|
(Dit artikel werd
gepubliceerd in het winternummer 2004)
Iedereen
houdt van vet. Het maakt een gerecht het maakt het vet.
Mark Kurlansky, Choice Cuts.
Slanke lijn en puree van Robuchon
tekst en foto: Janneke Vreugdenhil
Het gaat niet goed met Nederland. Vrijwel wekelijks
berichten kranten over de gevaren van veel en vet eten. Nog even
en overgewicht zal de plaats van roken innemen als volksvijand
nummer één. Overheid en industrie werpen zich op
als heelmeester. Er worden enge woorden uitgesproken als snack-tax
en bespottelijke producten bedacht als slagroomijs light.
Waar gaat dat naartoe? Blijft er in de toekomst nog ruimte om
te genieten van goed en eerlijk eten? Of mag het alleen nog maar
vetloos, suikervrij en koolhydraatarm zijn? Arme smaakpapillen.
Eten zonder vet is een straf. Kunstsuiker smaakt vies en zonder
koolhydraten word je bloedchagrijnig. Waar ligt dan de balans
tussen gezondheid en genieten? Ik besluit deze gewichtige vraag
aan twee deskundigen voor te leggen.
We spreken af rond lunchtijd. Uiteraard. Met een lege maag filosoferen
over lekker eten, heeft toch iets van zwemmen op het droge. En:
ieder excuus om ongegeneerd uitgebreid te lunchen is er één.
Plaats van het delict is restaurant Het Arsenaal in Naarden-Vesting.
In de mooie lichte serre, aan de smetteloos gedekte tafel, is
de eetlust snel gevonden. Mijn tafelgenoten zijn Paul Fagel, eigenaar
van Het Arsenaal, ex-nouvelle-cuisine-adept, ex-macrobioot, ex-vegetariër,
auteur van een boek over de slanke lijn en bijzonder toegewijd
aan de Franse keuken; en naast hem zijn boezemvriend en huisarts
Hans Huisman, Twentse boerenzoon, kleinzoon van een slager, verslaafd
aan gekookt zuurkoolspek en hartstochtelijk op zoek naar de smaak
van zijn moeders gebakken aardappels. Beide heren vertonen onmiskenbare
tekenen van het goede leven.
In 1997 publiceerde Paul Fagel zijn boek Paul Fagels toprecepten
voor de slanke lijn. Hij was niet de eerste kok die zich bezighield
met de eeuwige strijd tegen de kilos. Aan het begin van
de vorige eeuw sloot Ali Bab zijn vuistdikke Gastronomie Pratique
af met een hoofdstuk over de behandeling van overgewicht bij gourmands.
Al eerder wijsneusde ook Brillat-Savarin hierover. Hij was weliswaar
geen kok, maar zelfbenoemd culinair deskundige. De Fransen hebben
er weinig moeite mee te schakelen tussen de beschrijving van een
volvette ganzenleverterrine en een verhandeling over de gevaren
van obesitas. Michel Guerard, de grote Franse kok, schreef een
boek over afvallen, La cuisine minceur, en presenteerde de Nederlandse
editie in Duurstede, het toenmalige restaurant van Paul Fagel.
Mager en tegelijkertijd lekker eten, kan dat
eigenlijk wel?
Paul: Het lastige is, dat vet nu eenmaal de ideale smaakoverbrenger
is. Van boter wordt alles lekkerder. We zijn sinds de nouvelle
cuisine natuurlijk veel minder room en boter gaan gebruiken. Sauzen
zijn lichter geworden, alles is minder zwaar. Maar je kunt gewoon
niet lekker koken zonder boter.
Hans: Olijfolie is natuurlijk gezonder, maar ja, het geeft
toch niet diezelfde volle smaak als boter.
Paul, voel jij je als kok verantwoordelijk voor de slanke lijn
van je gasten?
Nee, dat gaat me te ver. Mensen komen hier om lekker te
eten. Alles wat ik bereid, is natuurlijk en vers. Ik heb geen
invloed op wat ze bestellen. Het gros van de mensen neemt tegenwoordig
alleen een voor- en hoofdgerecht. En de proportionering is hier
echt verantwoord.
Verantwoord? Daar wil ik later nog wel op terugkomen. Eerst is
het tijd om te bestellen. Hans en Paul wrijven zich gebroederlijk
over de buik en kiezen voor het tweegangen-lunchmenu. Ik bestudeer
de kaart. Mousse van gerookte paling, krokante paling en een tomatenvinaigrette
staat erop, en een salade met gekonfijte eendenbout en eendenleverkrullen.
Helemaal onderaan prijkt, als relikwie uit pré-nouvelle-cuisine-tijden,
de tournedos Rossini. Ook ik wrijf eens over mijn buik.
Over portionering gesproken, hoe zwaar is die tournedos, Paul?
Oh, dat valt wel mee, zon honderdzestig gram.
