12e nummer bouillon! najaar 2006
Coverfoto gemaakt door Alain Caron.
Behorende bij het artikel: Aangrijpend Shanghai.
Will Jansen en Alain Caron op culinaire zoektocht
door fascinerend Shanghai,
Inhoud
Voorwoord
De Cremer Tapes
tekst Jan Cremer, foto Uitgeverij De Bezige Bij
Je moet een vrouw kneden in het leven. Alles wat
jij lekker vindt, mooi vindt, fijn vindt, moet die
vrouw ook lekker, mooi en fijn vinden. Het moet
echt een kameraad van je zijn. Eigenlijk moet de
vrouw de schaduw van je zijn, ook in het denken.
Ze moet natuurlijk wel pit hebben, en het moet ook
een geile gezonde meid zijn, met eigen ideeën,
zolang het niet te gek wordt natuurlijk, maar ze
moet ook een soort schaduw van je zijn, kameraad
en schaduw. Adolf Hitler heeft al gezegd: een
vrouw, een goeie vrouw van zon jaar of achttien,
daar kun je alle kanten mee op, die kun je helemaal
in het leven kneden. Dus de ideale vrouw is
een jonge meid van achttien die je het leven in
moet kneden. Dat is mooi hè? Dat is ook zo,
want een vrouw kun je helemaal maken, vormen naar
het ideaalbeeld dat jij van een vrouw hebt. Je moet
de vrouw maken zoals jij de vrouw wilt zien. Je
moet de vrouw leren wat jij lekker vindt, hoe jij
graag hebt hoe ze gekleed gaat, hoe ze zich in gezelschap
gedraagt, dat soort dingen. En ook als het om eten
gaat. De liefde van de man gaat immers door de maag.
Neurenberger Braadworstenoorlog
tekst Fredie Beckmans, illustratie Jenny Steinman
Onderweg van Berlijn naar Neurenberg stopte de trein
in plaatsen als Jena-Paradies en Wittenberg-Lutherstadt,
oude cultuursteden. Berlijnse vrienden hadden me
gewaarschuwd om niet in Jena-Paradies uit te stappen,
ik zou er nooit meer weg willen. Ach, het zag er
wel mooi uit, maar ik ben toch maar blijven zitten,
want ik ben geboren voor de hel. Het hoogst haalbare
lijkt mij het vagevuur. En in Wittenberg was ik
al eens geweest om er de beroemde kerk te bekijken
met op de deur in brons Luthers proclamatie die
voor een schisma in de kerk heeft gezorgd. Jaren
geleden heb ik naast die kerk hert met zuurkool
gegeten, ik kan me vooral de heerlijke zuurkool
nog herinneren.
In Neurenberg stapte ik uit de trein vanwege een
optreden daar als kookkunstenaar en voorzitter van
de Worstclub. Vaak wordt je vanaf het station hartje
centrum in geschoten. Stations die aan het begin
van de twintigste eeuw gebouwd zijn, liggen vaak
tegen het centrum aan geplakt.
Vleessnippers kopen is einde
oefening...
tekst Diny Schouten, foto Christoph Kolling
Als we op het terrein van vleesverwerkingsbedrijf
Deen-Hobu staan geparkeerd, haalt Jos de Lange een
extra slagersjas en een petje uit zijn kofferbak
tevoorschijn. Ze zijn nodig om mij als serieus bezoek
te vermommen. Terwijl ik de jas over mijn kleren
heenwurm - het regent te hard om dat buiten de auto
te doen - waarschuwt Jos me dat er kans bestaat
dat we worden weggestuurd. Bezoek is hier tegen
de regels. Daarom heb ik het maar niet gevraagd.
Te veel heisa.
Wat gebeurt, in dit gebouw zonder ramen, in godsnaam
dat het daglicht niet verdraagt? Wordt hier in het
geniep mensenvlees in stukjes verdeeld? Moeten we
eerst, vanwege besmettingsgevaar, in quarantaine?
Kleeft er mond- en klauwzeervirus aan onze schoenen?
