15e nummer bouillon! zomer 2007 Coverfoto: gemaakt door Pieter Ouddeken. Huilen boven de tjobek ´Lonny Gerungan is tijdens een kort verblijf op Bali gestorven aan een hartaanval. Was de strekking van een hardnekkig gerucht dat begin dit jaar op internet circuleerde. Neerlands bekendste Indonesiër zou er inmiddels in alle stilte zijn begraven. Lonny is still alive and kicking!, luidde Lonnys weerwoord op zijn eigen website. En inderdaad, hij is springlevend. In de tuin achter zijn huis praat hij over de teloorgang van de Indische keuken in Nederland. Wat oma ooit kookte, verdwijnt langzaam maar zeker uit het geheugen. Even voor alle duidelijkheid: Lonny is géén
Indo. Zijn moeders familie kwam uit Ambon, terwijl
zijn vader afkomstig was uit Manado, in het noorden
van Sulawesi, het vroegere Celebes. Door zijn aderen
stroomt geen spatje Nederlands bloed, en tot zijn
21ste sprak hij zelfs vrijwel geen woord Nederlands.
Lonny Gerungan werd in 1956 geboren, in een kamer
van het Bali Hotel in Denpasar op Bali. Zijn vader
John was vanaf 1943 chef-kok in de Europees georiënteerde
keuken van het hotel. Het Bali Hotel was het
eerste, op westerlingen gerichte hotel. Er kwamen
bekende mensen zoals Marlon Brando. Naar hem ben
ik vernoemd. Een gemiddeld hoofdgerecht kostte hier
in de jaren 50 zon drieënhalve
dollar, een half maandloon voor een Balinees. Mijn
vader was de eerste Indonesische chef in de keuken.
Ons gezin leefde in een van de bijgebouwen, omringd
door een voor Indonesiërs ongekende luxe. Het oudste beroep van de wereld, voor mannen Wie in Frankrijk met een koel glas witte wijn een plateau fruits de mer verorbert, staat er niet bij stil dat schelpenvissen een traditie is die teruggaat tot aan het begin van de mensheid. Tot vijf jaar geleden was la pêche à pied (schelpenvissen) geen officieel erkend beroep in Frankrijk. Dat is danig veranderd. Het leven van een schelpenvisser is allesbehalve
romantisch. Alleen aan het einde van de zomer is
het zeewater lekker warm, de rest van het jaar is
het water ijs en ijskoud. Stephane en Christine
Arnaud, pêcheurs à pied in de Baai
van Bourgneuf (Vendee) weten daar alles van. De
baai ligt tussen het Franse vasteland en het eiland
Noirmoutier. Volgens Stephane is schelpenvissen
het oudste mannenberoep ter wereld. Ook nu nog zie
je relatief weinig vrouwen in het vak. Stephane
en zijn vrouw zijn klein van stuk, met een tenger
postuur, maar ze hebben grote handen gekregen van
het graven op het strand. Hun nagels zijn door de
jaren heen korter geworden door het zand, dat elke
dag als schuurpapier langs hun handen gaat. In Costa Rica dansen de vrouwen achter de pannen Op de kleine camping aan het strand van Costa Rica is het op doordeweekse dagen opvallend rustig. Het bergland, met tropisch oerwoud en al, grenst tot pal aan de Stille Oceaan. Met donderend geraas slaan de hoge surfgolven stuk op de kleine stranden waar zeeschildpadden hun eieren leggen en lange rijen Bruine Pelikanen af en aan vliegen, achtervolgd door Fregatvogels, die hen net zo lang treiteren tot ze hun vers gevangen vismaaltijd afgeven. Slechts enkele rugzaktoeristen uit Europa en surfers uit de VS hebben hun tentjes opgezet tussen een paar enorme woudreuzen die wat schaduw te geven. Bij de plaatselijke Soda, een barretje annex snackbar, valt het ontbijt om half zeven s morgens zwaar op de maag. Spiegeleieren gebakken in borrelende palmolie, een witte boterham die ook in het vet gaat, een grote plak kaas erop en een sterke zwarte koffie toe. Hoewel de zon amper op is, wordt het snel bloedheet