Inhoud
Coverfoto: gemaakt door Dik
Nicolai,
een jonge beeldend kunstenaar. Keek met
andere ogen naar bouillon! en wij keken
mee. Deze cover is de eerste vrucht daarvan.
Jasje dasje bakkersbroek
tekst Belinda Visser
Het kan raar lopen. Vijf jaar na zijn besluit om met
zijn handen te gaan werken - `Ik wilde iets voelen en
maken' - is Menno een culinair fenomeen. Zijn klantenkring
bestaat voor een groot deel uit toprestaurants, zoals
Parkheuvel, Foodies en Zeezout in Rotterdam, Le Cirque
in Scheveningen en Groot Paardenburg in Ouderkerk a/d
Amstel. Hij ziet zichzelf nog op de bonnefooi met een
mandje ambachtelijk gebakken Frans brood langs de chef-koks
gaan: `Wat vinden jullie hiervan?' Groot enthousiasme:
`Kun je morgen leveren? Daarna ging het snel. Met
hulp van twee medewerkers - een Franse bakker en een bezorger
- zit hij alweer een tijdje aan zijn maximale capaciteit.
Nóg meer brood bakken wil hij niet. Er is vraag
genoeg, maar hij heeft geen zin in een grotere organisatie.
`Vooral in Amsterdam kan ik nog heel veel kwijt. Eigenlijk
is het zonde om het niet te doen, maar ik denk niet dat
ik er gelukkiger van word.
Van appel tot brood
tekst en fotos Marianne Rosenberg
Voor één van mijn vaste opdrachten reis
ik sinds drie jaar af naar de Schotse Hebriden, ten noordwesten
van Glasgow. Iedere zomer kook ik op Colonsay voor de
eilandbezitters en hun vrienden. Afgezien van een dagelijkse
picknick en een diner, bak ik mijn eigen brood om de simpele
reden dat er geen bakker op het eiland is. De islanders
redden het met twee winkels: the bookshop en the
shop met het assortiment van een kampeerwinkel.
Dus back to basics, ik bak mijn eigen brood, net als iedereen
daarginds.
Geïnspireerd door Jeffrey Steingarten in zijn The
man who ate everything en andere broodlectuur, besluit
ik deze maand te gebruiken om met een eigen starter mijn
brood te maken. Terwijl de broodbakmachine hoogtijdagen
viert in vele huishoudens, ga ik terug naar het oerbrood.
Voor zuurdesembrood maak je gebruik van wilde gist die
van een natuurlijk gegist product is gemaakt, zoals appels,
rozijnen of druiven. Na ongeveer een week kun je starten
met het brood maken. Het idee is dat je een deel van het
desemmengsel bewaart voor ieder volgend brood zodat het
van lieverlee een diepere en complexere smaak krijgt.
De commerciële gist die ze tegenwoordig gebruiken,
zorgt er voor dat het brood sneller rijst, maar niet dat
het lekkerder is.
Caulils Delicatessen
Mijn winkel is mijn manier van leven
tekst Diny Schouten fotos Bert Bulder
Ex Vrij Nederland journalist Diny Schouten, nu paté
en worstenmaker, loopt liefst dagelijks als een verliefd
schoolmeisje de winkel van Maarten van Caulil binnen.
Daar aan de Haarlemmerstraat bloeide een mooie liefde
op uit hopscheutjes.
Maarten van Caulil denkt dat hij onze kennismaking zelf
in scène heeft gezet door me via een tussenpersoon
zomaar een kostbaar zendinkje hopscheutjes te laten bezorgen.