Na dat korte moment van schrik valt de ontspannen
ontvangst alleszins mee. Het consigne dat bezoek
hier niet gewenst is, heeft er -behalve met Brusselse
hygiënehysterie - ook mee te maken dat een
fabriek alle niet-gedigitaliseerde intermenselijk
contacten beschouwt als tijdverlies. Deen-Hobu gaat
binnenkort verhuizen naar Almere. Daar kunnen onbevoegden
al helemaal het terrein niet meer op. De verschansing
gaat bestaan uit hekken, sluitbomen, cameras,
elektronische poorten en pasjes. De vleesketen moet
hermetisch gesloten zijn - bij Europees decreet
- dus moet een slager zelf Europees zijn goedgekeurd.
De slagerij van Jos maakte daar zonder torenhoge
investeringen geen kans op. De verbouwing om de
EG-erkenning te krijgen zou drie ton hebben gekost.
Geen bank die me dat wil lenen, zegt
Jos.
Dingskes die groeien
tekst en fotos Boris Peters
Noem het een late roeping. Toen Gillis Houben in
1992 zijn eerste schilderij van een frietkot maakte,
had hij er al een heel leven opzitten. Gillis werd
geboren in 1933. Thuis waren de omstandigheden verre
van ideaal. Reeds op veertienjarige leeftijd werd
hij fabrieksarbeider. Gillis zocht echter meer in
het leven: Ik heb altijd veel fantasie gehad
en had ook altijd al allerlei verhalen in mijn hoofd,
vertelt hij in zijn kleine Brussels atelier direct
onder het dak van een pand aan de Kazernestraat
in de buurt van het Zuidstation.
Na zijn legerdienst volgde Gillis in de avonduren
enkele jaren lang lessen aan de Brusselse Academie
voor Schone Kunsten. Hij werd decorateur voor televisie
en theater. Het beroep van de Vlaming werd door
de Brusselse bureaucratie overigens wat al te letterlijk
vertaald. Volgens mijn paspoort was ik jarenlang
versierder, legt de inmiddels 73-jarige
Gillis lachend uit. Door zelfstudie ontwikkelde
hij zich verder. Rond mijn dertigste heb ik
pas fatsoenlijk leren lezen en schrijven. Ik wilde
filmscenarios schrijven en documentaires maken.
Uiteindelijk schreef en verfilmde hij twee korte
speelfilms.
Heston Blumenthal, The Fat Duck:
'Ik ben kok, geen wetenschapper!'
tekst Marc Declercq, foto's Marco Mertens
Drie Michelinsterren in vijf jaar tijd. In 2005
verkozen tot beste restaurant ter wereld.
Uitgeroepen tot gastronomische Messias
en culinaire alchemist. Niet slecht
voor een jongen die slechts 10 dagen keukenervaring
opdeed en nog maar 10 jaar professioneel kookt.
Heston Blumenthal van het restaurant The Fat Duck
in Bray, vlakbij Londen, vindt al die heisa wel
prettig maar probeert er rustig bij te blijven.
'Het enige wat ik wil is koken en smaken verbeteren.'
Het is 8 uur in de ochtend. Een waterig zonnetje
breekt door de mist rond het dorpje Bray aan de
Thames. Vlak voor de deur van The Fat Duck staat
een bestelwagen waaruit een slang is gerold. Een
man spuit ermee vloeibare stikstof in een glimmende
inox rolcontainer. Uit de container glipt een witte
wolk die over de straatstenen het restaurant binnenglijdt
als een rookgordijn over een podium.
Binnen is personeel aan het poetsen. Ik zie een
naakt restaurant met subtiele grijze en crèmekleurige
muren en impressionistische schilderijen onder een
laag plafond met eeuwenoude eiken balken. Achteraan
is een piepklein keukentje van nog geen 20m2 waar
straks 8 koks aan het werk moeten. Het keukenpersoneel
loopt een voor een binnen en dropt de kleren in
smalle houten tuinhuisjes die achter het restaurant
in de tuin zijn gebouwd. Het lijkt wel klein Zwitserland.
Binnen is geen plek voor een kleedkamer. De luxe
en glamour van het driesterrenrestaurant zijn ver
te zoeken. Is dit het beste restaurant ter wereld?
Alleen de wolk vloeibare stikstof die nu voor de
deur hangt, doet vermoeden dat hier iets bijzonders
gebeurt.
