

Michelle Obama doet het omzichtig, maar ze durft toch de koe bij de hoorns te vatten. Zo zei ze in een toespraak voor de Grocery Manufacturers Association, eigenlijk een samenwerkingsverband van de gangbare voedsel- en frisdrankproducenten, dat die hun hele manier van produceren eens zouden moeten herzien: “Jullie moeten gaan nadenken over de producten die jullie maken en over de informatie die jullie over je eigen producten geven. En zeker over de manier waarop jullie die producten vermarkten naar kinderen. Wij willen als ouders dat jullie stoppen de kinderen te vertellen dat er niks aan de hand is als ze vette en zoute en zoete snacks eten elke dag.”

Natuurlijk had ze wel iets mogen zeggen over de frisdrankenaccijns en andere maatregelen die het ouders makkelijker maken te kiezen voor het echte eten, maar ze brengt het probleem van obesitas bij kinderen voor het voetlicht op een nieuwe, heldere manier. Ze probeert met haar campagne om het eten van fast food en snacks en de consumptie van frisdranken te ontmoedigen. Dat is voor die producenten niet aantrekkelijk, want minder eten en drinken is niet goed voor de business.

Maar wat zouden die producenten kunnen doen in de strijd tegen die obesitas? Doodgewoon hun producten gezonder maken. Stoppen met reclame maken voor kinderen. Ook dat is slecht voor de omzet, maar als het in hun pr-straatje te pas komt, kan dat anders komen te liggen. Dus zouden ze het feitelijk moeten toejuichen. Betere producten maken om de kinderen gezonder te laten eten zou meer omzet genereren.

PepsiCo, de maker van veel frisdranken en Lay chips heeft beloofd dat ze in 2012 zal stoppen met de verkoop van frisdranken met suiker op basisscholen en middelbare scholen. Scholen zouden meer vrijheid krijgen bij hun inkoop en niet meer zijn gebonden aan de producten die gemaakt worden bij de leverancier van de frisdrankautomaten: PepsiCo. Ook zullen ze de scholen niet meer verplichten om drankjes als Gatorade, vruchtensappen en gezoete melk af te nemen.

Kraft heeft beloofd om tien procent minder natrium in zijn producten te stoppen. Dat moet ook ingaan in 2012. Dat klinkt goed, maar er is nog een lange weg te gaan. 40% van het natrium is zout. Als ze die tien procent reductie toepassen bevat een portie Kraft Macaroni en Kaas nog altijd 2,6 gram zout, ongeveer de helft van de dagelijkse hoeveelheid die een volwassene nodig heeft.

Zet die tien procent werkelijk zoden aan de dijk?

Misschien draait het daar helemaal niet om en zijn de producenten intussen met andere zaken bezig. Het Center for Responsive Politics, een nonprofit organisatie die studie maakt van het effect van geld op overheidspolitiek, heeft intussen berekend dat frisdrankfabrieken hun lobby inspanningen aanzienlijk verhoogd hebben, waarschijnlijk met de bedoeling de accijns op frisdranken tegen te houden.

Uiteindelijk kan alleen het eten van echt eten de obesitas bij kinderen tegen gaan. Dat is dus vers eten, met zo weinig mogelijk kunstmatige toevoegingen. Dat zijn voedselproducten die gemaakt zijn door echte boeren, met boerderijen waar dieren normaal behandeld worden. Boeren die zich druk maken over het milieu. Hun groente en vlees moet voor iedereen en overal verkrijgbaar zijn. Waarom niet?

Misschien lees ik tussen de regels van Michelle Obama’s campagne te veel goede bedoelingen en maak ik al te positieve interpretaties. Toch sta ik er achter.”