en zorgt het oerwoud voor zoveel vocht in de lucht, dat het zwetend en puffend terugwaggelen wordt naar de tent, voor een dutje. En dat terwijl de dag nog moet beginnen! Daar hoog in de bergen, daar woont Sinterklaas Vele jaren geleden, aan het begin van mijn carrière als kunstenaar & kok, werd ik uitgenodigd om tijdens een kunstfluitfestival in Luzern Zwitserland bij een diner te komen optreden, als de fluitende kok uit Amsterdam. En terecht, want naast de wereldelite der kunstfluiters past maar een kok en dat is een fluitkok. Nooit van gehoord? Ik ook niet, maar het verkocht wel. Het diner heette Ich pfeiff auf den Salat en begon met een glas champagne in een flûte. Die champagne moest gedronken worden met een rietje van gedroogd fluitenkruid. Het hoogtepunt vormde een salade: Ich pfeiff auf den Salat. In goed Nederlands: Sla? bekijk het maar. Maar zo makkelijk kwam het publiek er niet vanaf. Want hoe gaat dat nou, dat werk van een fluitkok? Steek een gepeld, rauw teentje knoflook in je mond en begin te kauwen. Daarna uitspugen. Pak een schaal met groene bladsla en begin over de sla in de richting van het publiek te fluiten. Ik floot de Haydn Variationen van Brahms, een stuk dat de Oostenrijkse filosoof Wittgenstein ook uit zijn hoofd kon fluiten. Het publiek deinsde terug voor de knoflookdampen en liet de sla voor wat het was. Daarna deed ik een imitatie van de nachtegaal, en vervolgens een hoofdgerecht met fluitervis uit de Vierwaldstättersee, een tropische siervis maar dat vertelde ik er niet bij. Ter afsluiting kreeg iedereen een stuk fluiterkaas, dat is de oude benaming voor Leidse 20+ kaas. Heilige Moeder der Marketing! In Hongarije zijn de vrouwen opgestaan om zich
met de wijnbranche te bemoeien. Volgens Szarolta
Szatmári, adjunct directeur van het Landbouwmuseum
in Boedapest en voorzitter van de allereerste Hongaarse
Wijn Orde voor vrouwen, werd dat tijd. Heel
leuk hoor, mannen die wijn maken en daar interessant
over kunnen vertellen. Maar het zijn de vrouwen
in Hongarije die de traditie van eten en drinken
overbrengen op volgende generaties. Wie staat er
in de keuken? Wie beheert het huishoudbudget? Wie
leert de kinderen eten en genieten van eten en drinken?
Dat zijn de vrouwen vertelt ze met een glimlach.
Mannen zijn erg goed in dronken worden in
hun opgeknapte wijnkeldertjes, maar van promotie,
marketing en doorzettingsvermogen hebben zij geen
kaas gegeten! O onverbeterlijke aardappel... Is Nederland aardappelmoe? Vormen het Cêla-Vita gemakskrieltje of de magnetronaardappel die nooit uit elkaar kan vallen, alles wat over is van het eens zo rijke assortiment aan smakelijke aardappelrassen? In het bijzonder hebben de droogkruimige soorten het afgelegd, want om zon aardappel zijn donzige effect te geven, moet je heel precies koken, en daar schijnt geen tijd meer voor te wezen. De aardappel lijkt niet te delen in de opwaardering van andere vergeten groenten die furore maken, zowel in de modieuze landelijk-leven-glossys als in restaurants. Dat er aan ouderwetse pastinaak, knolselderij, winterpeen, meiraap, koolrabi, oranje en witte pompoen, biet en aardpeer veel te beleven valt, moet als herontdekking op het conto worden gezet van particuliere moestuiniers. Die hebben het doorgebriefd aan restaurants. Of de chef-koks van restaurants waar ze naar Echte Smaak snakken, zijn bij hen aan de deur gekomen, zo kan het gegaan zijn. Culinair Aberdeen een ontdekking In Schotland ligt de culinaire rijkdom aan je voeten. Rundvlees en zalm zijn befaamd, maar Schotse chefs weten deze en andere