Honderdzestig gram? En hoe zwaar is die eendenlever?
Tja, die is toch ook wel zestig of zeventig gram.
Dat vindt Paul dus kleine porties. De meeste restaurants serveren
tournedos van tweehonderd gram of nog meer. Ik doe mn
best, maar kleiner dan dit kan ik mn gerechten niet maken;
Nederlanders willen gewoon een vol bord.
Hans: Je hoeft het toch niet allemaal op te eten? Daar kan
ik me nou druk om maken, die calvinistische mentaliteit van alles
moet op. Nederlanders moeten leren om op te houden met eten
wanneer ze genoeg hebben.
Onverbeterlijke vreetzak
Paul en ik proeven aandachtig van elkaars borden, bespreken de
subtiliteit van mijn gemarineerde tonijn met langoustinegelei
en stroop van Jamaicaanse peper, verreweg het magerste voorgerecht
van de kaart. Ik proef. De combinatie van de koele gelei met de
hartige smaak van tonijn en de zoete, pittige stroop is spannend
en plezierig. Dit smaakt absoluut niet naar straf. Hans eet geconcentreerd
en met smaak van zijn eendenlever met broccolicrème en
abrikozenpuree. Wel even wat anders dan de verantwoorde volkorenboterhammen
met cottage cheese en tomaat die zijn gebruikelijke lunch vormen.
Zijn leven lang vecht hij al tegen zijn eetlust.
Ik ben een onverbeterlijke vreetzak; je kunt mij altijd
verleiden om iets te gaan eten, altijd. Alle diëten heb ik
uitgeprobeerd. Ben al blij dat ik niet meer aankom. Ik beweeg
ook te weinig. Dat is minstens zo fout als te veel eten.
Ik heb altijd veel gesport, was amateur-wielrenner,
zegt Paul. Toen ik stopte, vlogen de kilos eraan.
Ook hij heeft ieder dieet dat hem ter ore kwam beproefd. Liet
zich zelfs strikken zijn naam te verbinden aan een maaltijdvervangend
dieetpoeder, Pool Plus. Een commercieel uitstapje waaraan hij,
vooral door journalisten, veelvuldig wordt herinnerd. Pool
zette het verkeerd in de markt. Je houdt zoiets geen maandenlang
vol, daar is het gewoon niet lekker genoeg voor. Maar het was
een perfect last minute afslankmiddel. Wie kent dat niet, dat
je naar een feestje je smoking aan moet en er in een week tijd
een paar kilo af wilt hebben? Daarna zitten ze er natuurlijk zo
weer aan, maar tijdelijk werkt het fantastisch.
Wat vindt dokter Hans daarvan?
Ik heb geen enkel bezwaar tegen maaltijdvervangers. Waarom?
Als het maar werkt. Waar ik wel moeite mee heb, is de medicalisering
van de overgewichtproblematiek. Het heilmiddel voor de lijn wordt
tegenwoordig te veel gezocht in pillen. Je moet beheerst eten
en bewegen. Als ik helemaal niks in die richting had gedaan, zou
ik nu een tweestoelen-Amerikaan zijn.
Dat doet me denken aan Jeffrey Steingarten, de gulzige en grappige
culinair journalist van het Amerikaanse blad Vogue. In zijn artikel
Addicted to losing beschrijft hij op hilarische wijze zijn paniek
toen de Amerikaanse Food and Drug Administration het middel Fen/phen
uit de markt nam. Hij was er in tweeënhalf jaar tijd moeiteloos
vijftien kilo mee afgevallen.
Paul, jij hebt de oplossing ooit gezocht in de macrobiotiek?
Als je kok bent, krijg je op een gegeven moment twijfels:
ga ik niet dood van al die room? Ik heb het nu over zon
jaar of vijfendertig geleden. Alternatief eten was in. Ik deed
het niet voor de lijn, maar voor de gezondheid. Macrobiotiek was
qua bereidingswijze heel Frans. Zachtjes gestoofde groente en
zo. Wat me vooral aansprak, was het idee dat je alleen moet eten
wat in je natuurlijke omgeving groeit. Je zag die ideeën
ook wel terug op de kaart. Ik stoof mijn groenten nog steeds graag
in boter. Het maakt ze veel lekkerder. En we wonen nu eenmaal
in een land van melk en boter. Dan moet je dat ook gebruiken.
Inmiddels wordt het hoofdgerecht op royale witte borden geserveerd.
De gegrilde zeeduivel, zeebaars en tonijn zien er uitnodigend
uit. Evenals de spaghetti van snijbonen, gebraiseerde witlof en
gestoofde Cevenne-ui. De jus van langoustines wordt apart geserveerd,
zodat we zelf kunnen kiezen hoeveel we ervan willen eten. De saus
is vol van smaak en toch licht. Paul legt uit dat hij zijn sauzen
meestal maakt op basis van gevogeltebouillon. Alles wordt opgeschuimd,
waardoor je er minder van nodig hebt. Naast de vis lonkt een streep
glanzende aardappelpuree.