Jonge ROC-koks verliezen zich in textura’s
Ieder jaar organiseert Willem Himmelreich met het ROC Amsterdam de gastenlunch ter afsluiting van de opleiding gespecialiseerd kok. Een kleine zestig genodigden, waaronder een aantal koks (meestal die waar de jonge koks stage lopen) komen genieten van de zelf gecomponeerde lunch.
Iedereen staat op scherp. In de keuken zijn alle docenten aanwezig. De bediening is ook in handen van de leerlingen en volgt nauwgezet de aanwijzingen van de aanwezige docenten. De champagne staat koud en ook aan een passend wijnarrangement is gedacht. De Gastronomische Parade kan beginnen.
Bouillon zat ook aan en constateerde dat het aan enthousiasme niet ontbrak. De toekomst van het vak ziet er rooskleurig uit als je naar al die verbeten bekkies kijkt. De opleiding gespecialiseerd kok heeft allang zijn vruchten afgeworpen. Mannen als Jean Jacques Menanteau (Excelsior) Chris Naylor (Vermeer) en Ronald Kunis (De Kas) steken veel tijd in de jonge koks die bij hen stage lopen. Die mogen het menu zelf samenstellen en ook de inkoop voor hun rekening nemen.
En ja, dan moet het er maar uit: wij misten het echte eten.
Vanzelfsprekend zijn die jonge jongens helemaal daas van de moleculaire keuken. Maar dat mag niet betekenen dat er een amuse op tafel komt waar echt eten niet meer in te herkennen is of het moet een aardbei zijn die verloren ronddobbert in een mousse van groente die na een kwartier nog strak op het bord ligt.
Tortellini langoustine, cardamom and green Apple, mango-cinnamon- vanilla salsa. Chilled passion fruit, salted cucumber and oyster cress. Sushi roll Nicoise style, yellow fin tuna, quail eggs and anchovy. Foamy basil, dehydrated tomato and buffalo mozzarella.
Waar is het kopje mooie groentebouillon? Of het garnalenkroketje? Waarom moet het allemaal zo ingewikkeld? Het voorgerecht en de pièces lieten een miniem stukje rode mul zien, een kwartelboutje en het borstje van die vogel, met moeilijk herkenbare garnituur. Dat is allemaal nog tot daar aan toe, maar de serveertemperatuur liet te wensen over. Ondanks alle aanwezige deskundigheid in de keuken was er niet één docent die de temperatuur van de vis of de vogel even controleerde?
De jongens maken de menu’s zelf. Laat ze een kippetje braden en een heerlijke groene salade bereiden. Dat is misschien te gewoon, maar ze kunnen er wel hun technische vaardigheid en hun smaakontwikkeling mee laten zien. Nu moeten de toekomstige keukenchefs maar zien te werken met jonge jongens die alles weten van textura’s maar misschien geen benul hebben van eenvoudige Hollandse gerechten. Waar moet dat heen?
Ondankbaar? Nee, dat allerminst. Het blijft boeiend om die jongelui bezig te zien. Willem Himmelreich heeft ondanks zijn pensioengerechtigde leeftijd nog drie jaar bijgetekend. Deze absolute kanjer mag het als een uitdaging zien om de koers te wijzigen. Dat moet wel, want tot overmaat van ramp zijn er nog steeds veel restaurants die hun personele bezetting laten afhangen van twee of drie stagiaires, die doodgewoon als spotgoedkope krachten worden ingezet. Een schande. Als het vak zichzelf nou eens serieus neemt, moet dat gedoe helemaal afgelopen zijn. Bouillon komt je wel helpen bijsturen, mister Himmelreich, stuurlui staan er al genoeg aan de kant.

Kinderen met hoger IQ eerder vegetarisch
Dr Catherine Gale van de Universiteit van Southampton heeft een studie gepubliceerd waarin ze stelt dat intelligentere kinderen makkelijker vegetarisch worden wanneer ze opgroeien en daardoor ook minder vatbaar lijken voor hart- en vaatziektes.
Voor het onderzoek werden de data van meer dan 8000 mensen bijgehouden. Vijf procent daarvan was sinds het eerste onderzoek, toen ze tien jaar oud waren, na twintig jaar vegetarisch of veganistisch geworden. Hun IQ was destijds vijf punten hoger dan gemiddeld.
Meer in het algemeen worden vrouwen makkelijker vegetarisch dan mannen en is de keus om geen vlees te eten ook ingegeven door een hogere sociale omgeving (hoewel het inkomen er juist weer niet toe doet) aldus het onderzoek.