De Pendelaar
tekst Hans Melissen
Het was nog redelijk rustig op de proeverij. Door
de grote etalageruit zag ik buiten drommen gezinnen
in de uitnodigende decemberzon richting de duinen
lopen. Meestal voortgetrokken door een labrador
die de zee al rook.
Er vallen tegen de kerst altijd zoveel uitnodigingen
voor wijnproeverijen in de bus, dat wanneer ik zelfs
maar op de helft in zou gaan, ik me aan het begin
van het nieuwe jaar voor de eerste maanden in de
Jellinek-kliniek kon laten opsluiten.
Tegen de jaarlijkse feesttijd komen de mooiste wijnen
uit de kelders en iedere zichzelf respecterende
handelaar doet verwoede pogingen ons behulpzaam
te zijn bij de keuze van de mooie druivensappen
die de donkere avonden aan het eind van jaar moeten
opvrolijken.
Deze zaak in het mooie duindorp werd bestierd door
twee jonge, vrolijke mannen, die met zon grote
liefde en spiritualiteit over wijn konden spreken,
alsof het een zeldzaam product was dat onlangs door
hen zelf voor het eerst ontdekt was.
Elke wijn werd begeleid door een verhaal dat de
indruk wekte dat iedere druif door hen persoonlijk
op kwaliteit was gecontroleerd voordat deze werd
geperst en mocht gaan rijpen.
Dit soort enthousiasme werkt bij mij aanstekelijk
en ik was dan ook met plezier op hun uitnodiging
ingegaan.
Kookboek voor de kannibaal
tekst Dorien Dijkhuis, foto Luis Miguel Palomares
De eerste keer dat César Lombroso mensenvlees
proefde, en dan hebben we het over het vlees van
zijn eigen moeder, was hij zeven maanden oud.
Zo begint Carlos Balmaceda zijn roman. Mijn maag
draaide zich om, maar de prachtige wereld die Balmaceda
creëert met zijn García Márquez-achtige
poëtische stijl, is té fascinerend om
het boek weg te leggen. Toen kwamen de zinnenprikkelendste
recepten en gerechten die ik ooit in een roman beschreven
gezien heb. Het water liep me in de mond en ik was
verkocht. Ik kon niet anders dan me door Balmaceda
te laten meevoeren, me te verliezen in de bizarre
wereld van fantastische smaken en geuren. Af en
toe bevond ik me op het randje van walging en moest
ik mijn maag in bedwang houden. Op andere momenten
liep het water me letterlijk in de mond. Ik ben
niet meer opgehouden met lezen en toen ik het boek
uit had, begon ik onmiddellijk opnieuw.
Kreeft met cola
tekst Will Meischke, afbeelding De Kunstfabriek
Het stortregent als we de bus uitstappen die ons
van Rome naar Tivoli heeft gebracht.
Bij de Banca di Roma naar rechts had
de man van ons logeeradres nog per telefoon gezegd,
maar door de gifzwarte duisternis zie ik geen hand
voor ogen.
Het had mij zon goed idee geleken om op een
adresje buiten de hectische stad te overnachten,
zodat we ons konden terugtrekken wanneer we dat
maar wilden en toch de cultuurschatten van Rome
binnen handbereik te hebben, maar ik weet nu al
dat het toch geen goed idee zal blijken te zijn.
Doorweekt bereiken we Villa Panorama.
Morgen zal het uitzicht fantastisch zijn,
garandeert onze gastheer en verontschuldigt zich
voor het slechte weer, alsof hij er iets aan kan
doen.
Het is inmiddels over negenen en ik informeer of
het naastgelegen restaurant geopend is.
Daar mogen jullie geen voet binnenzetten,
fluistert de man op bezwerende toon. Hij weet een
etablissement onder aan de trappen waar wij heen
moeten gaan. En niet vergeten te zeggen dat hij
ons gestuurd heeft, dan komt alles in orde en, o
ja, we mogen zijn paraplu lenen want het zou toch
jammer zijn om weer doorweekt in Villa Panorama
te moeten terugkeren.
Spaanse groet van Jacques Meerman
Globalisering?