producten ook steeds beter te bereiden. Tijd voor een rondreis door Europa's grootste culinaire geheim. Naye bad! Zodra ik het vliegveld van Aberdeen achter me laat, rijd ik door een typisch Schots landschap richting de stad. Glooiende heuvels, stenen muurtjes langs de wegen, hier en daar plukjes bos en boerderijen van grijs graniet. En veel paarden. Er wordt wel gezegd dat je welvaart af kunt lezen aan het aantal paarden dat in een gebied graast. Als dat klopt zit het met Aberdeen wel goed. De laatste decennia heeft de stad een flinke boost
gekregen door de oliewinning in de Noordzee. De
werkloosheid is laag. Mensen uit de hele wereld
bezoeken Aberdeen, al is het maar om over te stappen
op de boot naar een van de vele boorplatforms. Maar
het granieten stadje blijft een kleine en rustige
plaats, hoewel er veel goede eetgelegenheden bij
zijn gekomen: ook een graadmeter van voorspoed. Koken is juist kunst De meeste mensen denken bij kunst niet aan de kookkunst, de gastronomie, maar aan beeldende kunst. Theater, muziek, literatuur, film en architectuur. Hoe komt dat toch? Het meest voor de hand liggende argument is, dat eten een noodzaak is om te overleven en dat smaak een primitief instinct is dat ons vooral waarschuwt of iets eetbaar en voedzaam is of niet. Iets dat zo primitief en noodzakelijk is, kan toch geen kunst zijn. Of wel? Eten is niet alleen overleven, het is symbool,
ritueel en spel. We hebben het bereiden van voedsel
zelf al tot een kunst verheven, maar een grote K
mag die om de een of andere reden niet krijgen.
Weliswaar heeft voedsel altijd een rol gespeeld
in literatuur en schilderkunst, maar een maaltijd
an sich wordt niet als kunstwerk beschouwd. Er zijn
wel wat halfslachtige pogingen bekend, zoals Tom
Marionis The art of Drinking Beer with Friends
is the Highest Form of Art en Sonja Alhausers
chocoladesculpturen, maar zij gebruiken een of twee
voedingsmiddelen als middel, als materiaal. Nergens
spelen de smaak en zijn betekenis de centrale rol
in een kunstwerk. Heeft dat iets met de aard van
de zintuigen te maken? Met onze culturele connotaties
het feit dat het grootste deel van Nederland
tot twee generaties terug leefde op drie maal daags
aardappelen, op hoogtijdagen met spekvet? Of zijn
er filosofische esthetische - argumenten
om de gastronomie niet als een kunst te beschouwen?
Dat zijn interessante vragen, vooral omdat velen
net zo van een goede maaltijd of een heerlijk hapje
kunnen genieten als van een mooie theatervoorstelling
of een knap schilderij. In dit artikel zal ik proberen
een beeld te geven van hoe ons westerse idee over
wat kunst is, tot stand is gekomen, hoe de gastronomie
daar in past en wat dat zou kunnen betekenen voor
de toekomst van de gastronomie. 'Ik was zestien, woonde in Bilthoven en hielp een weduwe met het uitkammen van een fraaie, ommuurde tuin. Haar man was al vijf jaar dood en ze had zijn tuin, zijn hobby, niet meer willen betreden. We waren na twee weken achterin beland en daar lag een bed aardbeien te blozen in de warme zon. We hebben ze geplukt. Uit de koelkast haalde ze een beker room, sloeg die heel licht lobbig en goot dat over die goddelijke aardbeien. Dat aanstellerige parfum, een aardbei als minnares, ik ben het nooit vergeten.' Felix Wilbrink (51) is in dienst bij de Telegraaf
en schrijft wekelijks over eten. Zijn TV-Weekeinde
columns zijn een half jaar geleden vervat in het
boek met de fraaie titel De Moed om Smaak te hebben.
De Telegraaf? Die krant heeft toch alleen maar aandacht
voor tv-koks en andere wilde keukenprinsen en prinsessen?