De ontwapenende simpelheid van Michael Pollan: betaal meer, eet minder
Woensdag  11 februari, Amsterdam, kerkgebouw De Duif. Achter hem het hoge altaar, boven hem de koepel met het kruisbeeld tot hoog boven in de nok. Links en rechts  muurschilderingen uit de bijbel. Micheal Pollan houdt de volle kerk zijn visie op de voedselvoorziening voor: “Noem Albert Heijn even de oude vertrouwde katholieke kerk, eeuwenlang de enige kerk. Toen kwam Luther en begon zijn eigen kerkgenootschap en zo kwamen er meer. Die zijn allemaal uitgegroeid tot echte grote kerken en de katholieke kerk is gekrompen. Die ontwikkeling zie ik ook bij de voedselvoorziening. Nu is Albert Heijn de enige echte grote. Maar er zijn boerenmarkten, natuurwinkels en biodynamische winkels, die zullen groeien en langs die weg hebben we straks veel meer keus.”

Een pleidooi voor echt eten
De hele spreekbeurt door houdt Pollan het luchtig. Zijn grappen zijn grappig en zijn metaforen spits gevonden. Zijn gehoor bestaat voor zeventig procent uit zelfstandige, goed opgeleide vrouwen van tussen de dertig en zestig. De mannen zijn van het zachtere, erudiete type. The Age of Acquarius is still going strong. Pollan predikt voor eigen parochie. De culinaire pers is niet te zien, behalve Bouillon dan. Raar eigenlijk, want de visie van deze spirituele Amerikaanse journalist is on-Amerikaans lichtvoetig. Hij evangeliseert ook niet, hij wijst losjes de weg. Zijn goedverkopende, meeslepende boek In Defense of Food, Een Pleidooi voor echt eten, is daar exemplarisch voor.
“Mijn eerste boek schreef ik omdat ik wilde weten waar mijn eten vandaan komt. Nou dat waren verbijsterende reizen. Wij hebben geen idee hoe lang ons eten onderweg is voordat het in de supermarkt ligt. Wilde zalm uit Alaska gaat eerst naar China om gefileerd te worden en komt dan pas in Californië in de winkels te liggen. New Yersey was de moestuin van New York, nu liggen de moestuinen 450 kilometer verderop. Maar gaandeweg ontdekte ik dat het oer-eten uit onze eetcultuur van de ene op de andere dag rigoureus overboord gegooid was. Vanaf het moment dat we vet-arm en vetloos zijn gaan eten, krijgen we plotseling heel ander voedsel voorgeschoteld. Voedsel dat bijna uitsluitend gezond is of moet zijn. Terwijl voedsel ook andere functies heeft. Het is ook cultuur, het is identiteit (wij eten geen varkensvlees, oh, nee, en jullie eten hond), het is socialiserend en het bindt de mens aan de natuur. Maar nee, het moet vooral gezond zijn. Dat komt door wat ik noem het nutritionisme (misschien is voedselogie wel een aardige vertaling), de voedselwetenschap die wordt geproclameerd door de kliek van wetenschappers, diëtisten, doktoren, voedingsdeskundigen en andere voedselgoeroe’s. Zij weten wat goed voor ons is en hoe we onze gezond kunnen eten. Op elke verpakking staat waarom het eten wat er in zit, goed voor ons is. Het is een ongezonde obsessie voor gezond eten. In de VS is iedereen bezig met gezond eten en is de algemene gezondheid slechter dan ooit, dat is The American Paradox.”

Hoe we worden misleid
Pollan geeft dan in vier punten aan hoe we de boodschappen van de voedselogie moeten benaderen.