Globalisering kan raar uitpakken. Een bevriend echtpaar
ging jaren geleden weer eens naar Portugal naar
een streek waar restaurants bij wijze van amuse
een plakje verse geitenkaas opdienen. Zo kwamen
ze in een opgesjiekt en opgeduurd restaurant terecht
waar de traditie op een wel heel bijzondere manier
hand in hand ging met vernieuwing: het plakje geitenkaas
was door een eenpersoons verpakking Goudkuipje vervangen.
We hebben er smakelijk om gelachen.
Daar kun je om lachen, maar het is geen anekdote.
Ik schrijf samen met een Spaanse vriend een restaurantkritiek
voor een plaatselijke krant in Málaga en
in dat kader ging ik een tijdje geleden naar een
plattelandsrestaurant in een bergachtige gemeente
waar een flink percentage buitenlanders woont. Ik
kende het restaurant als een met veel kracht uit
de Andalusische klei getrokken eethuis, waar alle
tafels door verweerde boerenkoppen omringd plachten
te zijn. Toen ik zestien jaar geleden naar Málaga
verhuisde, serveerden ze ribkarbonade met een gebakken
ei erop en wat friet erbij voor de broodnodige vitamientjes.
Dat is lekkerder dan je denkt, omdat je de frietjes
niet in mayonaise maar in de dooier doopt, en daar
is niets mis mee. Alleen is zon gerecht natuurlijk
moeilijk te pimpen met plakjes kiwi, een dobbelsteen
fwá of iets anders dat een te hoge rekening
kan rechtvaardigen. Dat zal wel de reden zijn waarom
dit gerecht, nu er geld onder de mensen is, bijna
nergens meer wordt opgediend.
Hoe joods is Pom?
tekst Karin Vaneker, illustratie Ingrid Bockting
Vraag een Surinamer naar zijn lievelingseten, negen
van de tien keer is het antwoord pom. Pomtajer of
pompastei zoals pom ook wel wordt genoemd, is hét
ultieme feesteten voor alle Surinaamse bevolkingsgroepen.
Ze noemen het zelfs een nationaal Surinaams gerecht.
Surinaamse kookboeken noemen pom typisch Creools,
maar eigenlijk is het gerecht van origine joods.
Komt pom van oorsprong werkelijk uit Suriname? Een
onderzoek naar de origine van pomtajer en aardappelen
of andersom.
Wat is pom?
Creolen, Chinezen, Hindoestanen, Javanen, Hollanders,
Joden, Portugezen en Indiërs: Suriname is een
multiculturele samenleving met minstens acht bevolkingsgroepen.
In de meeste multiculturele samenlevingen blijven
alle culturen hun eigen potje koken maar in Suriname
hebben de keukens zich in de loop van de tijd vermengd.
Zo ontstond een nationale keuken met een uniek karakter
en typisch Surinaamse gerechten als Roti, Moksi
Metie, Snesie Foroe en pom. Alle Surinamers maken
pom. Een ovenschotel op basis van kip en pomtajer,
een soort taroknol. Twee lagen geraspte tajer, met
daartussen gesmoorde stukjes kip, worden in een
ronde hoge metalen schaal doordrenkt met een jus
van zuuroranjes (bittere sinaasappel), citroensap,
tomaat, selderij, ui, nootmuskaat, zout en peper,
vervolgens wordt het gerecht minimaal een uur in
de oven gegaard. Omdat iedereen zijn eigen variatie
maakt, is geen pom gelijk. Zo gaat in de Creoolse
keuken zoutvlees in pom, voegen Hindoestanen een
potje piccalilly bij de jus en Javanen ketjap, maar
ook bouillonblokjes, ajinomoto (vetsin) Een klodder
ketchup of mosterd in de jus vormen geen uitzondering.
De oren van het hoofd
tekst Leo Derksen
Walter Willy, een Londense brouwersknecht, zat in
november 1765 in een kroeg en nuttigde daar in anderhalf
uur 2,5 kilo gebraden gans, bijna 2 kilo brood en
3 liter donker bier; daarna liet hij een boer en
vertrok voldaan naar het Hiernamaals.
Dit is nu een pijnlijk voorbeeld van ongeremde vraatzucht.