Hebben ze daar dan ook belangstelling voor het betere
eten? 'Over echt en mooi eten schrijven is in Telegraafkringen
toch niet zo vreemd. Pagina vier gaat over de groten
der aarde, maar heeft ook altijd veel belangstelling
voor eten op niveau,' zegt Wilbrink op een toon
van nou-effe-niet-zeuren. Helaas is TV-Weekeinde
vervangen door een bijlage voor de Vrouw waar men
voor zijn advertentie-unfähige bijdragen geen
belangstelling meer heeft. Hij wil in zijn zoektocht
naar de ware smaak nog wel eens tegen de heilige
huisjes van de grote voedselproducenten aantrappen
en dat maakt advertenties verkopen er niet makkelijker
op. Misschien moest hij daarom wijken? Op vrijdag melden zich de meeste gasten al op de
begroetingsborrel. Uiteindelijk zijn er 81 sterren
bij elkaar, uit alle hoeken van de wereld, maar
toch het meest uit Europa en dan voornamelijk uit
Frankrijk. Een stuk of vijf Spanjaarden en evenzoveel
Italianen, twee Belgen en een verloren Duitser,
wat Amerikanen, een Noor, een stuk of zes Aziaten.
Geen enkele Engelsman of we moeten Raymond Blanc
zo noemen. Het feest, Le Feu Sacré (niet
toevallig ook de titel van Bocuses laatste boek)
wordt gehouden op zaterdagavond. Drie sterren of
niet, niet iedereen kan er zomaar een heel weekeind
tussenuit. Dus ontbreken er wel een paar giganten
zoals Gagnaire, Veyrat, Müller, Blumenthal,
Goosens, Boer of Robuchon. Toch blijft het een apart
gezicht, al die grote namen in witte koksbuis op
de trappen van hét Casino bij elkaar kluiten
voor de foto. Denk na over wat je eet en hoeveel Louise O. Fresco (1952) is geen nieuwkomer. Ze schreef eerder de essaybundels De ondraaglijke lichtheid van de vleermuis en Schaduwdenkers en lichtzoekers. Wie haar roman De Tuin van de Sultan van Rome las, weet al hoezeer ze begaan is met vraagstukken rond eerlijke voedselbedeling en duurzaamheid. Ze was negen jaar adjunct-directeur van de FAO, de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties. In het voorjaar van 2006 nam ze ontslag en momenteel doceert ze aan de Amsterdamse universiteit. Haar interesse voor voeding gaat ver terug in de tijd: Ik studeerde tropische plantenteelt in Wageningen met de bedoeling iets te gaan doen aan de honger in de wereld. Eerst overwoog ik om geneeskunde te kiezen maar realiseerde me dat als mensen niets te eten hebben, medische hulp niet veel uit haalt. Als jong meisje had ik nogal naïeve ideeën over de landbouwproductie en de mondiale voedselbedeling. Toch zijn die vraagstukken over duurzaamheid en ongelijkheid zowat de rode draad in mijn leven gebleven, al heb ik nu genuanceerdere inzichten. Ik heb lange tijd in Italië gewoond. Daar is de levenskwaliteit heel sterk verbonden met de diversiteit aan producten en voedsel maakt er echt deel uit van de cultuur. Ik ben in die periode gaan nadenken over de vraag waarom en hoe we zoveel facetten van onze eetcultuur aan het kwijtraken zijn in grote delen van de wereld. Aan de ene kant kunnen we heel lekker eten, als we dat wensen, en aan de andere kant zijn we ons steeds minder bewust van de betekenis en origine van voedsel. Die contradictie houdt me sterk bezig en lag aan de basis van dit boek. Wodka: puur genot Wodka wordt in Nederland vooral beschouwd als middel om zo snel mogelijk lazarus te worden, al dan niet als ontsnapping uit een of andere vorm van ondraaglijke ellende. Maar al te vaak gebruiken we wodka als middel om het alcoholpercentage van ieder willekeurig drankje een beetje op te krikken. Om verdrietig van te worden en naar een fles Stolichnaya