  1. We kennen de chemische toevoegingen niet waar de gezondheidsclaim op gebaseerd is. Kijk daarom door dat eten heen. We kunnen die zogenaamde toevoegingen niet zien, alleen de voedselogen kunnen dat. Zij zijn de hogepriesters en wij moeten volgen. We zijn afhankelijk van hun uitleg. Het is net godsdienst.
  2. De voedselogen, overheid, wetenschappers, diëtisten, bepalen wat we eten. Iets anders ligt er niet in de supermarkt.
  3. In de voedselogie zijn er altijd de good en bad guys. Slecht is vet, zout, transvetten, maïssiropen, goed zijn vezels, lactosebacteriën, volkoren en Omega 3. Eet Omega 3 en al je problemen zijn opgelost. Rond 1900 waren in  de VS de proteïnen de bad guys. Toen waren er diëten van veertien dagen druiven eten of ieder uur een halve liter yoghurt. Onbetaalbaar voor de kleine man, maar wel heel gezond.
  4. Voedsel is niet alleen gezond, het is ook plezier, gemeenschapszin en identiteit.

De negen van Pollan
I n een lang artikel, een open brief aan Obama heeft Pollan onlangs aangegeven hoe we de situatie kunnen verbeteren. Hij adviseert de nieuwbakken president om de gezamenlijke maaltijd weer in ere te herstellen en om een deel van het mooie gazon bij het Witte Huis te gebruiken als moestuin. Pollan is groot voorstander van stadstuinen. Op de plaats van parkeerplaatsen en gazons kunnen makkelijk stadstuinen aangelegd worden die in een deel van onze voedselbehoefte kunnen voorzien. Dat vraagt wel om een aanpassing van ons voedingspatroon, waarin een veel grotere plaats voor groenten ingeruimd moet worden. Deel van zijn negen regelplan:  

  

  1. Maak dat je als de hazewind wegkomt uit de supermarkt. Koop op boerenmarkten en bij natuurwinkels.
  2. Betaal meer en eet minder. Stop je geld in kwaliteit. Waarom moet voedsel altijd goedkoop zijn? We besteden, vergeleken met 1980, de helft minder van ons inkomen aan eten, van 18% naar rond de 9%. Intussen is het deel dat opgaat aan medicijnen en gezondheidszorg verdubbeld, van 7% naar 17% van ons inkomen. De voedselindustrie knijpt ons leeg. Er valt veel geld te verdienen met voedsel produceren, als je maar geen boer bent.
  3. Kijk naar het eten met de ogen van je betovergrootmoeder. Wanneer zij het als eten zou herkennen, kun je het kopen. Dus gewoon wortels en aardappelen en geen beta-caroteen pillen of  een yoghurtstaaf.
  4. Eet voornamelijk planten, de bladeren ervan.
  5. Kook meer zelf en begin een moestuin. Koken is plezier.
  6. Eet als een omnivoor.
  7. Vermijd producten die gezondheidseffecten claimen.
  8. Neem een voorbeeld aan de Fransen, Italianen, Grieken en Japanners.
  9. Koop geen producten met ingrediënten die je niet kent, die niet uit te spreken zijn, die uit meer dan vijf  ingrediënten bestaan of veel maïs -siroop bevatten (Cola).

Later houdt hij zijn gehoor ook nog voor dat je langzaam moet eten, omdat je maag er twintig minuten over doet om de hersenen door te geven dat je vol zit. “Eet tot je bijna vol zit, dat kan dus alleen als je het langzaam doet. Eet gezamenlijk aan tafel en gebruik niet van die grote borden. We zijn geneigd door te eten tot ons bordje leeg is, moest van mama. Nu komen ze met die joekels van borden. En volgens mij is juist het over-eten de oorzaak van al die chronische ziekten.”

De ontaarding van eten
Pollan wees er in zijn humorvolle lezing op dat alle ellende begonnen is nadat we vetarm moesten gaan eten. “ Sinds we vetarm eten, zijn obesitas en diabetes epidemisch geworden. Sinds we geen dierlijke vetten meer tot ons mogen nemen, proppen we ons vol met producten die vol suiker en zoutvervangers zitten. Dat komt omdat we in de VS sinds 1973 de namaakwet hebben ontmanteld. Tot die tijd moest namaak smeerkaas zo genoemd worden. Daarna hoefde dat niet meer en konden er zogenaamde smeerkazen met gezondheidsextra’s op de markt gezet worden. Vanaf 1977 mag de overheid niet meer waarschuwen voor eten. Voor het eten van rood vlees bijvoorbeeld. Je mag niet zeggen: eet minder rood vlees, je moet zeggen: kies eten met minder onverzadigde vetzuren. Overal stoppen ze vezels in en claimen ze dat er geen vet in zit. Het is de gouden eeuw voor namaak-eten. Wortels liggen in een donker hoekje, gezonde ontbijten eisen de meeste ruimte op. In dertig jaar tijd zijn mannen zowel als vrouwen in de VS gemiddeld 10 kilo zwaarder geworden.