Men kan natuurlijk van de nood een deugd maken,
maar wanneer die weer ontaardt in een ondeugd, wordt
het paard, zoals hier duidelijk blijkt, achter de
wagen gespannen. Het is al tragisch genoeg dat een
mens uit lijfsbehoud gedwongen wordt voedsel tot
zich te nemen. Satanisch gebruik makend van deze
bittere noodzaak, chanteren boosaardige geesten
ons zelfs met de pijnlijke waarschuwing: wie
niet werkt, zal niet eten zodat we bovendien
nog aan de arbeid moeten ook. In het zweet
uws aanschijns zult gij uw brood eten, weet
Genesis al te melden. En dus sukkelen wij met een
lunchpakket onder de arm naar kantoor en fabriek.
Zo drijft onze hele economie op één
enkele onontkoombaarheid: er moet gegeten worden!
Want er is nog een ander krachtig gezegde: wie
niet eet, zal niet leven.
De berk
tekst Sándor Schiferli
Magische krachten heeft de berk. Mythen, legenden,
de meest mooie verhalen gaan over de berk. Bonifatius
noemde de berk een duivelse boom om de heidenen
duidelijk te maken dat ze maar beter in iets anders
konden geloven. Maar ja, dat kan je niet zomaar
uit de boom schudden. In katholieke streken is het
vaak nog gebruikelijk in het voorjaar jonge berkentakken
te bundelen om boven de voordeur te hangen ter bescherming
van huis en haard. Hak daar nooit die ene mooie
berk in je tuin voorom, want dan zul je niet meer
in je huis kunnen blijven wonen. Net zomin als wanneer
je de stam van die berk voor de kerk als meiboom
wilt plaatsen.
Van oudsher is de berk voor de mens ook leverancier
van nuttige producten. De stadse mens weet zich
misschien nog de bezem van berkentakjes te herinneren,
maar er is veel meer. Om enkele voorbeelden te noemen:
de schors werd, omdat hij geen water doorlaat, gebruikt
als dakbedekking. Van de stam kunnen klompen gemaakt
worden. Takjes en bast zijn goed voor het roken
van hammen en vis. Er zit vitamine C in de jonge
blaadjes. Berkenbastolie is een goede insecticide.
En berkensap is niet alleen goed om in je haar te
smeren, je kunt het ook drinken en er wijn van maken.
Pioniers in Parijs
tekst Kathy Mathys
In de nadagen van de Franse Revolutie ontwikkelde
zich in Parijs een restaurantcultuur die haar gelijke
niet kende in Europa. Twee culinaire adepten met
een scherpe pen flaneerden door de straten op zoek
naar lekkers. Een portret van de vaders van de gastronomische
literatuur: Grimod de La Reynière en Jean-Anthelme
Brillat-Savarin.
Tot de jaren 1770 waren restaurants in Parijs een
rariteit. Wie in de Franse hoofdstad verbleef, kon
voor een lekkere hap weliswaar terecht bij een traiteur
of in een chique café, maar lang en intiem
tafelen was er nog niet bij. Bovendien waren er
heel strenge wetten over wie wat mocht verkopen.
Sauzen werden aan de man gebracht door de vinaigriers
en moutardiers, cafés werden gerund door
de limonadiers enzovoort. Volgens de overlevering
zou de eigenaar van een soepkeuken een zekere
Boulanger, die in sommige bronnen ook Chantoiseau
wordt genoemd daar verandering in hebben
gebracht. Volgens de wetgeving mocht Boulanger enkel
restaurants verkopen. Toen verwees dat woord nog
naar een vleesbouillon die de klanten weer op kracht
liet komen, een warme opkikker dus. Boulanger voegde
echter schaapsvlees toe aan zijn spijzenkaart en
diende zich te verantwoorden voor het Parijse parlement.
De soepverkoper won het pleit en vanaf dan brokkelde
het rigide systeem af dat bepaalde wie wat mocht
verhandelen. In 1771 al neemt een Frans woordenboek
de term restaurant op in zijn huidige betekenis.
Koken is Cultuur
tekst Roel James
Eten is lange tijd onderbelicht geweest in Nederlandse
cultuurbeschouwingen. Nederlanders zijn niet geïnteresseerd
in gastronomie en aan voedsel en koken wijden wij
maar weinig woorden. De heren Witteveen, Cuperus
en Van Dam hebben zich eendrachtig ingespannen om
daar verandering in te brengen. En met resultaat:
eten staat inmiddels op de academische kaart.