Paul begint te grinniken. Dit is dus de puree van Joël
Robuchon. Er zit zevenhonderd gram boter in op één
kilo aardappels. Vreselijk ongezond natuurlijk. Maar lekker dat-ie
is.
Zevenhonderd gram?
Vandaar dat je maar zo weinig krijgt.
Ik schat de streep op zon drie eetlepels. Even rekenen.
Eén eetlepel is ongeveer vijftien gram, maal drie, dat
is vijfenveertig gram. Alleen al met deze aardappelpuree krijgen
wij dus een kleine twintig gram boter binnen. Maar lekker isie.
Trouwens, we drinken er een rode glas wijn bij. En leert de Franse
paradox ons niet dat het helemaal niet erg is om je vol te stouwen
met boter, room en ganzenlever, als je maar voldoende rode wijn
drinkt? Paul en ik kijken hoopvol naar de dokter.
Kijk, de Fransen hebben een andere eetcultuur. Ze eten bijvoorbeeld
s middags warm en s avonds niet veel meer dan een
blaadje sla. Bovendien vinden Fransen dat alles waarvan je geniet,
nooit slecht kan zijn. Wij eten altijd met een schuldgevoel. De
stress die daarmee gepaard gaat, is ook niet gezond. Zij eten
ook kleinere porties en gebruiken vaker olijfolie en weinig suiker.
En inderdaad drinken ze elke dag wijn. Het is inmiddels bewezen
dat het drinken van een matige hoeveelheid wijn, zon twee
à drie glazen per dag, bevorderlijk is voor de gezondheid.
Paul vraagt het nog eens: Is dat echt wetenschappelijk bewezen?
Hij heeft nog maar kort geleden zijn wijnconsumptie teruggeschroefd
van een fles per dag naar een glas of twee.
Het is echt bewezen.
We laten ons nog wat bijschenken.
De regels: goed, maar lastig
Mijn missie deze middag was zoeken naar een bevredigend evenwicht
tussen genieten en gezond eten. Welke afwegingen maak je? Wanneer
kies je voor lekker? Wanneer is gezond belangrijker? De kok en
de arts aan mijn tafel hebben zo hun eigen preoccupaties. Ze zijn
beiden geneigd het begrip gezondheid vooral met de slanke lijn
te associëren. Meer dan ik voor ogen had, gaat het gesprek
over diëten en afvallen. Ik zou ook nog graag willen weten
of een kok verantwoordelijk is voor de gezondheid van zijn gasten.
Paul: Natuurlijk. Gasten komen bij mij eten, geven zich
helemaal aan mij over. Dat is toch bijzonder? Ik vind dat een
verantwoordelijkheid. Maar ik ben geen ziekenhuis. En ook geen
politieagent.
Hans: Je hebt natuurlijk ook een enorme verantwoordelijkheid
op het gebied van hygiëne. Dat moet je niet onderschatten.
Als mensen ziek worden in jouw restaurant, is dat een ramp.
Iedere kok is bang voor dat ene telefoontje, zegt
Paul. Je probeert volgens de regels te werken, maar een
fout is zo gemaakt.
Met de regels bedoelt hij de hygiënevoorschriften
die vanuit Europa neerdalen op iedere producent, handelaar of
horecaondernemer die met voedsel werkt. Goed dat ze er zijn, ter
bescherming van de gezondheid van de consument. Maar tegelijkertijd
vormen die regels een lastige bureaucratische barrière
wanneer het gaat om bacteriegevoelige lekkernijen als rauwmelkse
kaas. Onzin, vinden de heren.
Hans: Ik ken een jongen uit Twente die heerlijke kazen maakt.
Hij verkocht ze op de Noordermarkt in Amsterdam. Maar eerst moesten
ze gekoeld worden en toen moesten ze zus en toen weer zo. Hij
wordt gewoon de markt uitgetreiterd.
Wacht even, dokter, hoe zit dat dan met die Listeria-bacterie,
daar kun je toch heel ziek van worden?
Tja, het risico van het leven is doodgaan. Nee serieus,
Listeria kan tot ernstige ziekte leiden, maar dat komt echt heel
zelden voor.
Dus de voedselveiligheid is heel belangrijk. Maar als het over
een delicatesse als rauwmelkse kaas gaat, kiezen jullie voor het
grote genieten?
En als uit één mond klinkt het: Ja, natuurlijk.
Ik weet genoeg. Deze heren weten precies waar de balans ligt tussen
gezondheid en genieten. Zo ver mogelijk naar rechts.
Restaurant Het Arsenaal, Kooltjesbuurt 1, Naarden-Vesting,
035 - 694 91 48, website
|