Hij had ze zelf meegebracht, ongetwijfeld uit Watou of
Poperinge, West-Vlaanderen. In de rest van West-Europa
is de wonderschone teelt van hop net zo uitzonderlijk
geworden als die van vlas of meekrap. Maarten van Caulils
winkel, Caulils Delicatessen, drijft op zulke
handgedolven schatten, frequent meegebracht door net zo
door goudkoorts bevangen bevriend-geworden klanten en
klant-geworden vrienden. Zon winkel als van hem
is er voor gemaakt om een kring van geïnteresseerden
om zich heen te verzamelen, die vervolgens worden aangestoken
om óók overal waar ze komen hun neus achterna
te gaan en hem ergens in te steken - zo wordt er steeds
meer bijzondere eetwaar de winkel in gesleept, van Maldon-zeezout
tot de Toscaanse verse salcisse - wat is het toch dom
dat een goeie saucijs praktisch onvindbaar werd!
Hoempa in Hitlers Adelaarsnest
tekst en fotos Sander Groen
Even een misverstand opruimen: het Adelaarsnest was niet
Hitlers theehuis. Dat was een veel bescheidener gebouwtje
op de Mooslahnerkopf, waar de dictator met zijn hond Blondi
dagelijks heen wandelde voor een middagdutje. Daar kwam
Hitler graag. Zo niet in het Adelaarsnest.
Martin Bormann, beter bekend als de wandelende aktetas
van de Führer, had nog zo zn best gedaan.
Met dertig miljoen Reichsmark, vierduizend arbeiders en
in slechts dertien maanden verrees bovenop de 1834 meter
hoge top van de Kehlstein een klein kasteel als passend
cadeau voor Hitlers vijftigste verjaardag.
Als hij een bonnetje had gehad, zou Hitler zijn presentje
hebben geruild. Zodra hij in de flonkerende lift stapte,
brak het zweet hem uit en eenmaal boven kon ook het weidse
panorama hem niet bekoren de Führer was claustrofobisch
en had hoogtevrees. Een keer of tien kwam hij er, hooguit,
en dan alleen maar om zijn gasten te imponeren. Het Adelaarsnest
was geen succes.
10 vleestips van Sterrenkok Marc van Gulick, chef
de cuisine van Bilderberg Landgoed Lauswolt, Restaurant
De Heeren van Harinxma in Beesterzwaag
Kok of kunstenaar, eten of penselen
tekst Karin Vaneker fotos
Sinds de oudheid is eten een inspiratiebron voor de beeldende
kunst. Vooral in de schilderkunst zijn ontelbare schilderijen
te vinden waarop etenswaren prominent staan afgebeeld.
In de loop van de tijd is eten voor sommige kunstenaars
zelfs uitgegroeid tot de kwast waarmee ze uitdrukking
geven aan hun belevingswereld en kunstenaarsschap.
Bij wijze van grap of bloedserieus, er zijn kunstwerken
met groenten en fruit (Archimboldo 1530-1593), bananen
en blikken soep (Andy Warhol 1928-1987), beeldhouwwerken
van opgeblazen aardappels (Claes Oldenburg, 1929) Ook
is eten een favoriet thema voor veel fotografen, multimedia-
en performance kunstenaars. En tot die laatste categorie
hoort het meeste werk van de veelzijdige kookkunstenaar
Ferdie Beckmans.
Schilder-, teken-, beeldhouwwerk en/of performance, de
rode draad door het werk van Beckmans is eten. Daarnaast
verzorgt de geboren en getogen Achterhoeker, gediplomeerd
kunstenaar en lid van de gerespecteerde Amsterdamse kunstenaarssociëteit
Arti, sinds een kleine twintig jaar in binnen- en buitenland
kookperformances. Met succes! In 1998 werd hij in Amsterdam
tot wereldkampioen kunstkoken gekroond, een titel die
hij verscheidene malen verdedigde.
Het Rijksmuseum Kookboek
zeventiende eeuwse schilderkunst komt op je bord tot leven.
Interview met auteur Bert Natter
tekst Dorien Dijkhuis, fotos Rijksmuseum Amsterdam
Als een Fransman of een Spanjaard ons vraagt naar de
Nederlandse culinaire traditie, zijn boerenkool met worst,
stamppot rauwe andijvie met spekjes of een bord dampende
hutspot de vaste inkoppers.