De voedselogen weten het ook niet
De wetenschap, de voedingsdeskundigen praten over dingen waar ze geen verstand van hebben, claimt Pollan. “Ze weten niet waarom een wortel gezond is, waarom bepaalde producten goed zijn voor de potentie, hebben ze getest op konijnen, die bij mijn weten nergens last van hebben in dat opzicht. Ze weten echt niet wat die gezonde wortel in ons lichaam doet, ze gokken het. De voedingsleer is een jonge wetenschap die wetenschappelijk gezien op het niveau staat van de chirurgie in 1650. Dus het komt wel goed, maar we staan pas in de kinderschoenen. Ons verteringssysteem is veel te ingewikkeld.”
Dan geeft hij een prachtig voorbeeld van hoe het volgens hem in elkaar zit:
“ Ik kocht een tijd geleden een pak Twinky’s. Chocola van buiten, cake met een zachte vulling van binnen, ze voelen sponsachtig aan. Ik heb er een geproefd en vond het te zoet. Het pak kwam op een plank naast mijn bureau terecht. Na een paar maanden waren de Twinky’s nog steeds veerkrachtig. Na twee jaar nog steeds. Weet je waarom? Omdat de microben die met ons vechten om eten, er geen belangstelling voor hebben, omdat er geen voeding in zit.”

Hoe nu verder?
De vragen die het publiek hem vervolgens stelt, liggen bijna allemaal in de sfeer van: hoe moeten we verder? Hoe kun je leven volgens zijn visie?
“Doe het rustig aan. Begin met per dag iets te eten dat niet uit de supermarkt komt. Kook zelf, ga naar boerenmarkten, wees betrokken.. Zelf telen, inkopen doen en koken is leuker dan zweten in de sportschool. Geen tijd? Sinds tien jaar hebben we twee uur de tijd gevonden om op internet te zwerven. Waar komt die tijd dan vandaan? Word alerter. De problemen zijn groot genoeg en we vinden er echt wel een oplossing voor. Bijensterfte, voedselveiligheid, het slechte leven van de beesten die we eten, we zullen het oplossen, maar laat het niet aan anderen over. We beginnen gewoon. Laat geld niet altijd zo’n belangrijke rol spelen. Als je voor je eten afhankelijk bent van maar één bron, de supermarkt, kan het makkelijk misgaan. Steek meer geld in kwaliteit en minder in kwaliteit. Waarom zou eten per se goedkoop moeten zijn.”

Spaanse chef gooit bowlingbal in moleculair hoenderhok
Drie sterren chef Santi Santamaria van restaurant El Raco de Can Faves in San Celino bij Barcelona, heeft met veel aplomb een knoert van een bowlingbal in het moleculaire hoenderhok gegooid. Via zijn boek La Cocina al Desnudo, de Naakte Keuken, beschuldigt hij zijn moleculair kokende collega’s van het in gevaar brengen van de gezondheid door gevaarlijke additieven te gebruiken. “De voedselindustrie moet de gebruikte E-nummers melden, de moleculaire keukens zouden die op de menukaart moeten aangeven. Methylcellulose, bijvoorbeeld, is verboden voor kinderen onder de zes jaar, dus moet je als kok aangeven hoeveel je ervan gebruikt hebt.”