Joop Witteveen en Bart Cuperus waren blij verrast
toen zij eind jaren zeventig Johannes van Dam ontmoetten.
Eindelijk iemand met verstand van zaken, waarmee
ze kennis konden uitwisselen over eetcultuur en
kookboeken. De gezamenlijke inspanningen van deze
heren hebben een belangrijk forum geschapen voor
de studie van voedsel. Hun inspanning om van de
gastronomie een volwaardige wetenschap te maken,
een wetenschap die van alles vertelt over huiselijke,
sociale en culturele omstandigheden, heeft er uiteindelijk
voor gezorgd dat eten als cultuurgoed is geaccepteerd.
En ook de samenwerking met de Universiteits- bibliotheek
van Amsterdam heeft inmiddels zijn vruchten afgeworpen,
voedsel is voorgoed op de academische kaart gezet.
Aangrijpend Shanghai
tekst en fotos Cats en Caron
Op uitnodiging van Chaume Tapièce, president
het gerenommeerde restaurant- en hotelketen Relais
et Chateaux, hebben Cats en Caron een bezoek gebracht
aan Shanghai, de grote, wriemelende, pur sang kapitalistische
tegenhanger van de Chinese hoofdstad Beijing, waar
de communisten zich schuil houden en alles vierkant
is. Relais et Chateaux betreedt het rijk van de
toekomst en maakt Sens & Bund, het restaurant
van de tweeling Pourcel uit Montpellier, tot het
eerste lid in China.
Het gouden bord van Relais et Chateaux valt bepaald
niet uit de toon daar op de Bund, de boulevard langs
de Huangpo Rivier. Het wemelt er van de topmerken
als Versace, Gucci en Armani. De rijke Chinezen
weten wat ze willen. Dikke BMWs en volvette
Buicks laten dat ook zien. En daartussendoor duizenden
gele taxis van het oude model Passat of Fiat,
die je voor een habbekrats luid toeterend door de
stad brengen. Of voor amper 18 euro de hele weg
naar het vliegveld. Zon 85 kilometer verderop,
kom daar maar eens om in Nederland.
De geur van vochtig kastanjehout
tekst Jane Leusink, fotos Dick Soek en Jelle
Ekkel
Met een grijns op zijn gezicht komt chef-kok Dick
Soek van restaurant Schathoes Verhildersum in Leens,
helemaal in de kop van de provincie Groningen naar
onze tafel toe. In zijn handen houdt hij een lomp
ogende kom met een doorsnede van ongeveer dertig
centimeter, bruinige kleur. Hij zet, nee, vlijt,
het ding op onze tafel. We buigen ons nieuwsgierig
naar voren, wat is dit nu weer? We zien dat de kom
van hout is en dat er een bewerkt deksel met tuten
op zit. Soek nodigt ons uit een slok te nemen. We
hebben het gevoel in de maling genomen te worden,
maar zien dan dat de tuten eigenlijk mondstukken
zijn, het ziet er raar uit.
Twee vingers aan de zijkant op de gaten houden,
mond op de opening en dan pas drinken, anders krijg
je alles over je heen. En doorgeven maar,
luidt het commando.
Grinnikend doe ik wat hij zegt en oei, de geur-
en smaakexplosie is overweldigend, mijn neus en
mijn mond deinzen terug, in mijn hoofd wordt het
helemaal licht. Ik geef de bak door aan mijn disgenoten
die enigszins besmuikt lachend hetzelfde doen en
navenant reageren. De drank? Een mix van grappa
en koffie en nog wat. Wel aangenaam eigenlijk na
ons eetfestijn dat dan al enige uren heeft geduurd.
Buitengewoon alcoholisch ook. De bak gaat rond als
een joint.
De laatste keer dat ik dit heb gedronken was
ik in de Piemonte, bij Ermano di Nobili, mijn oude
chef-kok en leermeester die ik de laatste paar jaar
weer regelmatig ontmoet, vertelt Dick Soek
ondertussen. We trokken die middag de bergen
in, we gingen feesten. Dat betekent daar de hele
middag eten, dus van twaalf tot vijf, met het eten
klaargemaakt op open vuurtjes. We gingen natuurlijk
ook drinken. Dit drankje gaf me die middag de nekslag,
ik ben geloof ik nog nooit zo dronken geweest als
toen, ging compleet knock out.