Dat de Nederlander net als de Spanjaard en de Fransman
beschikt over een kooktraditie die verder gaat dan de
Hollandse Pot, bewijst Bert Natter met Het Rijksmuseumkookboek
dat in 2004 verscheen. In dit boek is koken een kunst
en zijn de chef-koks artiesten met de keuken als atelier.
Het Rijksmuseumkookboek is daarmee een streling voor de
zintuigen voor iedereen die houdt van schilderkunst en
lekker eten.
Zout: vooraf of achteraf?
Een hartig woordje
tekst Onno Kleijn, illustratie Boye Jansen
`Ik houd van hartig. Wie hoor je dat vandaag de
dag nog zeggen? Zout is voor veel mensen verdacht. Artsen
en voedingsdeskundigen hebben decennia lang hel en verdoemenis
gepreekt over natriumchloride.
Ook sinds de relatie tussen bloeddruk en zout stukken
minder innig blijkt dan gedacht, blijft het wantrouwen
bestaan, zodat gewone stervelingen die van hartig houden
dat niet toegeven, niet aan de buitenwereld, maar ook
niet aan zichzelf.
Ondertussen vreten ze wel zakken chips leeg, zetten ze
bakken kant-en-klaarspul in een magnetron en gaat de interne
wekker op kantoor om kwart voor vier geheid af: tijd voor
instantsoep. Daar staat iets tegenover, dat wel. 's Avonds
komen er piepers op tafel waar veel te weinig zout in
zit, met smakeloos gekookte broccoli ernaast. Da's beter
voor de gezondheid! En dan maar jammeren dat de kinderen
hun eten niet lusten. Nee, het smaakt naar niks.
Scheepsjenever, zeeboontjes en tonijn
tekst en fotos Will Jansen
Er gaat geen dag voorbij of Bouillon krijgt een uitnodiging
om van allerlei te komen proeven. Wilddiner met jachthoornblazers
in Den Haag, nieuwe varkensrassen in Holten, pure paling
in 't groen in Beesterzwaag of zoals bij Sergio Herman
in zijn Oud Sluis, die samen met Fenny van Wees een lunchproeverij
organiseert met ambachtelijk gedistilleerd van A.van Wees
Distilleerderij De Ooievaar uit Amsterdam.
Jenever bij het eten? Het zal ons benieuwen.
Vriend Méritarte
tekst Guillaume Apollinaire (l'Ami Méritarte, 1912)
vertaling: Wouter van der Land
Of koken een kunst is die op gelijke voet kan staan met
de schilderkunst, muziek, beeldhouwkunst of literatuur,
is een nog niet afgesloten discussie. Dat eten & drinken
een betekenisvolle en dus kunstzinnige gebeurtenis kan
zijn, is onbetwist. Het Laatste Avondmaal en Petronius'
gastmaal van Trimalchio zijn antieke voorbeelden. Eind
vorige eeuw diende Rirkrit Tiravanija succesvol Thaise
gerechten op als kunst en eerder die eeuw werd de Amerikaan
Tom Marioni beroemd met zijn kunstwerk `The art of Drinking
Beer with Friends is the Highest Form of Art', een uiting
van performance art die bestond uit het drinken van bier
met vrienden. Als moderne oervorm van het genre kan dit
verhaal van de Franse dichter en kunstcriticus Guillaume
Apollinaire worden beschouwd.
Zomerkoninkjes met kroon
Tekst redactie bouillon!, fotos Jan Robben
Jan Robben uit Oirschot kun je de koning der koningen
noemen. Hij heeft als kweker van bijzondere aardbeirassen
een grote reputatie opgebouwd. Zijn zomerkoninkjes zijn
kleine smaakexplosies. De kenners weten het al, gerenommeerde
restaurants staan op zijn bestellijst, nu de doorsnee
consument nog. Om die te bereiken heeft hij de bezoekers
aan de afgelopen Salon van de Smaak in Breda volop laten
proeven, wil hij ze ook promoten in pretparken en komen
ze te koop bij benzinestations. Juni 2006 staat hij weer
op de Salon van de Smaak. Bouillon zocht hem op.