Oorlog
In Spanje en ook Frankrijk heeft Santamaria een ware polemiek losgemaakt. Sommige mensen spreken van een keukenoorlog. Santamaria staat er om bekend dat hij de klassieke keuken aanhangt al komen er ook uit zijn keuken desserts waar je zo je vraagtekens bij mag zetten. Bekend is dat Santamaria niet echt vrienden is met collega Ferran Adria van ElBulli, de goeroe van het moleculair koken. In een interview met Bouillon zei hij drie jaar geleden: “Ja ja, collega Adria is hoog gestegen, maar hij vergeet dat de wereld rond is, we komen elkaar nog wel eens tegen.” Hij beweert veel respect te hebben voor zijn ‘buurman’ uit Rosas, maar je zou kunnen zeggen dat hij uit is op revanche. Hoe dan ook, in zijn boek en in interviews die hij recentelijk gaf, zegt hij dat koks moeten koken met eerlijke producten en middelen en niet met voedseladditieven die de gezondheid in gevaar brengen. “De moleculaire keuken gebruikt producten waar het menselijk organisme niet op ingesteld is.”

Textura’s
Daarbij doelt hij dan niet op suiker, azijn en zout, waar dat lichaam eigenlijk ook niet tegen kan. Hij doelt op de chemische kleurtoevoegingen of kleurhandhavers, emulgatoren en stabilisatoren, schuimmakers en verpoederaars. Allemaal middelen die Ferran Adria via zijn lijn van Textura’s op grote schaal verkoopt aan de professionele keuken en die bij de horecagroothandel in de schappen staan. De voedselindustrie begrijpt alle opwinding niet, want die gebruikt ze al jaren. Toch zijn er wel degelijk een paar additieven waar een luchtje aan zit, zoals genoemde Methylcellulose, gemaakt van hout en toegevoegd om het volume vezels te vergroten. Bij ons stoppen supermarkten dat in hun volkorenbrood.

Een paar Textura’s zetten we hier op een rijtje:
Over Algin zijn geen onaangename dingen bekend. Bij overconsumptie werkt het laxerend en het tast dan de opname van mineralen aan. Maar heb je slome darmen, dan gaat dat plaksel in de plooien zitten, met voedselresten. Dat gaat rotten en dan zeg ik; er is een enorme toename aan darmkanker. Hoe kan dat? Zou al dat plaksel, algin, gelatine, agar agar, xantana,
er mee te maken kùnnen hebben?
Xanatana is al wat bedenkelijker: Het komt vrij bij gisting van glucose. Er zijn rapporten die melding maken van toename van astma, huidreacties en ademhalingsproblemen.
Lecythine is in principe onschuldig
Citra, sodium citraat, wordt gebruikt om verkleuring tegen te gaan en dat is licht verdacht. Kleur verdwijnt door oxidatie, dat kun je tegengaan met chemische middelen.
Calcic(ium chloride) wordt ook gebruikt voor de productie van cement, lijm, antivries, brandbluspoeder en producten die hout en steen moeten beschermen. Hartaandoeningen, overgeven, misselijkheid en darmzweren zijn het gevolg bij overmatig gebruik.
Daarnaast is de vraag gerechtvaardigd welke combinaties al die chemische middelen in ons lichaam met elkaar aan gaan en hoe gevaarlijk dat kan zijn. Daar is nooit onderzoek naar gepleegd.
Waar het gelijk of ongelijk precies zit, is niet zomaar ineens duidelijk, maar het werd al met al wel tijd dat deze discussie zou losbarsten. In Frankrijk is het een hot item. Met name Le Figaro mengt zich in de 'strijd'. De Spanjaarden verwijten de Fransen dat ze culinair achter zijn gebleven en op deze manier de Spaanse successen willen torpederen. Dat lijkt op flauw. Als de gezondheid in het geding is, moet je er over durven praten. Wie meer informatie wil over de materie van E-nummers en voedseladditieven, schaft zich het gidsje Wat zit er in uw eten? aan via bouillon
Onlangs kwamen we in Aken bij Best Friends Restaurant met zijn Aziatische keuken een menukaart tegen met hier en daar cijfertjes achter de gerechten. Elk cijfertje stond voor toevoegingen: kleurstof, anti-oxidatiemiddel, zoetstof, smaakversterker en namaakvis.


Terug naar Home