te grijpen. Dat gemix heeft geleid tot een onafzienbaar aanbod van belabberde mengwodka's en felgekleurde mixdrankjes. Natuurlijk is wodka de perfecte basis voor een cocktail of een longdrink, maar ook puur valt er heel wat te genieten. Tijd voor eerherstel dus. En een beetje achtergrond. Kunnen we meteen een paar hardnekkige mythen uit de wereld helpen. Kreeftenvrouw van Kats Duizend kreeften zou ze aan haar boezem leggen, alvorens ze onder te dompelen in een warm bad van bouillon. Duizend kreeften, klaar om te worden verorberd tot de laatste vezel. Daarna zou ze voorgoed verdwijnen in het water, zonder een spoor achter te laten. In Kats kregen ze de koude rillingen, alleen al bij de gedachte aan haar mysterieuze kracht. Maar waar was ze gebleven? Op een dag spoelde ze aan als een golf uit de Oosterschelde. Niemand wist zich dat moment precies te herinneren, niemand wist meer hoe t de dag ervoor was geweest. Ze was er opeens, sierlijk en toch ferm, frêle en toch stevig. Met lichtrood haar en ijsblauwe ogen waar de Zeeuwse lucht zich in leek te verliezen. Ze keek dwars door Kats heen. Niven Kunz, wars van sterrendom Het overkomt je, want plannen is niet mogelijk. Je bent net begonnen als verantwoordelijke man, 24 jaar oud. Dat is aan de vroege kant. Maar Niven Kunz komt uit een gepatenteerde horecafamilie en is vanaf zijn tiende in de keuken te vinden. Dus word je chef van t Raethuys in Wateringen, je vader vindt dat je het aankunt. Je gaat aan de slag en dan is er amper een jaar later al een Michelin ster. Een weg terug is er dan niet meer. Kunz is er niet kapot van. Tijdens ons gesprek zijn er weinig momenten van aarzeling, oogt hij ontspannen en neemt voor zijn antwoorden de tijd. Leuk om te zien dat medewerkers zijn autoriteit zonder meer accepteren. Het zijn weliswaar stuk voor stuk leeftijdsgenoten, maar toch. In het begin denk je dat je alles kunt, maar dat moet je gegarandeerd inleveren. De mensen laten luisteren is niet makkelijk. Ik hou niet zo van ja, maar Als er wat gebeurt, moet je gewoon luisteren. Schreeuwen, boos worden of een grote mond, dat is allemaal onzekerheid. Andere jongens van zijn leeftijd lopen nog doelloos te zwabberen of zijn amper afgestudeerd en kicken op de auto en het mobieltje die bij hun baan horen. Kunz niet: Maar ik ben er nog lang niet, hoor. Het kan allemaal nog zoveel beter. Kleur bekennen Aandacht voor voeding is tegenwoordig een must. Wie een beetje mee wil zijn in deze wereld, is op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen op culinair vlak. Het feit dat u een blad als bouillon! leest, betekent dat u misschien een liefhebber van de geneugten bent die zich via de smaakpapillen een weg naar onze maag banen en kunt u niet anders dan de toegenomen aandacht voor voedsel en het nuttigen ervan toejuichen. Steeds meer mensen kiezen er voor om te koken met
authentieke streekproducten om daarna gezellig te
genieten van het resultaat, liefst in aangenaam
gezelschap (in het jargon staat deze tendens bekend
als slow food) We willen die producten ook opnieuw
eten in het seizoen waarin ze zich van nature goed
voelen en verder moeten er niet te veel chemische
toestanden of multinational praktijken aan te pas
komen. Biologisch geteeld en eerlijk verhandeld
dus. De nieuwe regel luidt: weet wat je eet, van