Alice B.Toklas en Jane Grigson
Een portret van twee bijzondere vrouwen wiens verhalen
over eten en drinken blijvend fascineren
tekst Kathy Mathys
In zijn introductie tot `Het kookboek van Alice B. Toklas'
heeft de Nederlandse romanschrijver Doeschka Meijsing
het over kookboeken die even graag gelezen worden als
de spannendste verhalen: `Uit mijn naaste omgeving weet
ik dat er mensen zijn die kookboeken lezen. Niet om te
weten wat ze de volgende dag op tafel moeten zetten, maar
omdat het beeld dat uit de woorden opstijgt, hun verbeelding
aan het werk zet. Het kookboek dat de Amerikaanse
Alice B.Toklas in 1954 uitgaf, is precies zo een wonderlijk
culinair verhaal dat lezers op sleeptouw neemt. Hoewel
veel van de recepten uit dit excentrieke kookboek verre
van geschikt zijn voor de hedendaagse, gehaaste keuken
(
marineer honderd kikkerbillen gedurende een halve
dag), kan ik mij geen mooiere winterlectuur voorstellen
dan dit moedige, grappige en af en toe ontroerende werkstuk.
Eigenlijk is het net zo goed een memoire als een kookboek.
Middeleeuws koken in Nagyszakácsi, Hongarije
tekst en foto Karin Vaneker
Verkiezingen voor beste worstenmaker of chef-kok van
het jaar horen sinds jaar en dag bij de gastronomie. Zo
ook in de republiek Hongarije. Waar de culinaire wedstrijden
niet alleen voor vissoep, salami en goulash zijn. In Nagyszakácsi,
een dorpje net onder de rook van het langgerekte Balatonmeer
in zuid westelijk Hongarije, organiseren ze sinds 1993
een middeleeuwse kookwedstrijd, de verkiezing koninklijke
chef-kok van het jaar.
Nagyszakácsi is een boerengehucht van het soort
waarvan er in Hongarije vele tienduizenden bestaan. Aan
de doorgaande weg, tevens hoofdstraat, staan lichtgekleurde
boerenhuisjes veelal met leistenen daken, waar in de tuin
waterputten en wat fruitbomen staan en in de aangrenzende
moestuintjes groenten als sperziebonen, bieten, tomaten,
kool en - niet te vergeten - paprika worden verbouwd.
Behalve de verdwaalde straatkat, ligt er steevast een
blaffende hond aan de ketting en scharrelen er op het
erf een paar kippen, soms een koppel ganzen. Naast het
katholieke dorpskerkje, meer dan de helft van de Hongaren
is rooms-katholiek, ligt de begraafplaats en op de meeste
graven staan vergeelde fotos en verbleekte plastic
bloemstukjes. Is het dorp groot genoeg - zoals Nagyszakácsi
met 530 inwoners - dan is er een bar, de Kocsma. Dit typische
Hongaarse fenomeen is niet toegankelijk voor vrouwen.
Terecht, want je laten vollopen met bier en pálinka,
huisgestookte fruitjenever, is geen vrouwen maar een mannenaangelegenheid.
De moleculen van de gastronomie
tekst Margot Vanderstraeten
De Amerikaan Harold McGee houdt van koken, van schrijven
en van wetenschap. En dus maakte hij van de keuken een
laboratorium, onderzocht hij alle biologische, fysische
en scheikundige processen die er plaats vonden, en schreef
hij zijn bevindingen smakelijk uit. `Mijn boek is een
kanjer van 800 bladzijden, en nog kent de keuken talrijke
wetenschappelijke raadsels. Ik stel voor dat u me een
potje van vijftien praktisch-wetenschappelijke keukenvragen
voorschotelt, en dat ik uit die bouillon minstens evenveel
krachtige antwoorden zal vissen.