Met Margo Reuten langs de Rijn, Rijn, Rijn
tekst en foto Karin Luiten
Waarom verkast een topkok met haar hele bemanning
een dag lang voor niemendal naar het schip van vrijwilligersorganisatie
de Zonnebloem? Margo Reuten van restaurant Da Vinci
deed het en bezorgde alle opvarenden een culinaire
belevenis. Haar restaurant aan de binnenhaven van
het Noord-Limburgse Maasbracht lijkt ook op een
schip: Eigenlijk ben ik vandaag van boot veranderd.
Als ik maandagmiddag om twee uur aanmonster op MS
De Zonnebloem, zitten er al drie dames met rosé
in de hand aan het voorgerecht van Terrine van nieuwe
aardappel, citroen en gerookte zalm met een zwart
sesamzaadkletskopje. Rollator en rolstoel staan
geparkeerd in de hoek. Help, ben ik te laat? Was
het een lunch in plaats van een diner? Nee hoor,
dit is in scène gezet voor de fotograaf van
De Telegraaf die niet het hele eind wilde meevaren.
De dames vinden het prima, bekennen ze licht giechelig
van de wijn.
Het is de zomerste dag die je je kunt voorstellen
en het gloednieuwe schip vaart vandaag van Arnhem
naar Utrecht. Aan boord bevinden zich 69 zieken
en gehandicapten op vakantie, 62 vrijwilligers,
11 betaalde bemanningsleden en de voltallige equipe
van restaurant Da Vinci onder leiding van Margo
Reuten.
Een verliefd varken in Madrid
tekst Nico Dijkshoorn, foto Tanja Reijerse
Er is niets banaler dan verliefd worden in Amsterdam.
Die rusteloze zoektocht met je nieuwe liefde langs
al die restaurantjes waar Johannes van Dam met zijn
grote hoofd op een gekopieerd velletje aan de deur
hangt. Alle romantiek verdampt in de wetenschap
dat je misschien zit te eten op de stoel waarop
hij zijn lam naar binnen zat te zuigen. Amsterdam
was te klein voor mijn verliefdheid, dat voelde
ik al snel. Amsterdam liep niet lekker voor mensen
die elkaar wilden omhelzen. Ruimte miste ik. Het
was me allemaal te bekend, de nieuwe hip in bijvoorbeeld
Club Elf, vlak naast het Centraal Station. Ik had
er een paar keer gegeten, met de langzaam donker
wordende stad onder me en rechts van me de nieuwbouwwijken
waar moderne mensen zonder kinderwens, niet gehinderd
door enig historisch besef, hun lekker gekke droomhuis
lieten bouwen. Als het maar wild en anders was.
Fusion koken maar dan met woningen. Het ontbrak
Amsterdam aan stijl, aan brede straten en goed geklede
mensen. Een schande was het, dat mijn geliefde en
ik daar doorheen moesten lopen. We wilden grote
gebaren maken, door kletterende fonteinen dansen,
maar moesten noodgedwongen plaatsnemen aan een wiebelende
tafel in het Jordaanse café de Reiger, waar
een autochtone Amsterdammer inmiddels een bezienswaardigheid
was geworden. Vorige week had ik Ome Tonnie nog
aan zes studenten economie voor zien doen hoe je
een ossenworst at. Duim er in, voelen, kluit mosterd
er op en dan in je kanis duwen. Enig! Applaus! Amsterdam
was een peepshow geworden, een historisch woonmuseum
voor gegoede voyeurs. Dat had Braakhekke goed gezien,
die spiegels in zijn zaak. Loeren, loeren, maar
leven, ho maar.
Rotterdams icoon
tekst Joost Scholten, foto Sarah Rypkema
Op nog geen driehonderd meter van de Lijnbaan, de
Rotterdamse koopgoot, is een bedevaartsoord voor
gastronomisch Nederland in aanbouw. Een indrukwekkende
boog van zeventig meter breed, een voetbalveld lang
en veertig meter hoog. Local Hero Herman den Blijker
weet er meer van.