stal (of hof) tot bord. Bretonse Boter- en Zouthandel in Santpoort-Noord Strand, zee, lekker eten en alles wat daarbij hoort. Arthur Kloek, eigenaar van de splinternieuwe delicatessenwinkel Le Breton in Santpoort-Noord, is niet van de kust weg te slaan. Een keer per week moet ik de zee zien, anders word ik bevangen door onrust. Hij is zowel verslaafd aan de Noord-Hollandse als de Bretonse kust. Zijn winkel is van beide markten thuis en biedt onder meer een exclusieve collectie wereldzouten. Jaren geleden kwam ik in aanraking met Bretonse boter, waar zeezout doorheen zit. Heerlijk! Sinds dat moment wilde ik een boter- en zouthandel beginnen. Vervolgens vervaagt zon idee en krijgt het een plek in je achterhoofd. Anderhalf jaar geleden vroeg ik me af, wil ik wel echt een delicatessenzaak? Ik ben bijna vijftig, wil ik nog tien tot vijftien jaar daarin werken? Toen ben ik begonnen, maar met het besef dat ik het met alleen boter en zout niet zou redden. Daarom heb ik het pakket uitgebreid met allerlei delicatessen. Daarover straks meer, maar eerst willen we het hebben over die Bretonse Boter- en Zouthandel, zoals Kloeks zaak officieel heet. Op zijn website staat heel groot BZH, met een ovale cirkel eromheen als de ouderwetse landensticker op autos. BZH is de afkorting van Breizh, de Bretonse naam voor Bretagne. En dat is heel toevallig de afkorting van Boter- en Zouthandel. Het stokbrood van de president Fransen houden van hun brood: de diehards gaan zelfs liefst twee keer per dag naar de bakker. Logisch, want het enige echte goede brood bevat geen bewaarstoffen en blijft dus maar hooguit een halve dag vers. Van alle Fransen, zou de Parijzenaar het allermeest van zijn brood houden. Welke metro je ook instapt, altijd loop je wel iemand tegen het lijf met een stokbrood onder de arm. En even later tussen de vingers, want van een lekkere verse baguette is het moeilijk afblijven. In Parijs - en in heel Frankrijk - tref je weinig of geen tafels aan waarop geen mandje met stokbrood staat. Wanneer je ook aanschuift en wat er ook op het menu staat. De baguette is, net als de Eiffeltoren en de Arc de Triomphe, met elke Parijzenaar vergroeid. Een gevulde doedelzak Het enige dat je misschien niet moet doen is het letterlijk vertalen. Maar verder is Saumagen, het nationale gerecht uit de Duitse Pfalz, een bijzondere delicatesse. Een klassieker overigens, die zich ook in de meer trendy Duitse keukens moeiteloos staande houdt. Het is een volksgerecht met politieke aspiraties. Wie voor het eerst op bezoek is in de glooiende wijnstreek de Pfalz kan er nauwelijks om heen. Op elke kaart in de categorie heimische Küche, prijkt deze Nationalstolz. Toegegeven, in 99 van de 100 gevallen niet zelf gemaakt, maar betrokken bij de plaatselijke slager, en ook niet in de originele omhulling, de maag van een volwassen varken. De commerciële Saumagen komt op tafel in plakken, gesneden van een buitenmaats soort worst, in kunstdarm en daarna gebakken. Niet onaardig, maar zeker niet iets om ophef over te maken. De echte Saumagen, de gevulde varkensmaag, is dat wel. Tenminste, dan vinden de Pfälzer zelf. In oude kookboeken wordt het gerecht aangeduid als Gipfel aller Schlachtgenüsse, als herrlichsten Gedicht Pfälzer Küchenpoesie en, in de vorige eeuw door Heimatdichter Karl-August Woll, als Füllsel-Edelstein. Sommige Duitsers denken daar overigens anders over. Duitslands meest prominente gourmetpaus, Wolfram Siebeck, heeft de Saumagen eens met een gevulde doedelzak vergeleken en oud-bondspresident Friedrich von Weizsäcker sprak steevast over den Schrecklichen. Recepten maken niemand slank en energiek Haar aanstekelijke manier van doen werkt: altijd
stimulerend en positief, nooit betuttelend of belerend.