Het staat er zo: `afgezien van de béchamel is de
eerste stap bij het maken van moedersauzen de bouillon,
door de Fransen `les fonds de cuisine', de basis van het
koken genoemd. De rijke, sprekende smaak van bouillon
speelt ook een belangrijke rol bij de structuur. De belangrijkste
functie van de botten die urenlang in het zachtjes kokende
water trekken voordat het vlees en de groenten worden
toegevoegd, is om voor de gelatine te zorgen. Kalfsbotten
zijn, omdat ze van jonge dieren afkomstig zijn, in het
bijzonder rijk aan gelatine, terwijl de voor een groot
deel verkalkte botten van volwassen dieren daar veel minder
voor gezegend zijn.
Kokend Nederland onthuld met een muisklik
tekst Joost Scholten foto's Sarah Rypkema
Als toerist heb je het niet makkelijk. Wie vraagt zich
in een vreemde stad niet af wat er schuilgaat achter de
geveltjes. Wie is er niet nieuwsgierig naar hoe de plaatselijke
bevolking leeft in de volksbuurtjes? Je wilt een stad
en haar mooie plekken leren kennen, maar je weet dat elke
stad haar verborgen schoonheden pas prijsgeeft als je
buiten de gebaande paden treedt. En misschien is het culinaire
vraagstuk in Nederland nog wel de zwaarste opgave voor
nieuwe bezoekers: hoe vermijd ik de Burger King en de
toeristische restaurantjes en kom ik achter de keukengeheimen
van de plekken die ik bezoek?
Stel je voor: je komt als toerist voor de eerste keer
van je leven in Tokio. Een reis die je niet iedere dag
maakt, dus je komt beslagen ten ijs. De Lonely Planet
en aanverwante reisgidsen zijn uitgeplozen. Naast de bezienswaardigheden
en musea zijn natuurlijk de beste restaurants en barretjes
aangestreept. Teleurstelling. De gidsen loodsen je naar
de geijkte plekken. Het tafeltje naast je wordt bezet
door luidruchtige Duitsers en verderop zit een groep Engelsen
in voetbaltenue pint na pint soldaat te maken. De beloofde
lokale cuisine blijkt te bestaan uit een slap aftreksel,
aangepast aan de menuwensen van de gemiddelde westerse
toerist. En dat authentieke restaurantje waar de plaatselijke
bevolking zich laaft aan de werkelijke lokale culinaire
specialiteiten waar je naar op zoek bent in deze onoverzichtelijke
wereldstad? Niet in je gids, maar wel vlakbij. Net buiten
het gebied waar alle grote bezienswaardigheden zijn. Waar
je alleen maar komt als je er een adresje hebt, waar gegeten
wordt zoals de Japanners thuis eten.
Stadsgenoten - Disgenoten
Kunstenaarsdiner in een nieuwbouwwijk van Amersfoort
tekst en fotos Ingelies Vermeulen
Op een van de laatste mooie dagen van dit jaar verzamelen
een aantal mensen zich om samen te eten. Sommige kennen
elkaar, anderen zijn complete vreemden. In de tuin, genietend
van het laatste nazomerlicht weerklinkt het geluid van
lachende stemmen en het blaffen van een klein wollig hondje.
De disgenoten verschillen onderling zo'n veertig jaar
in leeftijd, het is een gemêleerde groep die nieuwsgierigheid
naar cultuur met elkaar deelt.
Het project stadsgenoten - disgenoten is een initiatief
van twee culturele stichtingen die in Vathorst, een nieuwbouwwijk
van Amersfoort, actief zijn: Vario Mundo en Stichting
De Kamers. Vario Mundo is verantwoordelijk voor de ontwikkeling
en uitvoering van de culturele strategie voor de nieuwe
wijk. De Kamers is een particulier initiatief. De eerste
gezamenlijke maaltijd was in februari en er worden al
plannen gemaakt voor een nieuwe serie in 2006. Met dit
project willen ze een plek creëren waar oude en nieuwe
stadsgenoten elkaar en de nieuwe wijk Vathorst leren kennen
tijdens een bijzondere maaltijd in een sfeervolle omgeving.