Waar ten noorden van België vroeger een gastronomische
toendra begon, strooit Michelin tegenwoordig met
sterren alsof het niets is. En wanneer gastronomie
een steeds centralere plek inneemt, hoort daar bij
dat het eten in het straatbeeld zichtbaar is. Een
bezoek aan Madrid of Parma is niet compleet zonder
dat je over de overweldigende markten gezworven
hebt. Nederland krijgt binnenkort in Rotterdam een
eigen overdekte markthal. Of die meteen (inter)nationale
allure krijgt, moet nog blijken. De Markthal is
in eerste instantie Rotterdams. Voor het spectaculaire
ontwerp is ook een Rotterdamse architectenbureau
MVRDV verantwoordelijk. En het zal niet verbazen
dat ras-Rotterdammer Herman den Blijker zich nadrukkelijk
gaat bemoeien met de inrichting van de geplande
horeca in de hal.
Op de Binnenrotte komt de nieuwe landmark voor het
Manhattan aan de Maas. Als alles volgens plan verloopt,
kunnen we er vanaf 2009 inkopen doen. En wonen en
eten. Want wat het Rotterdamse initiatief uniek
maakt, is de combinatie van functies. Behalve een
markthal worden ook tweehonderdvijftig appartementen
en een groot aantal restaurants in het gebouw ondergebracht.
Gastronomie en architectuur ontmoeten elkaar in
Rotterdam.
Kanttekeningen bij het edele metier der wijnschrijverij
In vino veritas?
tekst en foto René van Heusden
In vino veritas! Wijn zou 'waarheid' in zich hebben.
Ook al is het Latijn, de vaagheid van de uitspraak
is er niet minder om. Is hier een beetje waarheid
bedoeld of de allesomvattende Waarheid? Laten we
het voorlopig maar even op de eerste variant houden,
al blijft het structureel twijfelachtig om geestverruiming
op basis van alcohol met waarheid te associëren.
Er is nog een andere problematische koppeling tussen
de begrippen waarheid en wijn, en wel waarheid over
wijn: de vino veritas. Bestaat die wel? En hoe staat
het met werkelijkheid, die andere betekenis van
veritas?
Met welke verwachting leest een enigszins ontwikkelde
wijndrinker wijnpublicaties? In het gunstigste geval
om nuttige informatie op te doen en om de wijnhorizon
op aangename wijze te verbreden. Maar wat garandeert
deze lezer dat de lectuur overeenstemt met de werkelijkheid?
Wil een wijnliefhebber eigenlijk wel volledig over
de werkelijkheid geïnformeerd worden? Wijnschrijverij
en journalistiek staan nogal eens op gespannen voet
met elkaar. Het verhaal lijkt belangrijker dan de
feiten. De beschreven werkelijkheid is een in hoge
mate geïdealiseerde werkelijkheid. Immers,
is het niet opvallend dat zelfs de meest genuanceerde
wijnverhalen steevast eindigen met een happy end?
De schaarse uitzonderingen bevestigen de regel van
de goednieuws-show, die overigens wel geproduceerd
wordt met wederzijds goedvinden.
De Bouillonambassadeurs
Groenland groen gat in de markt,
hoop voor de toekomst
tekst Will Jansen, foto Restaurant Groenland
Het is geen wet van Meden en Perzen, maar als je
een vreemd restaurant binnenloopt waar het lekker
druk is, en het merendeel der gasten hoort tot het
type moderne jonge vrouw, beetje eigenwijs gekleed,
beetje bruin en beetje niet persé blond met
hier en daar een grijze haar, dan is de keuken helemaal
top. Dan verstaat de keuken het vak van balans in
smaken en niet te veel hoogstandjes om de hoogstandjes.
Zon restaurant is zonder twijfel Groenland
in Driebergen.
Ik geloof verdomd dat je daar wel eens gelijk
in zou kunnen hebben, zegt eigenaargastheer
Niels Oosthoek voorzichtig. Zeventig procent
van onze gasten is vrouw. Vaak komen ze in groepjes
en dan zie je ze later terugkomen met hun man, die
er dan een beetje verloren achteraan schuifelt.
Maar mannen kunnen we ook hebben, hoor. De keuken
van André is heus niet alleen maar fijntjes
en groen.
Bouillon Leest
Wie werkten er mee aan dit nummer.
bestel
het najaarsnummer 2006 als los nummer |