Een middagje Sonja Kimpen en je zoutjesverslaving
is over. Ze beweert met de titel van haar jongste
boek Ben jij geschokt door het eetgedrag van mensen? IJsjes voor deftige dames Als ik groene zeep ruik, dan word ik op slag weer
de uk die van onder de aan de kant geschoven tafel
de onderwereld observeert, terwijl moeder de geelbruin
gespikkelde vloer schrobt. Vrijdag is het dan, de
dag dat de melkboer twee flessen karnemelk neerzet
en er geen vlees op tafel komt. Niet alleen geuren
kunnen onverwacht herinneringen naar boven brengen.
Ook de naderende bel van de ijskar roept op warme
dagen gelukzalige gevoelens uit vervlogen kinderjaren
op. Daarom consumeren we ook zoveel ijs in de zomer:
dan kunnen we weer even likken aan de zorgeloze
tijd van weleer. Daarom ook is zon oude kromgegroeide
man of vrouw die zichzelf trakteert aan de ijskar
zo een ontroerend beeld. Nummertje trekken voor een fles wijn Even een paar flessen wijn bij de slijter of supermarkt halen? Wonend in hartje Brussel en opgegroeid met het idee dat een goede maaltijd eigenlijk niet zonder wijn kan, is het voor mij de gewoonste zaak van de wereld. Sinds ik mijn leven echter deel met een Noorse en daarmee ook geregeld in Noorwegen ben, begin ik te begrijpen wat een luxe dit eigenlijk is. In de hippe Rotisserie SüdØst in Oslo, waar een vriend me een jaar of anderhalf geleden voor het eerst mee naar toe sleepte, bleken de bescheiden glazen Italiaanse Primitivio uit Puglia achteraf ruim tien euro per stuk te kosten. Dat tikt hard aan als je er gezamenlijk net negen achterover hebt geslagen. Pijnlijk ook, aangezien ik precies dezelfde wijn thuis voor een prijs van net geen vier euro koop. Per fles wel te verstaan. Maar och, Oslo staat niet voor niets bekend als een van de duurste hoofdsteden van Europa en na een tijdje raak je zelfs aan dit soort prijzen gewend. Gewoon doen wat de meeste Noren doen. Sla bij aankomst op het vliegveld wat sterke drank in bij de winkel naast de bagagebanden en denk verder niet te veel na over de prijs die je in een café of restaurant betaalt voor een glas. Soeptips van Peter Gast van het Schulten Hues*
in Zutphen. Texel smaakt lekker Het is dat je er alleen met de pont kunt komen en dat we van allerlei heldhaftige historiën weten, anders zou je rondrijdend op het eiland Texel zomaar denken dat het een stukje Noord-Holland was, of Friesland voor mijn part. Ben je in De Waal voor een kookcursus van Annette Ruitenberg, dan moet je het hele eind naar Oude Schild rijden om de zee te zien en te ruiken. Maar kom bij de eilanders niet met dat soort prietpraat, daar houden eilanders niet van, of ze nou van Texel zijn, van Vlieland, van Walcheren of van Groot Brittannië. Zeker niet als het gaat om hun culinaire ontwikkeling, waar bijvoorbeeld Texel zoveel van heeft te bieden. Zoveel zelfs, dat er een speciaal (kook)boek over geschreven is: De Smaak van Texel. Alles wat Texel biedt aan lam, asperges, aardappelen, rozenbottels, schapen- en geitenkaas, ijs van schapenmelk, de lamskroketten van Willem Parel en ruim assortiment aan fruit, zuivel en kruiden. Bouillon ging samen met een plukje medici en hun partners op kookcursus bij Annette. Een aantal recepten uit het boek werd gedoopt, samen met een paar mooie vindingen uit de Savourieën van John Halvemaan, die ze graag zelf kwam uitleggen. Bouillon Leest! De Bouillonambassadeurs Wie werkten er mee aan dit nummer |
| Abonnementen en vorige nummers via: Redactie bouillon! Iepenlaan 55 3723XE Bilthoven (030) - 228 03 15 redactie@bouillonmagazine.nl www.bouillonmagazine.nl Terug naar Home |

