Zo worden stadsgenoten voor even disgenoten. Of zoals
Jos van Oord van De Kamers het uitdrukt: Over de
A1 wonen ook mensen.
t Condé Landvarken, vorstelijk biologisch
big
tekst Will Jansen, fotos Ritse Gierveld
In Overijssel weten ze van aanpakken. Eind oktober hebben
InfoDish, Stimuland Overijssel, bio-varkenshouder Coen
Bosch en top cuisinier in spé Erik de Monnink van
de Swarte Ruijter op de Holtense Berg het prachtige bio-graan
etende Condévarken gepresenteerd; een scharrelbeest
van het zuiverste soort, genoemd naar de boerderij waar
hij opgroeit.
De Monnink is een kok die er om bekend staat dat hij
zijn gasten graag de delen van het hele beest voorzet.
Hij presenteert vanuit zijn heldere keuken eerst varkensrug
in zoutkorst, heerlijk met tijm en rozemarijn en vervolgens
sukade van varkensnek, varkenswang en varkenshiel in foie
gras. Kunstige kok die man. Hij kookte jarenlang bij De
Swaen onder meer met Alan Pearson en mag zonder meer als
een groot talent gezien worden. Zijn restaurantbrigade
onder leiding van echtgenote Esther de Monnink heeft de
tafel van zo'n twintig man pers en vertegenwoordigers
van de deelnemende partijen geruisloos onder controle.
Tous les aquarelles du restaurant Savarin
tekst Will Jansen fotos Restaurant Savarin
Het is een bijzonder ondernemersduo, de heren Patrick
van Zuiden en Peter van Santen van restaurant Savarin
in Rijswijk, pal onder de reuring van de A4. Zo hebben
ze een stuk of vijf zaken onder hun beheer en even later
zijn ze weer helemaal op één adres gefocust.
Anno najaar 2005 is dat alleen restaurant Savarin. Hoewel?
Ze verzorgen met verve de catering in de Viplounge van
voetbalvereniging ADO Den Haag en de Schouwburg van Rijswijk.
Maar het restaurant aan de Laan van Hoornwijck blijft
vaandeldrager.
In het verleden hebben ze zich vooral in Frankrijk met
allerhande horecazaken bezig gehouden. Nog tijdens hun
opleiding aan de Middelbare Hotelschool in 1986, verdienen
ze bij op camping Domaine des Plantas, ergens tussen Privas
en Valence, bovenin de Ardêche. Begin jaren negentig
exploiteren ze zelf de horeca op een camping in de Vogezen,
op Domaine des Messirs. Dan zijn ze in '92 aan de Haagweg
al met hun Savarin begonnen, dat later verhuist naar de
huidige stek. Tussendoor volgen nog Het Poortje van Verlaan,
Brasserie Willem V, Chicago Grill, de Heeren van Rijswijck
en Taste de Winebar. In '97 hebben ze alle Franse belangen
verkocht en in 2000 maken ze in het Haagse schoon schip
om zich op de verbouwing van de boerderij op nummer 29
te storten. Daar nemen ze ruim de tijd voor, want de deuren
gaan pas in 2002 open.
Moleculaire gastronomie, Hervé This, godfather
Tekst en fotos Bas Husslage
Koken is één grote verzameling van chemische
processen. De wetenschappelijke stroming moleculaire gastronomie
ontleedt die kookprocessen en stimuleert innovaties. Jan
Groenewold, fysisch chemicus en Eke Mariën, kok foodstylist,
leggen zich sinds maart samen toe op dit vakgebied. Dat
in Nederland interesse bestaat voor MG blijkt uit een
lezing voor studium generale aan de Universiteit van Amsterdam,
een televisieoptreden en een volgeboekte cursus.
Het is een voorrecht een zwager als Jan in de familie
te hebben, die behalve chemicus een goede kok is. Dat
resulteert bijvoorbeeld in uitmuntend malse lamsbout met
munt-honingsaus. Vanzelfsprekend gaan de gesprekken regelmatig
over eten. Koken is chemie, merkte Jan jaren geleden al
eens op, waarbij hij aangaf dat het om moleculaire processen
gaat, om verhoudingen en bindingen. Als het mij tijdens
een verblijf in het Zuidspaanse Sevilla (2002) niet lukt
om Jan te verwennen met in olijfolie verhitte zaagtandschelpen,
opent hij de hele pan potdicht blijvende krengen met een
simpele scheut wijn. Voor mij tovenarij, voor Jan een
fysisch-chemisch proces.
A nip between the pints
tekst Jaap Vissering fotos Glenfiddich
Samen met Jim Murray en Charles MacLean geldt Michael
Jackson als een van de meest vooraanstaande whiskyschrijvers
ter wereld. Dit drietal heeft velen de weg gewezen naar
het uitermate boeiende en onthullende palet van aroma's
en smaken van met name single malt whisky door er proefnotities
over te publiceren. Michael Jackson's Malt Whisky Companion,
waarin de nosing and tasting notes van de meeste single
malts zijn gebundeld, kende dit jaar zijn vijfde editie.
Het boek wordt in een kleine 20 talen vertaald en de totale
oplage heeft inmiddels de miljoen overschreden.
Jackson was onlangs in Nederland ter promotie van zijn
nieuwste uitgave: de Michael Jackson Whisky Encyclopedie,
die vrijwel gelijktijdig in het Engels en Nederlands verscheen.
Een whiskytablebook van flink formaat en omvang, met veel
algemene informatie en romantische fotografie: een geëigend
werk om nader kennis te maken met het fenomeen dat luistert
naar de namen uisge beatha, usky, whisky en water of life.
De kunst van het koken versus De keuken van de Franse
provincies, vergelijkend koken
tekst Jonah Freud, fotos Mike Werkhoven en Uitgeverij
het Spectrum.
Mensen vragen mij vaak welk boek ik als het standaardwerk
over de Franse keuken beschouw. Ik moet dan kiezen uit:
De keuken van de Franse provincies van Elizabeth David
of De kunst van het koken van Julia Child, Louise Bertholle
en Simone Beck.
Steevast antwoord ik uiteindelijk: dat van Elizabeth
David, omdat haar schrijfstijl me het meest aanspreekt.
Maar ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik beide
boeken op mijn keukenplank heb staan en ze regelmatig
allebei nasla als ik op zoek ben naar een recept.
Om een objectieve vergelijking te maken heb ik met hulp
van Maarten Caulils een menu uitgezocht dat in beide boeken
voorkomt. We gaan de recepten letterlijk nakoken en vervolgens
met 8 personen eten en kritisch evalueren. Ik beschouw
deze twee titels als de echte basisboeken, los van andere
kookboeken die er over de Franse keuken verschenen zijn.
Natuurlijk noemt de kenner meteen Escoffier als de enige
echte standaard. Waar wat voor te zeggen is. Escoffier
is geschreven voor de professional, maar de receptuur
is te droog en zakelijk. Dan zijn er natuurlijk verschillende
boeken over de Franse keuken met daarin veel foto's, zoals
`Aan tafel in Frankrijk' van Georganne Brennan of de Veltman-uitgave
die onlangs is verschenen. Die halen het kwalitatief niet
bij de twee boeken die we in dit experiment naast elkaar
leggen. Overigens staan in het boek van Elizabeth David
noch in de Kunst van het koken foto's.
Bouillon! leest
Wie werkten er mee aan dit nummer:
Dorien Dijkhuis, Jonah Freud, Sander Groen, Han Hidalgo,
Bas Husslage, Anka Jansen, Will Jansen, Onno Kleijn, Wouter
van der Land, Kathy Mathys, Marianne Rosenberg, Susana
Rusch, Diny Schouten, Joost Scholten, Karin Vaneker, Margot
Vanderstraeten, Babette Verbeek, Ingelies Vermeulen, Belinda
Visser en Jaap Vissering.
Dit nummer is niet meer los te bestellen
zit alleen nog in het totaalpakket
Home